In 2025 heeft de NVWA een naleefmeting uitgevoerd bij telers van tomaten in kassen. Hiermee hebben we onderzocht of binnen deze sector de wettelijke regels voor het gebruik van biociden goed worden nageleefd.

In het kort: naleving regels biociden in tomatenteelt slechts 10%

In 2025 voerden we 29 inspecties uit bij telers van tomaten in kassen. De bedrijven zijn aselect binnen deze teelt gekozen, dat betekent dat de bedrijven willekeurig zijn geselecteerd vanuit alle tomatentelers in de glastuinbouw in Nederland. Tijdens de inspecties controleerden we of de telers zich aan de wet- en regelgeving voor het gebruik van biociden hielden.

Van de 29 inspecties waren er 26 niet akkoord, 3 inspecties waren wel akkoord. Dit betekent dat 90% van de gecontroleerde bedrijven zich niet aan de regels hield voor het gebruik van biociden. De naleefindicatie is hiermee slechts 10%. Door onjuist gebruik of gebruik van niet toegelaten biociden zijn er mogelijke risico’s voor mens, dier en milieu

In totaal zijn er 87 overtredingen geconstateerd bij het gebruik van biociden, waarvan 82 werden begaan door de telers zelf en 5 door ingehuurde bedrijven die biociden toepasten. Dit waren de meest voorkomende overtredingen:

  • onjuist gebruik van desinfectiemiddelen (geconstateerd bij 23 inspecties)
  • gebruik van niet toegelaten biociden (geconstateerd bij 16 inspecties)
  • onjuist gebruik van ratten- en muizengif en niet voldoen aan de licentie- en certificeringseisen (geconstateerd bij 10 inspecties)

Inspectieresultaten: inspecties biociden in tomatenteelt onder glas

Aanleiding

De NVWA houdt toezicht op de naleving van de wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb). Wij hadden nog geen beeld van de naleving van de regels voor het gebruik van biociden op glastuinbouwbedrijven waar tomaten worden geteeld. Daardoor hadden we ook geen beeld van de mogelijke risico’s voor mens, dier en milieu bij het onjuist gebruik van biociden. Dit was de reden voor het uitvoeren van een naleefmeting in de tomatenteelt.

Waarop is gecontroleerd?

We controleerden welke biociden op de bedrijven aanwezig waren, of deze toegelaten waren en of ze op de juiste wijze werden gebruikt. Omdat het een naleefmeting betrof keken we naar alle soorten aanwezige biociden, zoals desinfectiemiddelen, insecticiden (anders dan gewasbeschermingsmiddelen) en knaagdierbestrijdingsmiddelen (ratten- en muizengif). Tijdens de inspecties letten we onder meer op de volgende zaken:

  • of de biociden waren toegelaten
  • of de biociden werden gebruikt volgens het wettelijk gebruiksvoorschrift (of als het ging om biociden die zijn toegelaten onder de Biocidenverordening volgens de voorschriften in de SPC: Summary of Product Characteristics)
  • of de biociden uitsluitend werden gebruikt voor het toepassingsgebied waarvoor ze zijn toegelaten
  • of rodenticiden (ratten- en muizengif) met de juiste licentie en bedrijfscertificering werden gebruikt en op voorraad gehouden
  • of het gebruik van biociden werd geregistreerd

Ook controleerden we of ingehuurde plaagdier- en ontsmettingsbedrijven (loonwerkers) zich aan de regels hielden.

Resultaten

Van de 29 inspecties bij tomatentelers waren er 26 niet akkoord (zie Figuur 1). In totaal zijn er 87overtredingen van de regels voor biociden geconstateerd. Het aantal overtredingen per bedrijf varieerde van 2 tot 6. In Figuur 2 staat om welke typen overtredingen het ging. Een verdere specificatie staat in de tabellen 1.1 tot en met 1.8.

3 inspecties waren akkoord. Het betrof 2 biologische telers en 1 proefbedrijf. Op dit proefbedrijf vond geen teelt van tomaten voor consumptie plaats, maar werden bijvoorbeeld tomatenrassen getest.

Alle bedrijven waar overtredingen werden geconstateerd zijn aangesloten bij een of meerdere private kwaliteitssystemen en in het bezit van een of meerdere certificeringen.

Figuur 1: aantal inspecties akkoord/niet akkoord

Inspecties biociden toezicht 2025 tomaat onder glas

Overtredingen: vooral onjuist gebruik van desinfectiemiddelen

Figuur 2: verdeling type overtredingen (87 totaal)

Type overtredingen regels voor biociden

Bij de meeste inspecties die niet akkoord waren ging het om overtredingen van de gebruiksvoorschriften van desinfectiemiddelen. Ook zagen we dat er veel niet-toegelaten biociden werden gebruikt, met name voor desinfectie. Telers mogen alleen toegelaten biociden gebruiken, en dan ook alleen voor de juiste toepassing en volgens de voorschriften. Alleen dan is de werking van de biociden voldoende gegarandeerd en zijn eventuele risico’s voor mens, dier en milieu acceptabel. Dit wordt wetenschappelijk beoordeeld bij de toelating.

Welk type overtredingen?

In tabel 1.1 staan de types overtredingen, het aantal inspecties waarbij deze zijn geconstateerd en het aantal keer dat ze voorkwamen. Op een bedrijf kunnen meerdere middelen onjuist worden gebruikt, waardoor het aantal overtredingen soms hoger is dan het aantal inspecties dat niet akkoord is. Hieronder geven we een toelichting op de overtredingen.

Tabel 1.1 aantal overtredingen per type en aantal inspecties
Type overtredingAantal inspecties niet akkoord Aantal overtredingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Onjuist gebruik biociden (desinfectiemiddelen)233679,3%
Gebruik en aanwezigheid van niet toegelaten biocide1620

55%

Onjuist gebruik en/of geen licentie/ bedrijfscertificering ratten- en muizengif 101834,5%
Onjuist gebruik biociden door loonwerkers5517,2%
Onjuiste registratie van het gebruik van biociden 6620,7%
Onzorgvuldig omgaan met biociden of gewasbeschermingsmiddelen (zorgplicht) 226,9%

Onjuist gebruik biociden (desinfectiemiddelen)

Tijdens 23 inspecties constateerden we 36 keer dat de telers zich niet aan de toepassingsvoorwaarden van verschillende desinfectiemiddelen hielden.

Tabel 1.2 Onjuist gebruik biociden (desinfectiemiddelen)
Type toepassingAantal inspecties niet akkoordAantal onjuiste toepassingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Onjuiste desinfectie van oppervlakken en materialen in de kas111437,9%
Onjuiste desinfectie via continu dosering aan watersystemen naar de plant.1111

37,9%

Onjuiste desinfectie van schoeisel 1111

37,9%

Onjuiste handendesinfectie6620,7 %
Onjuiste desinfectie van water in een schoon water silo113,4%
Onjuiste desinfectie van water in een dompelbad voor tomaten113,4%

Het betrof onjuist gebruik van 10 verschillende desinfectiemiddelen die zijn toegelaten voor desinfectie van oppervlakken, materialen en water (geen drinkwater). Per biocide hebben we vastgesteld aan welke gebruiksvoorwaarden of gebruiksvoorschriften niet werd voldaan. Soms werd een gebruiksvoorschrift van een desinfectiemiddel op meerdere wijzen overtreden. Daarom is het totaal aantal onjuiste toepassingen in de tabel hoger dan 36.

Tabel 1.3. Desinfectiemiddelen met werkzame stoffen waarvan specifieke gebruiksvoorwaarden en/of de verplichte gebruiksvoorschriften zijn overtreden
Werkzame stofAantal middelenAantal keer onjuist gebruiktSpecifieke voorwaarden voor gebruik waaraan niet is voldaan
Waterstofperoxide (zilver gestabiliseerd)27Voor verwijderen biofilm in waterleidingen (niet aan irrigatiewaterwater toevoegen) en niet voor oppervlakken in kassen
Waterstofperoxide (zilver gestabiliseerd)11Niet gebruiken in teelt
Chloordioxide13Niet gebruiken bij teelt consumptiegewassen
Natriumhypochloriet310Niet gebruiken in teelt

pentakalium bis(peroxymonosulfaat)bis(sulfaat) (nieuwe naam: Triwaterstof-pentakaliumdi(peroxomonosulfaat)di(sulfaat))

113Alleen in lege kassen; niet gebruiken op handen
pentakalium bis(peroxymonosulfaat)bis(sulfaat)11Niet gebruiken op handen

Hieronder gaan we verder in op de verschillende overtredingen.

Onjuiste desinfectie van oppervlakken en materialen in de kas

Desinfectiemiddelen met de volgende werkzame stoffen werden onjuist gebruikt bij het ontsmetten van bijvoorbeeld gereedschappen, mesjes, vloeren, teeltgoten, karren en handschoenen:

  • 2x waterstofperoxide(zilver)
  • 6x natriumhypochloriet
  • 6x pentakalium bis(peroxymonosulfaat)bis(sulfaat)

In totaal ging het om 14 overtredingen. Onjuist gebruik in kassen kan risico’s geven voor het milieu, bijvoorbeeld bij lekkage. Bij contact met de planten is er een risico op residuen in gewassen. Ook zijn er risico’s voor de gebruiker als deze onvoldoende beschermd is.

Onjuiste desinfectie via continu dosering aan watersystemen naar de plant

Bij de teelt van tomaten worden desinfectiemiddelen gebruikt om biofilm uit de waterleiding te verwijderen. De waterleiding moet worden nagespoeld met drinkwater, zodat schoon water naar de planten gaat. Bij deze toepassing zagen we 11 overtredingen. Daarbij werden desinfectiemiddelen met de volgende werkzame stoffen gebruikt:

  • 7x waterstofperoxide gestabiliseerd met zilver
  • 1x natriumhypochloriet
  • 3x chloordioxide

Als natriumhypochloriet, chloordioxide en zilver (als hulpstof) worden toegevoegd aan het irrigatiewater kunnen ze in het milieu terechtkomen, bijvoorbeeld via lekkage in de kas. Ook kunnen de stoffen opgenomen worden via de plantwortels. Er is dan een risico op residuen in de gewassen.

Meerdere telers verklaarden dat ze waterstofperoxide aan het waterafgiftesysteem hebben toegevoegd om de ziekte “crazy roots” tegen te gaan. Dit gebeurde vaak op advies van een externe adviseur. Inspecteurs hebben op meerdere websites van distributeurs reclame aangetroffen voor het bestrijden van crazy roots door middel van een biocide. Het is verboden om een biocide als gewasbeschermingsmiddel in te zetten. Het is ook niet toegestaan om hier reclame voor te maken. Wij hebben dit gemeld aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die toezicht houdt op handel in en reclame voor biociden.

Onjuiste desinfectie van schoeisel

Desinfectiemiddelen op basis van pentakalium bis(peroxymonosulfaat)bis(sulfaat) werden op onjuiste wijze gebruikt om schoenen bij de kasbetreding te ontsmetten. Dit gebeurde 10 keer. De middelen werden bijvoorbeeld gebruikt met een te korte contacttijd, of ze werden gebruikt in doorloopmatten of in een drukspuit. Dit is niet toegestaan.

1 keer werd een desinfectiemiddel met natriumhypochloriet gebruikt. Deze stof is niet toegelaten voor biociden-gebruik in teelten. Onjuist gebruik kan leiden tot onvoldoende desinfectie en tot blootstelling van de gewassen aan de werkzame stof bij betreding van de kas.

Onjuiste desinfectie van handen

Bij betreding van de kas werden handen ontsmet met desinfectiemiddelen op basis van pentakalium bis(peroxymonosulfaat)bis(sulfaat). Hierbij kwam het middel rechtstreeks in contact met de huid. Dit gebeurde 6 keer. Deze middelen, die alleen toegelaten zijn voor desinfectie van oppervlakken en materialen, kunnen een allergische huidreactie of ander huidletsel veroorzaken.

Overige onjuiste desinfectie

We constateerden nog 2 keer onjuist gebruik van natriumhypochloriet. Het middel werd 1 keer toegevoegd aan een schoonwaterbassin en 1 keer aan het dompelbad voor tomaten. Hierbij kunnen residuen zoals chloraat in de gewassen en tomaten ontstaan.

Gebruik en aanwezigheid van niet-toegelaten biociden

Biociden bevatten werkzame stoffen of bestaan uit werkzame stoffen. In Nederland mogen alleen biociden gebruikt worden die zijn toegelaten. Dit betekent dat de biociden wetenschappelijk getoetst zijn op samenstelling, juiste werking en risico’s voor mens, dier en milieu. Zonder deze toelating mag de werkzame stof of het mengsel waar deze stof in zit niet worden gebruikt als biocide.

Tijdens 16 inspecties constateerden we 20 keer het gebruik of de aanwezigheid van niet-toegelaten biociden.

Tabel 1.4 Gebruik en aanwezigheid van niet-toegelaten biociden
Type overtredingAantal inspecties niet akkoordAantal overtredingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Chemisch mengsel zonder biociden-toelating inzetten als biocide912

31%

Een gewasbeschermingsmiddel inzetten als biocide336.9%
Een biocide zonder NL toelating gebruiken226.9%
Biociden met een vervallen toelating aanwezig226.9%
Een niet in de EU goedgekeurde werkzame stof gebruiken 113,4%

Het ging om de volgende overtredingen:

  • Waterstofperoxide zonder toelating als biocide werd gebruikt voor het bestrijden van biofilm in waterleidingen, waarbij continu werd gedoseerd aan het water afgifte systeem. Dit gebeurde 10 keer. Ook werd waterstofperoxide 2 keer gebruikt voor desinfectie van oppervlakken en materialen in de kas.
  • 3 keer werd een gewasbeschermingsmiddel als biocide gebruikt voor de desinfectie van doorloopmatten.
  • 2 keer werden biociden met een buitenlandse toelating gebruikt. Het betrof vliegenbestrijdingsmiddelen voor gebruik in verblijfsruimte voor medewerkers.
  • 2 keer waren er biociden met een vervallen toelating aanwezig.
  • 1 keer werd een in-situ biocide gebruikt. Dit gebeurde door het genereren van chloor op basis van kaliumchloride. Deze zogenaamde precursor is niet in Europa goedgekeurd als werkzame stof en mag daarom niet worden gebruikt.

Meerdere keren is geconstateerd dat waterstofperoxide zonder een toelating voor gebruik als biocide werd aanbevolen door een vertegenwoordiger van een biociden-distributeur, mogelijk omdat zo’n middel goedkoper is dan een toegelaten biocide. Hierbij is de distributeur ook in overtreding. Het betrof middelen van verschillende merken. Wij hebben dit gemeld aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die toezicht houdt op handel in en reclame voor biociden.

Ratten en muizengif: voorraad, gebruik en licentie/certificering

Tijdens 10 inspecties constateerden we 18 overtredingen rondom het gebruik van ratten- en muizengif (rodenticiden).

Tabel 1.5 Onjuist gebruik en/of geen licentie/bedrijfscertificering ratten- en muizengif
Type overtredingAantal inspecties niet akkoordAantal overtredingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Onjuist gebruik van ratten- en muizengif 6720,7%
Gebruik van ratten- en muizengif zonder juiste licentie en/of bedrijfscertificering6620,7%
Ratten- en muizengif op voorraad zonder de juiste licentie5517,2%

Het ging om de volgende overtredingen:

  • Tijdens 6 inspecties constateerden we 7 keer onjuist gebruik van ratten- en muizengif. Het gif was bijvoorbeeld los gestrooid in de kas in plaats van in een lokaaskist.
  • Tijdens 6 inspecties constateerden we dat ratten- en muizengif werd gebruikt zonder dat het bedrijf beschikte over de hiervoor verplichte IPM bedrijfscertificering. Als een teler of een personeelslid zelf knaagdieren wil bestrijden met ratten-en muizengif moet deze ook beschikken over een juiste licentie IPM-Knaagdierbeheersing (IPM-KBA). Dit is vereist omdat het zeer giftige middelen betreft. De meeste middelen die we aantroffen waren op basis van de werkzame stof difethialon.
  • Tijdens 5 inspecties constateerden we dat ratten- en/of muizengif aanwezig was zonder dat de teler of een personeelslid beschikte over de juiste licentie IPM-Knaagdierbeheersing (IPM-KBA).

Onjuist gebruik biociden door loonwerkers

Tijdens de inspecties is ook gecontroleerd hoe kassen worden gedesinfecteerd tijdens de teeltwissel. Dat is de periode waarin oude planten worden verwijderd en de kas wordt schoongemaakt en gedesinfecteerd. De volgende teeltronde met nieuwe planten start dan hygiënisch.

Tijdens 5 inspecties constateerden we overtredingen bij het uitvoeren van ruimtedesinfectie van de kas. Deze werkzaamheden werden in opdracht van telers uitgevoerd door een extern bedrijf. Bij 4 van deze inspecties zagen we dat er tijdens de desinfectie met een biocide op basis van formaldehyde (formaline) een of meerdere gewasbeschermingsmiddelen met de werkzame stof deltamethrin of pyridaben werden toegevoegd. Deze gewasbeschermingsmiddelen mogen niet worden verneveld in een lege kas. Daarnaast mag een biocide niet gemengd worden met een gewasbeschermingsmiddel.

Tabel 1.6 Onjuist gebruik biociden door loonwerkers
Type overtredingAantal inspecties niet akkoordAantal overtredingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Totaal5517,2%

Naar aanleiding van de geconstateerde overtredingen met de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen is een strafrechtelijk onderzoek gestart.

Onjuiste registratie

Tijdens 6 inspecties constateerden we dat het gebruik van biociden niet goed werd geregistreerd. Er was bijvoorbeeld geen registratie aanwezig of de biociden werden geregistreerd als meststoffen.

Tabel 1.7 Onjuiste registratie van het gebruik van biociden
Type overtredingAantal inspecties niet akkoordAantal overtredingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Totaal6620,7%

Overtreding van de zorgplicht

Tijdens 2 inspecties is een overtreding van de zorgplicht geconstateerd. Dit betekent dat onzorgvuldig en onveilig met biociden en gewasbeschermingsmiddelen werd omgegaan op het bedrijf.

Type overtreding
Type overtredingAantal inspecties niet akkoordAantal overtredingenPercentage inspecties niet akkoord (gebaseerd op 29 inspecties)
Totaal226,9%

Hoe hebben wij gehandhaafd?

Wij hebben gehandhaafd volgens ons interventiebeleid. We hebben de volgende interventies toegepast:

  • We hebben 26x een rapport van bevindingen opgesteld. Op basis hiervan kan een boete of andere maatregel worden opgelegd. In een rapport van bevindingen kunnen meerdere boete-waardige overtredingen worden beschreven.
  • We hebben 7x een officiële waarschuwing gegeven aan bedrijven waar ook een rapport van bevindingen is opgesteld.

Overdracht andere inspectiediensten

Het toezicht op wet- en regelgeving van biociden is verdeeld over meerdere inspectiediensten. Daarom melden wij bepaalde overtredingen aan andere diensten, volgens de hiervoor geldende samenwerkingsafspraken.

Overtredingen begaan door ingehuurde bestrijdingsbedrijven en distributeurs van biociden bestemd voor professioneel gebruik melden we aan toezichthouder ILT voor opvolging en afhandeling.

  • In adviesrapporten van adviseurs aan telers werd afgeweken van de toegelaten dosering en toepassingswijze van biociden. Ook werden chemische mengsels (“technische stoffen”) verkocht aan Nederlandse afnemers met als doel het gebruik als biocide. We hebben deze distributeurs gemeld aan ILT.
  • We constateerden dat tijdens de kasontsmetting met biociden op basis van formaldehyde medewerkers van een loonwerker in de ruimte aanwezig bleven. Dit is niet toegestaan volgens de gebruiksvoorschriften van het biocide, onder meer omdat formaldehyde een kankerverwekkende stof is. We hebben de overtredingen door deze ontsmettingsbedrijven gemeld bij ILT. Ook is melding gedaan bij de Arbeidsinspectie.

Vervolgaanpak

Tijdens deze naleefmeting constateerden we een groot aantal overtredingen. Het merendeel van de telers hield zich niet aan de regels. Onjuist gebruik van biociden en het gebruik van niet-toegelaten biociden kan risico’s opleveren voor mens, dier en milieu. Daarom zijn wij al tijdens het project in gesprek gegaan met Glastuinbouw Nederland en andere betrokken stakeholders. Vervolggesprekken over de inspectieresultaten met de sector en certificeringsbedrijven zullen nog plaatsvinden. Glastuinbouw Nederland heeft verschillende acties in gang gezet om de naleving door telers te verbeteren, zoals het opstellen van richtlijnen voor telers over juist gebruik van desinfectie- en reinigingsmiddelen en door de telers te wijzen op juist gebruik van biociden tijdens bijeenkomsten.

We bespreken de resultaten ook met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), en met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), dat verantwoordelijk is voor het biociden-beleid. Uit de naleefmeting in 2025 blijkt dat er veel overtredingen zijn bij het gebruik van biociden in de tomatenteelt. We nemen de inspectieresultaten mee bij het inrichten van het risicogericht toezicht op het gebruik van biociden op agrarische bedrijven.