Wat moet u als teler, kweker of handelaar op het plantenpaspoort (laten) zetten? Bekijk de checklist om te zien aan welke eisen het plantenpaspoort moet voldoen.
Vorm van het plantenpaspoort
De wet stelt de volgende eisen aan het plantenpaspoort:
- Het plantenpaspoort is aangebracht op de kleinste handelseenheid, bijvoorbeeld op de doos, tray of pot.
- Bij een handelseenheid zit maar 1 plantenpaspoort.
- Het plantenpaspoort staat op een ondergrond die geschikt is om de verplichte gegevens op af te drukken. Bijvoorbeeld een plastic label of plastic pot.
- Het plantenpaspoort is duidelijk te onderscheiden van andere informatie of etiketten (zoals het certificeringsetiket) die ook op de ondergrond kunnen worden aangebracht.
- De verplichte gegevens staan in een rechthoekige of vierkante vorm.
- Het plantenpaspoort is duidelijk zichtbaar.
- Het plantenpaspoort is te lezen met het blote oog.
- De informatie op het plantenpaspoort kan niet veranderd of uitgewist worden.
De grootte en het lettertype van het paspoort mag u zelf bepalen.
Lay-out
- In de linkerbovenhoek staat altijd de vlag van de Europese Unie. Deze mag afgebeeld zijn in kleur of zwart-wit.
- In de rechterbovenhoek staat 'Plant passport'. Verhandelt of vervoert u naar of binnen een beschermd gebied (PZ)? Dan moet er 'Plant passport - PZ' staan.
- Verder staan op het plantenpaspoort de hoofdletters A, B, C en D. Deze zijn duidelijk herkenbaar. Hieronder leest u welke informatie er achter deze hoofdletters moet staan.
Plantenpaspoort voor handel en vervoer binnen de Europese Unie (EU)
Op het plantenpaspoort moeten de volgende gegevens staan:
De vlag staat linksboven op het paspoort, in kleur of zwart-wit.
De Engelse term 'Plant passport'staat rechtsboven op het paspoort. U mag dezelfde term in een andere Europese taal toevoegen. De woorden zijn dan gescheiden door een schuine streep. Bijvoorbeeld: Plantenpaspoort / Plant passport.
De botanische naam is de wetenschappelijke naam. Deze is meestal in het Latijn. U kunt de botanische naam bijvoorbeeld vinden op de website van European Plant Protection Organisation (EPPO). Vermeld eventueel ook de naam van het ras.
Gaat het niet om planten of plantaardige producten, maar bijvoorbeeld om gebruikte landbouwmachines? Vermeld de naam van het materiaal.
De code van het EU-land bestaat uit 2 letters. De codes staan in ISO 3166-1, en kunt u opzoeken in de Landenlijst ISO-code op deze website. De code voor Nederland is NL.
Als teler, kweker, handelaar of andere 'professionele marktdeelnemer' moet u zich registreren bij een keuringsdienst. U krijgt dan een registratienummer. Dit nummer staat achter de landencode.
Tussen de landencode en het registratienummer staat een koppelteken (streepje). Er staat dan bijvoorbeeld: NL - 123456789.
Geef een unieke code aan iedere partij planten (handelseenheid). Met deze code moet u in uw bedrijfsadministratie kunnen nagaan welke partij het betreft. U kunt bijvoorbeeld het nummer gebruiken dat u op uw leveranciersdocument vermeldt. Als er een ziekte of plaag uitbreekt, kan de partij met deze code snel opgespoord worden. Dit maakt het makkelijker om gepaste maatregelen te nemen. Bij een juiste codering kunnen de maatregelen beperkt worden tot de relevante planten. Anders gelden de maatregelen misschien voor het hele bedrijf.
U mag de traceerbaarheidscode aanvullen met een verwijzing naar een op de partij aangebrachte unieke streepjescode, chip, een hologram of andere gegevensdrager waarmee de partij makkelijker is op te sporen.
Een traceerbaarheidscode is niet altijd verplicht. Kijk bij Uitzonderingen traceerbaarheidscode voor meer informatie.
Hier staat de code van het land waar de plant vandaan komt. Dit kan een land binnen of buiten de EU zijn. De code bestaat uit 2 letters. Alle landencodes staan in ISO 3166-1, en kunt u opzoeken in de Landenlijst ISO-code op deze website.
Model voor plantenpaspoort uit EU-Verordening 2017/2313. In deze verordening staan meerdere modellen die u kunt gebruiken.
PZ-plantenpaspoort: plantenpaspoort voor beschermde gebieden
In de EU zijn een aantal beschermde gebieden (protected zones, PZ's). Dit zijn gebieden waar bepaalde ziekten of plagen helemaal niet voorkomen. Daarom gelden er strengere eisen, met het doel deze ziekten en plagen te weren en te bestrijden. Een overzicht van de beschermde gebieden en de eisen vindt u in het Register eisen en coderingen voor beschermde gebieden. In Nederland zijn geen beschermde gebieden aangewezen.
Verhandelt of vervoert u planten naar of binnen beschermde gebieden? Dan is een speciaal paspoort nodig. Op een PZ-plantenpaspoort moeten de volgende gegevens staan.
De vlag staat linksboven op het paspoort, in kleur of zwart-wit.
Dit staat rechtsboven op het paspoort. U mag dezelfde term in een andere Europese taal toevoegen. De woorden zijn dan gescheiden door een schuine streep. Bijvoorbeeld: Plantenpaspoort - PZ / Plant passport - PZ.
In het Register eisen en coderingen voor beschermde gebieden staat welke PZ-quarantaine-organismen er zijn, en welke landen en gebieden een PZ-status voor dat organisme hebben.
Vermeld de PZ-quarantaine-organismen voor het betreffende gebied direct onder de term Plant Passport - PZ. Hiermee bevestigt u dat de plant vrij is van het organisme.
Gebruik de wetenschappelijke naam of de EPPO-code voor het PZ-quarantaine-organisme. Deze vindt u allebei in het Register eisen en coderingen voor beschermde gebieden.
De botanische naam is de wetenschappelijke naam. Deze is meestal in het Latijn. U kunt de botanische naam bijvoorbeeld vinden op de website van European Plant Protection Organisation (EPPO). Vermeld eventueel ook de naam van het ras.
Gaat het niet om planten of plantaardige producten, maar bijvoorbeeld om gebruikte landbouwmachines? Vermeld de naam van het materiaal.
De code van het EU-land bestaat uit 2 letters. De codes staan in ISO 3166-1, en kunt u opzoeken in de Landenlijst ISO-code op deze website. De code voor Nederland is NL.
Als teler, kweker, handelaar of andere 'professionele marktdeelnemer' moeten u registreren bij een keuringsdienst. U krijgt dan een registratienummer. Dit registratienummer staat achter de landencode.
Tussen de landencode en het registratienummer staat een koppelteken (streepje). Er staat dan bijvoorbeeld: NL - 123456789.
Geef een unieke code aan iedere partij planten (handelseenheid). Met deze code moet u in uw bedrijfsadministratie na kunnen gaan om welke partij het gaat. U kunt bijvoorbeeld het nummer gebruiken dat u op uw leveranciersdocument vermeldt. Als er een ziekte of plaag uitbreekt, kan de partij met deze code snel opgespoord worden. Dit maakt het makkelijker om gepaste maatregelen te nemen. Bij een juiste codering kunnen de maatregelen beperkt worden tot de relevante planten. Anders gelden de maatregelen misschien voor het hele bedrijf.
U mag de traceerbaarheidscode aanvullen met een verwijzing naar een op de partij aangebrachte unieke streepjescode, chip, een hologram of andere gegevensdrager waarmee de partij makkelijker is op te sporen.
Hier staat de code van het land waar de plant vandaan komt. Dit kan een land binnen of buiten de EU zijn. De code bestaat uit 2 letters. Alle landencodes staan in ISO 3166-1, en kunt u opzoeken op de Landenlijst ISO-code op deze website.
Model voor het PZ-plantenpaspoort uit EU-Verordening 2017/2313. In deze verordening staan meerdere modellen die u kunt gebruiken.
Plantenpaspoort in combinatie met certificeringsetiket
Sommige plantaardige producten mag u pas in de EU in de handel brengen als ze gecertificeerd zijn. Dit geldt voor:
- bietenzaad voor de akkerbouw (suiker- en voederbieten)
- fruitgewassen voor de fruitteelt (herschikking)
- groentezaad
- pootaardappelen
- teeltmateriaal van fruitgewassen
- vegetatief materiaal voor wijnstokken
- zaaizaad van groenvoedergewassen
- zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen
- zaaizaad van zaaigranen
Keuringsdienst controleert en brengt certificeringsetiket aan
De keuringsdienst controleert eerst of uw producten voldoen aan de eisen die in Europese richtlijnen (zie hieronder) staan. Per gewasgroep zijn er andere regels en eisen. Als alles in orde is, brengt de keuringsdienst een certificeringsetiket aan op uw producten.
Gezamenlijk etiket
Het plantenpaspoort en het certificeringsetiket komen samen op hetzelfde etiket. Het plantenpaspoort staat direct boven het certificeringsetiket, en heeft dezelfde breedte.
Op het gezamenlijke etiket staat in de linkerbovenhoek de vlag van de Europese Unie, in kleur of zwart-wit.
In de rechterbovenhoek staat 'Plant passport'. Gaat het om een PZ-plantenpaspoort? Dan staat er 'Plant passport - PZ' met daaronder de PZ-quarantaine-organismen voor het gebied. De term 'Plant passport' mag daarnaast ook vermeld worden in een andere Europese taal.
Verder moet het plantenpaspoort voldoen aan dezelfde eisen als zonder certificering.
Europese richtlijnen over het certificeringsetiket
Het gaat hier om het certificeringsetiket zoals beschreven in de volgende richtlijnen:
- 66/401/EEG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen
- 66/402/EEG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van zaaigranen
- 68/193/EEG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van vegetatief materiaal voor wijnstokken
- 2002/54/EG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van bietenzaad
- 2002/55/EG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van groentezaad
- 2002/56/EG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen
- 2002/57/EG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen
- 2008/90/EG Richtlijn betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (herschikking)
Uitzonderingen traceerbaarheidscode
Op het plantenpaspoort staat (achter de hoofdletter C) de traceerbaarheidscode. Iedere partij planten heeft een unieke code.
Voorwaarden voor uitzondering
Het is niet altijd verplicht om een traceerbaarheidscode te vermelden op het plantenpaspoort. De traceerbaarheidscode is niet nodig als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Het gaat om planten voor opplant. Dit zijn plantaardige producten waar wortels aan zitten of aan kunnen groeien.
- De planten zijn klaar voor verkoop aan eindgebruikers. Er zijn geen verdere voorbereidingen nodig.
- Voor zover bekend kunnen er geen EU-quarantaine-organisme of plaagorganismen op de plant voorkomen. (U bent verantwoordelijk als deze toch worden aangetroffen.)
- Het gaat niet om een plantensoort of -categorie die in de bijlage van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1770 wordt genoemd. Die moeten namelijk altijd een traceerbaarheidscode hebben. Zie de lijst hieronder.
Deze planten moeten altijd een traceerbaarheidscode hebben
De voor opplant bestemde planten van deze soorten moeten altijd een traceerbaarheidscode hebben. (Maar voor zaden van deze soorten hoeft dat niet.)
Verplicht sinds 31 december 2021:
- Citrus
- Coffea
- Lavandula dentata L.
- Nerium oleander L.
- Olea europea L.
- Polygala myrtifolia L.
- Prunus dulcis (Mill.) D.A. Webb.
- Solanum tuberosum L.
Verplicht vanaf 1 juli 2025:
- Lavandula angustifolia Mill
- Lavandula x intermedia Emeric ex Loisel
- Lavandula latifolia Medik
- Lavandula stoechas L.
- Salvia Rosmarinus Spenn
Waar staat dit in de wet?
In artikel 78 tot en met 95 van Verordening (EU) 2016/2031 staan de regels voor de vorm en inhoud van het plantenpaspoort.
In Verordening (EU) 2017/2313 en Verordening (EU) 2020/1770 staan aanvullende regels voor het gebruik en de inhoud van plantenpaspoorten.