Op groente, fruit en andere levensmiddelen zitten vaak nog bestrijdingsmiddelen. Als een consument te veel bestrijdingsmiddelen binnenkrijgt, kan dat schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarom zijn er wettelijke normen die bepalen hoeveel residuen van bestrijdingsmiddelen er maximaal in of op levensmiddelen mogen zitten.
Wat zijn residuen van bestrijdingsmiddelen?
Een residu is de werkzame stof van een bestrijdingsmiddel op een levensmiddel. Dit residu heeft een functie. Een voorbeeld hiervan is een schimmelwerende werking. Het residu is werkzaam zolang het op het levensmiddel aanwezig is.
Veilige hoeveelheden: ADI en ARfD
Voor elk bestrijdingsmiddel is vastgesteld hoeveel residu veilig is voor mensen. Er zijn 2 grenswaarden: de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en de acute referentie dosis (ARfD).
Aanvaardbare dagelijkse inname (Acceptable Daily Intake, ADI)
De ADI geeft aan hoeveel residu van een bestrijdingsmiddel iemand levenslang dagelijks mag binnenkrijgen zonder dat er een gezondheidsrisico is.
Acute referentie dosis (Acute Reference Doses, ARfD)
De ARfD geeft aan hoeveel residu iemand op 1 dag mag binnenkrijgen zonder dat er een gezondheidsrisico is.
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek
Deze gezondheidskundige grenswaarden zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Ze worden op Europees niveau vastgesteld door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). De ADI en ARfD worden gebruikt om te bepalen hoeveel residuen van bestrijdingsmiddelen er op of in levensmiddelen mogen zitten.
Maximale hoeveelheid in levensmiddelen: de MRL
Van elk bestrijdingsmiddel is vastgesteld hoeveel residu er uiteindelijk in of op een levensmiddel mag zitten. Dit is de Maximale Residu Limiet (MRL). De MRL’s gelden voor alle levensmiddelen in de EU, ook voor geïmporteerde producten. Een MRL wordt uitgedrukt in milligram per kilogram (mg/kg).
MRL’s staan in de wet
De MRL's voor residuen van bestrijdingsmiddelen zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 396/2005. De Europese Commissie houdt een database bij waarin alle MRL's zijn te vinden: EU Pesticides Database.
Hoe worden de MRL’s bepaald?
De MRL's worden vastgesteld op basis van goed landbouwkundig gebruik. Bedrijven mogen niet meer bestrijdingsmiddelen gebruiken dan noodzakelijk is.
Daarnaast is het bij het vaststellen van een MRL altijd een vereiste dat de hoeveelheid residu veilig is voor de consument en dat de MRL zo laag mogelijk is. Voor kwetsbare groepen zoals zuigelingen gelden andere MRL’s.
Goed landbouwkundig gebruik
De MRL is de laagst mogelijke hoeveelheid residu. Deze lage grens is alleen haalbaar als bedrijven niet meer bestrijdingsmiddelen gebruiken dan nodig is om een ziekte of plaag goed te bestrijden. Dit heet ook wel goed landbouwkundig gebruik.
Veilig voor de consument
De MRL mag niet leiden tot een overschrijding van de gezondheidskundige grenswaarden, de ADI en de ARfD. Dit betekent dat de MRL altijd lager ligt dan vanuit het oogpunt van gezondheid noodzakelijk is. Uit onze berekeningen blijkt ook dat er vrijwel nooit sprake is van een gevaar voor de volksgezondheid, als een MRL wel wordt overschreden.
Bij het bepalen van de MRL wordt rekening gehouden met het voedingspatroon. Een consument kan een bepaalde stof via meerdere producten binnenkrijgen. Het is dus belangrijk om te weten hoeveel een consument gemiddeld en maximaal van deze producten eet. Voor producten die veel gegeten worden, kan de MRL anders liggen dan voor producten die heel weinig gegeten worden.
MRL’s voor kwetsbare groepen
Zuigelingen en jonge kinderen zijn kwetsbaar. Daarom zijn er strenge normen voor producten voor deze groepen consumenten. De producten mogen niet meer dan 0,01 milligram per kilogram (mg/kg) residuen van pesticiden bevatten. Voor een aantal specifieke pesticiden gelden nog striktere maximale gehaltes.
Meer informatie staat in het Handboek Regelgeving Voeding voor specifieke groepen.
Wat gebeurt er bij een overschrijding van de MRL?
Bedrijven moeten ervoor zorgen dat hun levensmiddelen veilig zijn. Ze moeten er dus ook voor zorgen dat de MRL niet wordt overschreden. Als dat toch gebeurt, moeten ze direct maatregelen nemen. Ze moeten de producten uit de handel halen. Ook moeten ze het bij de NVWA melden als een MRL wordt overschreden.
Niet direct een gezondheidsrisico bij overschrijding
Er is niet direct een gezondheidsrisico als de MRL wordt overschreden. Dat is er alleen als de gezondheidskundige grenswaarden ADI en ARfD worden overschreden.
In de praktijk wordt de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) nooit overschreden. Het is onwaarschijnlijk dat iemand levenslang hetzelfde product met dezelfde hoeveelheid bestrijdingsmiddelen eet. Het komt ook zelden voor dat de acute referentie dosis (ARfD) wordt overschreden. De strenge eisen voor goed landbouwkundig gebruik zorgen hiervoor.
Als zowel de MRL als de ARfD wordt overschreden, is er een gevaar voor de volksgezondheid en worden de producten zo snel mogelijk uit de handel gehaald.
Controle via steekproeven
De NVWA voert jaarlijks een steekproef uit. Hiervoor nemen we monsters van duizenden producten. In het laboratorium laten we onderzoeken of de MRL wordt overschreden.
Veruit het grootste deel van deze producten voldoet aan de wettelijke eisen. Ieder jaar is er maar een paar procent waar te veel bestrijdingsmiddel op zit. Deze producten moeten uit de handel worden gehaald. Kijk voor de cijfers naar onze inspectieresultaten.
Veelgestelde vragen
De kans is klein dat resten van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit schadelijk zijn voor uw gezondheid. De toegestane hoeveelheden zijn heel laag. De Europese limieten zijn de strengste ter wereld. De voordelen van groente en fruit zijn juist groot. Zie ook het advies van het Voedingscentrum om groente en fruit te blijven eten.
In ons voedsel zitten residuen van verschillende bestrijdingsmiddelen. Combinaties van verschillende bestrijdingsmiddelen worden ook wel ‘cocktails’ genoemd. Veel mensen maken zich zorgen over het effect van deze combinaties op de gezondheid. Dit wordt ook wel het cocktaileffect genoemd.
Verschillende Europese instanties, zoals de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), en het RIVM onderzoeken of de combinatie van verschillende residuen schadelijk kan zijn. Ze gebruiken hiervoor speciale rekenmodellen die laten zien hoeveel mensen in totaal binnenkrijgen via voedsel.
Deze modellen laten op dit moment zien dat de hoeveelheid die mensen binnenkrijgen via voedsel in de praktijk binnen veilige grenzen blijft. Tot op heden is er geen gezondheidsrisico aangetoond. Het onderzoek loopt nog. De EFSA verwacht dit rond 2030 te kunnen afronden. Mocht er toch een gezondheidsrisico worden vastgesteld, dan adviseert EFSA aan de Europese Commissie om de wettelijke normen aan te scherpen.