Varkensbedrijven hebben productierecht (varkensrecht) nodig om varkens te mogen houden. Dit betekent dat ze gemiddeld in een kalenderjaar niet meer varkens mogen houden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht. De NVWA houdt hier toezicht op. In 2023 hebben we bij 38 varkensbedrijven gecontroleerd of ze zich aan het varkensrecht hadden gehouden.
In het kort: controle over kalenderjaren 2021 en 2022
Het systeem van productierecht voor varkens (en pluimvee) bestaat sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Met dit systeem wordt per bedrijf de omvang van de veestapel – en daarmee de omvang van de mestproductie – begrensd.
In de Europese Nitraatrichtlijn zijn namelijk afspraken vastgelegd over de bescherming van grond- en oppervlaktewater tegen verontreiniging door nitraat uit agrarische bronnen. Deze richtlijn verplicht lidstaten het stikstofgebruik via dierlijke mest te beperken tot maximaal 170 kilogram per hectare per jaar. De Europese Commissie heeft aan Nederland derogatie verleend: dit betekent dat Nederland meer stikstof uit dierlijke mest mag gebruiken. Aan deze derogatie is de voorwaarde verbonden dat de mestproductie (en daarmee de productie van stikstof en fosfaat) in Nederland niet boven het niveau van het kalenderjaar 2002 mag uitkomen. Het productierecht voor varkens (en pluimvee) moeten hieraan bijdragen.
De controles op de naleving van het productierecht kunnen wij pas na afloop van een afgesloten kalenderjaar uitvoeren. We kijken dan of de veehouders in dat jaar niet meer dieren hadden dan zij op basis van hun productierecht op het bedrijf mochten houden. Meestal controleren we 2 aaneensluitende kalenderjaren tegelijk. In 2023 voerden we de inspecties uit over de kalenderjaren 2021 en 2022. We hebben fysiek en administratief gecontroleerd.
Onze inspecties zijn risicogericht. Dat betekent dat we vooral controleren bij bedrijven waar meer risico is op overtredingen. De risicogerichte controle zorgt ervoor dat we relatief veel overtredingen constateren. Daarom zijn deze inspectieresultaten niet representatief voor de hele varkenssector.
Van de 38 geïnspecteerde varkensbedrijven voldeden 17 bedrijven niet aan het stelsel van productierecht over 1 of beide jaren. Dit is een percentage van 55%. Bij 21 bedrijven was de inspectie akkoord.
Inspectieresultaten
We hebben bedrijven geselecteerd waar vermoedelijk sprake was van een overschrijding van het op het bedrijf rustende varkensrecht. Deze selectie maakten we samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en was ook gebaseerd op bij RVO geregistreerde gegevens.
Tijdens de inspectie stelden we onder andere aan de hand van de (dier)administratie vast hoeveel varkens gemiddeld op jaarbasis werden gehouden op een bedrijf. Bij een overschrijding van het op het bedrijf rustende varkensrecht was de controle niet-akkoord.
17 bedrijven hielden in 2021 en/of 2022 meer varkens dan het op het bedrijf rustende varkensrecht.
| Controleresultaten varkensrecht | Niet-akkoord |
|---|---|
| Varkensrecht 2021 | 9 |
| Varkensrecht 2022 | 8 |
Hoe hebben wij gehandhaafd?
Bij een overschrijding van het op het bedrijf rustende varkensrecht passen wij een interventie toe.
- Gaat het om een minimale overschrijding, van bijvoorbeeld 1 of 2 varkensrechten? Dan is de inspectie niet akkoord, maar kunnen we besluiten om af te zien van een interventie. De dierpopulatie op een bedrijf schommelt nu eenmaal. Bij 3 bedrijven hebben we geen interventie toegepast.
- Bij een overschrijding van minder dan 25 varkensrechten geven we een officiële waarschuwing. 7 bedrijven kregen een officiële waarschuwing.
- Een overschrijding van 25 of meer varkensrechten is een overtreding die valt onder het strafrecht. Wij hebben 7 processen-verbaal opgemaakt en deze aan het Openbaar Ministerie overhandigd. Bij een proces-verbaal wordt standaard een berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel bijgevoegd. Bij een veroordeling kan dit wederrechtelijk verkregen voordeel worden ontnomen.
Vervolgaanpak
De resultaten van deze controles kunnen invloed hebben op toekomstige controles. Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van nieuwe selectievoorwaarden bij het risicogericht handhaven.