De wettelijke basis voor productie, transport, handel en opslag, en het gebruik van gemedicineerde diervoeders en tussenproducten staat in de Europese Verordening (EU) 2019/4. Daarnaast gelden nog enkele andere wetten voor gemedicineerd diervoeder.

Wettelijke basis

Verordening (EU) 2019/6 gaat over diergeneesmiddelen. In deze wetgeving staan regels voor het in de handel brengen, de vervaardiging, de invoer, de uitvoer, de levering, de distributie, de geneesmiddelenbewaking, de controle en het gebruik van diergeneesmiddelen.

Verordening (EU) 2019/4 over gemedicineerde diervoeders moet zorgen voor een goede bescherming van de volksgezondheid. Ook zorgt de wet voor hoge kwaliteits- en veiligheidsnormen voor de vervaardiging van gemedicineerde diervoeders. De wetgeving bevordert onder andere verantwoordelijk gebruik van antimicrobiële stoffen om resistentie bij mens en dier te bestrijden. Hiernaast moet u zich nog aan andere regels houden.

Maximumniveaus

In verordening (EU) 2024/1229 staan specifieke maximumniveaus van kruisverontreiniging voor antimicrobiële werkzame stoffen in niet-doeldiervoeders en analysemethoden voor deze stoffen in diervoeders.

Geen diervoeders met antibiotica

De gemedicineerde diervoeders die in Nederland worden geproduceerd zijn met name diervoeders met anti-parasitaire diergeneesmiddelen. Het is niet verboden volgens de wet, toch worden in ons land geen gemedicineerde diervoeders met antibiotica geproduceerd. Vanaf 2011 zijn de diervoederbedrijven hiermee gestopt om resistentie tegen antibiotica te voorkomen.

Andere vormen van orale toediening

In Verordening (EU) 2024/1159 staan regels voor een doeltreffend en veilig gebruik van diergeneesmiddelen die worden voorgeschreven voor orale toediening langs andere wegen dan via gemedicineerde diervoeders, en toediening aan voedselproducerende dieren door de dierhouder.

Andere wetten en regels

Als diervoederbedrijf moet u zich ook houden aan andere Europese en Nederlandse voorschriften en verplichtingen, waaronder: