Advies van BuRO over cyanotoxines in oppervlaktewater voor agrarisch gebruik

Richt een systeem in voor het monitoren van cyanotoxines in oppervlaktewater voor agrarisch gebruik, vergelijkbaar met zwemwater. Hanteer hierbij de door BuRO berekende grenswaardes als richtwaarde voor agrarisch gebruik van oppervlaktewater. Doe dit in nauw overleg met het ministeries van VWS en I&W. Zorg dat dit advies op de internetsite van de Rijksoverheid, droogte dossier, wordt gepubliceerd. Deze adviezen geeft Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Blauwalgen in oppervlaktewater

Cyanobacteriën (blauwalgen) kunnen explosief groeien in water tijdens warme periodes. Water dat is verontreinigd met cyanobacteriën kan een gezondheidsgevaar opleveren voor mens en dier. Bijvoorbeeld als het water wordt gebruikt voor de beregening van gewassen, of als drinkwater voor vee (veedrenking).

Aanleiding onderzoek

In 2006 heeft BuRO een maximale concentratie afgeleid voor de som van cyanotoxines van 1 µg/L water voor beregening van voedselgewassen en 40 µg/L voor veedrenking.

In 2018 heeft BuRO door middel van literatuuronderzoek bevestigd dat de conclusies uit het advies van 2006 nog steeds relevant en actueel waren.

In 2019 publiceerde het Franse Agence Nationale de sécurité sanitaire de l’alimentation, de l’environnement et du travail (ANSES) nieuwe gezondheidskundige grenswaardes voor twee cyanotoxines: cylindrospermopsine (CYN) en MC-LR. Daarin staat voor MC-LR een veel lagere gezondheidskundige norm dan die daarvoor was afgeleid. Dit was voor BuRO aanleiding om hun eerdere adviezen te evalueren en indien nodig te actualiseren.

Vraagstelling

BuRO heeft antwoorden gezocht op twee vragen:

  • Wat is het maximale gehalte aan cyanotoxines in oppervlaktewater, waarbij geen voedselveiligheidsrisico optreedt wanneer voedselgewassen hiermee worden beregend en vervolgens geconsumeerd?
  • Wat is het maximale gehalte aan cyanotoxines in oppervlaktewater dat gebruikt kan worden voor veedrenking, waarbij geen voedselveiligheidsrisico ontstaat door consumptie van dierlijke producten?

Let op: Dit onderzoek en advies zijn gericht op voedselveiligheidsrisico's die kunnen ontstaan door agrarisch gebruik van oppervlaktewater verontreinigd met cyanotoxines. BuRO heeft niet gekeken naar de risico’s voor zwemmers of diergezondheidsrisico’s wanneer (huis)dieren dit water drinken.

Antwoord op de vragen

Uit het onderzoek volgde de volgende antwoorden:

  • Voor beregening en irrigatie van gewassen biedt de huidige advieswaarde (1 µg/L) voldoende bescherming. Deze waarde is gebaseerd op MC-LR, de meest voorkomende cyanotoxine in Nederlands oppervlaktewater.
  • Voor melkvee is 45 µg MC-LR/L een veilige waarde, voor rundvee 5 µg MC-LR/L.

Voor de overige cyanotoxines kon door gebrek aan data geen berekening worden uitgevoerd.