Advies van BuRO over het risico van de import van sierplanten

De kans op introductie van (potentiële) quarantaineorganismen via de import van sierplanten uit derde landen is groot. Pleit daarom voor het aanscherpen van de algemene vereisten voor de import van planten in de Europese Unie. Dat adviseert Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) aan de directeur van de National Plant Protection Organization (NPPO) van Nederland.

Overige adviezen

Om de kans op introductie van een aantal specifieke quarantaineorganismen via de import van planten uit derde landen en uit andere EU-landen te verminderen, adviseert BuRO:

  • Aanscherping van de EU-regelgeving voor import van (en handel in) planten waarmee Scirtothrips dorsalis en Euwallaceae fornicatus s.l. binnen kunnen komen (en kunnen worden verspreid binnen de EU).
  • Communicatie richting derde landen voor de juiste implementatie van de EU-regelgeving met betrekking tot Meloidogyne enterolobii en eventueel het instellen van een (tijdelijk) importverbod van plantensoorten uit landen waarop M. enterolobii meermaals is onderschept.
  • Eventuele herziening van de EU-Q-status van cotton leaf curl Gezira virus en andere begomovirussen en het carlavirus cowpea mild mottle virus en vervolgens aanscherping van de importeisen met betrekking tot de virussen die de EU-Q-status behouden.
  • Aanscherping of heroverweging van de huidige EU-regelgeving met betrekking tot Aleurocanthus spiniferus.
  • Een voorlopige wijziging van de naam ‘Scirtothrips dorsalis’ in ‘Scirtotrips dorsalis sensu lato’ in de lijst van EU-quarantaineorganismen.
  • Het opstellen van een ‘pest categorisation’ (door de European Food Safety Authority) van de verschillende cryptische soorten binnen het Scirtothrips dorsalis – complex, op basis waarvan vervolgens besloten kan worden welke soorten de EU-Q-status behouden.

Daarnaast adviseert BuRO:

  • Ga door met surveys op bedrijven die (sier)planten importeren als onderdeel van het nationale fytosanitaire surveillanceprogramma (de fytobewaking). Doe dit ook in de omgeving van die bedrijven (waar relevant).
  • Bepaal bij een vondst van een soort uit het Scirtothrips dorsalis - complex om welke cryptische soort het gaat.
  • Houd informatie over de verspreiding van Eotetranychus lewisi binnen de EU bij en pleit er eventueel voor om de voorschriften die nu gelden met betrekking tot dit organisme bij import uit derde landen ook te laten gelden bij EU-intern verkeer.

Achtergrond

Aanleiding van het advies was het grote aantal vondsten van quarantaineorganismen in recente jaren (2021-2024) die konden worden gelinkt aan de import van sierplanten. In totaal ging het om 10 verschillende quarantainesoorten die met name staan genoemd in de EU-wetgeving.

Aanpak

BuRO heeft voor elk van de 10 quarantaineorganismen het risico voor Nederland beoordeeld en de effectiviteit van de huidige EU-regelgeving geëvalueerd om introductie van de organismen te voorkomen.

Resultaten

De huidige eisen die gesteld worden aan de import van planten of de implementatie van deze eisen  wordt als onvoldoende beschouwd om introductie van de meeste van de 10 organismen te voorkomen.

Als je rekening houdt met de mogelijkheden om het organisme te bestrijden, dan lijkt de potentiële schadelijkheid voor Nederland van de meeste van de 10 quarantaineorganismen klein of beperkt. Door verdere opwarming van het klimaat kan de potentiële impact van sommige organismen wel toenemen. De impact van een vondst of vestiging van elk van de 10 quarantaineorganismen kan toch groot zijn vanwege de verplichte quarantainemaatregelen.

Het quarantaineorganisme Scirtothrips dorsalis is een soortencomplex waarbinnen diverse soorten kunnen worden onderscheiden met verschillende ecologische eigenschappen. Bij regulering en vondsten van Scirtothrips dorsalis is het daarom wenselijk om onderscheid te maken tussen de soorten binnen het complex.