Lichamelijke ingrepen bij gevogelte/pluimvee

Houders van commercieel gehouden pluimvee (productiedieren) mogen onder voorwaarden zelf een aantal ingrepen uitvoeren bij hun dieren. Bijvoorbeeld:

  • Verkorten van de bovensnavel of ondersnavel bij kippen en kalkoenen (toegestaan tot 1 september 2018).
  • Leewieken van hoenderachtigen, eenden en ganzen tot 2 dagen oud (toegestaan tot 1 januari 2018).

Vanaf 1 januari 2017 mogen houders van pluimvee geen dieren meer houden die een ingreep hebben ondergaan die op dat moment in Nederland is verboden. Dit is het gevolg van de wijziging van het Besluit houders van dieren van 30 september 2015. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende, verboden ingrepen:

  • Het verwijderen van een deel van de sporen bij mannelijke kippen.
  • Het verwijderen van de kammen bij mannelijke kippen(beide verboden sinds 1 januari 2015).

De ingrepen die de houder van dieren mag uitvoeren, staan per diergroep in het Besluit houders van dieren hoofdstuk 2 en het Besluit diergeneeskundigen, hoofdstuk 2. Houders van dieren die niet voor landbouwdoeleinden worden gehouden, mogen geen ingrepen bij hun dieren uitvoeren.

Meer over toegestane ingrepen voor gevogelte leest u in het Besluit diergeneeskundigen, artikel 2.2.

Meer over het houdverbod pluimvee met ingrepen leest u op de website van RVO.

Meer informatie