Zo bestrijden wij Q-organismen
De NVWA neemt direct maatregelen bij de vondst van een quaraintaine-organisme (ook wel: Q-organisme of Q) in Nederland. In protocollen en draaiboeken is vastgelegd wat er moet gebeuren. In principe moeten Q-organismen altijd volledig worden uitgeroeid.
Dit gebeurt er bij de vondst van een Q-organisme
Als we een melding krijgen dat er misschien een Q-organisme in Nederland is, is dit meestal onze werkwijze.
Onderzoek
Onze inspecteurs gaan naar de locatie waar het Q-organisme is aangetroffen. Zij doen onderzoek en nemen monsters en laten deze onderzoeken in een officieel laboratorium: bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Vectoren, Invasieve Planten en Plantgezondheid (NIVIP).
Het NIVIP heeft een gespecialiseerde afdeling per organismesoort (insect, schimmel, bacterie, virus of nematode) en heeft veel expertise in huis op het gebied van Q-organismen.
Vastlegging van partij of locatie
Totdat de uitslag van het onderzoek bekend is, leggen we de locatie en/of de partij waarin het organisme is aangetroffen vast. Dat geldt soms ook voor het gebied rondom de locatie. Dit betekent dat er vanaf deze locatie geen planten meer vervoerd mogen worden.
Maatregelen
Als uit het onderzoek blijkt dat het inderdaad om een Q-organisme gaat, worden er eliminatiemaatregelen opgelegd. De planten moeten bijvoorbeeld behandeld worden met kou of bestrijdingsmiddelen. Als er geen middelen tegen het organisme zijn, moet het besmette materiaal vernietigd worden bij een daarvoor goedgekeurde vernietigingslocatie.
In sommige situaties stellen we ook een bufferzone in. In deze zone leggen we maatregelen op om verspreiding te voorkomen en controleren we of het organisme niet verder verspreidt.
We proberen de bron van de ziekte of plaag op te sporen en brengen mogelijke besmettingsroutes in kaart. Hierbij is het plantenpaspoort of fytosanitair certificaat heel belangrijk, omdat dit laat zien waar de planten vandaan komen. We moeten voorkomen dat de ziekte of plaag zich nog verder kan verspreiden.
Pas als zeker is dat het Q-organisme is uitgeroeid, heffen we de maatregelen op.
Draaiboeken en protocollen
Welke maatregelen precies nodig zijn, verschilt per Q-organisme. Voor de prioriteitsorganismen zijn er draaiboeken opgesteld. Er zijn publieke uitvoeringsdraaiboeken beschikbaar voor de volgende organismen:
- Xylella fastidiosa
- Popillia japonica
- Anoplophora boktorren
Daarnaast is er het overkoepelende Algemeen Draaiboek Plantgezondheid.
Draaiboek opvragen
Wilt u een draaiboek inzien? U kunt het betreffende draaiboek opvragen via plantQmeldingen@nvwa.nl. Wij sturen het dan aan u toe per mail.
Belangrijkste maatregel: preventie
De belangrijkste maatregel tegen Q-organismen is preventie. Als we kunnen voorkomen dat er Q-organismen in Nederland terechtkomen, hoeven we ze ook niet te bestrijden. Daarom informeren we bedrijven en particulieren over de risico’s van Q-organismen, bijvoorbeeld via deze website, de nieuwsbrief Plantenziekten en plagen en campagnes op social media. Ook wijzen we ondernemers op de preventieve maatregelen die zij kunnen nemen.
Samenwerking met keuringsdiensten
Hierbij werken we nauw samen met de keuringsdiensten:
- Naktuinbouw
- Bloembollenkeuringsdienst (BKD)
- Kwaliteitscontrolebureau (KCB)
- Nederlandse Algemene keuringsdienst (NAK)
De keuringsdiensten voeren onder meer surveys uit. Tijdens deze jaarlijkse controles voeren ze steekproeven uit om te controleren op de aanwezigheid van bepaalde ziekten. Vroege opsporing is belangrijk om effectief te kunnen bestrijden.