Vanaf 2026 gelden strengere eisen aan de traceerbaarheid van vis en visproducten. Om u te helpen beantwoorden we op deze pagina een aantal veelgestelde vragen over dit onderwerp. Dit gaat vooral over hoe u in de praktijk om moet gaan met partijen, identificatie en het doorgeven van informatie. Daarnaast leggen we enkele begrippen uit.
De traceerbaarheidsgegevens moeten beschikbaar worden gesteld voor zowel partijen verse als partijen bevroren visserij- en aquacultuurproducten, vallend onder hoofdstuk 3 van de gecombineerde nomenclatuur, die vanaf 10 januari 2026 op de markt worden gebracht.
Het maakt daarbij niet uit of deze in de EU zijn ingevoerd of niet. De traceerbaarheidseisen gelden ook voor levende vis. Maar niet voor zeezoogdieren, siervissen, schaal- en schelpdieren voor sierdoeleinden, en ook niet voor weekdieren of algen voor sierdoeleinden.
Gevangen of geoogste visserij- en aquacultuurproducten worden in partijen verdeeld voordat ze op de markt worden gebracht.
U vindt dit in artikel 56 bis, lid 1 van de nieuwe controleverordening.
Houd er ook rekening mee dat producten waarvoor gemeenschappelijke handelsnormen gelden, volgens deze normen op de markt moeten worden aangeboden.
Een partij visserijproducten, vallend onder hoofdstuk 3 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), mag alleen bestaan uit:
- één soort met dezelfde aanbiedingsvorm van het product,
- die afkomstig is uit hetzelfde geografische gebied,
- en komt van hetzelfde vissersvaartuig of dezelfde groep vissersvaartuigen.
U vindt dit in artikel 56 bis, lid 2 van de nieuwe controleverordening.
De aanbiedingsvorm beschrijft de staat van verwerking van het visserijproduct. Bijvoorbeeld: ‘Ontdaan van ingewanden (GUT)’ of ‘In gehele staat (WHL)’.
U vindt de codes en omschrijvingen in bijlage I van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196.
Ja, dat mag nadat partijen op de markt zijn gebracht. Hiervoor gelden wel voorwaarden. Bij het samenstellen van een partij moet u:
- De traceerbaarheidsgegevens voor de nieuw gecreëerde partij verstrekken. Zoals bijvoorbeeld unieke identificatienummers van de visreizen.
- De gegevens over de samenstelling van deze partij behouden en deze kunnen verstrekken. Het gaat dan met name om de gegevens en hoeveelheden over elke partij visserijproducten waaruit de nieuwe partij is samengesteld.
U vindt dit in artikel 56 bis, lid 5 van de nieuwe controleverordening.
Degene die een partij indeelt bepaalt het identificatienummer. Had u al een procedure voor het toekennen van een identificatienummer, dan kunt u die blijven gebruiken. Uiteindelijk moet iedere partij die valt onder hoofdstuk 3 van de gecombineerde nomenclatuur voorzien zijn van een identificatienummer.
U vindt dit in artikel 58, lid 5, onderdeel a van de nieuwe controleverordening.
Ja, dat mag. U moet wel de oorspronkelijke identificatienummers bewaren zodat de partij traceerbaar blijft vanaf de vangst of de oogst.
Naast de andere traceerbaarheidsinformatie moet u de identificatienummers van de visreizen of visdagen van alle in de partij opgenomen visserijproducten beschikbaar stellen. Dit geldt voor producten die niet in de EU worden ingevoerd.
Voorbeelden.
- Bestaat een partij visserijproducten uit vis afkomstig van 4 visreizen, dan moeten deze 4 visreizen allemaal onderdeel zijn van de traceerbaarheidsinformatie voor die partij vis.
- Bestaat een partij visserijproducten uit vis afkomstig van 20 vaartuigen, dan moet u in de traceerbaarheidsinformatie duidelijk opnemen dat dat deze partij vis afkomstig is van 20 vaartuigen.
U vindt dit in artikel 58, lid 5, onderdeel b van de nieuwe controleverordening.
Naast de andere traceerbaarheidsinformatie moet u de IMO-nummers of, indien niet van toepassing, andere unieke vaartuigidentificatienummers, indien van toepassing, en de nummers van alle vangstcertificaten van alle in de partij opgenomen visserijproducten verstrekken.
U vindt dit in artikel 58, lid 5, onderdeel c van de nieuwe controleverordening.
U moet het geografische gebied tot op deelgebied of sector vermelden voor visserijproducten gevangen in de Noordoostelijke Atlantische Oceaan (FAO 27) en de Middellandse Zee en Zwarte Zee (FAO 37). Bijvoorbeeld FAO 27.4 (deelgebied) of FAO 27.4b (sector).
Voor visserijproducten die in andere wateren zijn gevangen is de vermelding van de FAO-visserijzone voldoende. Bijvoorbeeld FAO 47.
Daarnaast moet u, in geval van verkoop aan de consument, het vangstgebied aangeven in voor de consument begrijpelijke woorden, of met een kaart of pictogram.
U vindt dit in artikel 38, lid 1, van Verordening (EU) 1379/2013.
Vistuigen zijn als volgt in categorieën ingedeeld:
| Categorie | Vistuigcodes |
|---|---|
| Zegens | (SB, SDN, SSC, SPR) |
| Trawlnetten | (TBB, OTB, PTB, OTM, PTM, OTT) |
| Kieuwnetten en soortgelijke netten | (GNS, GND, GNC, GTR, GTN) |
| Ringnetten en kruisnetten | (PS, LA, LNB, LNS) |
| Haken en lijnen | (LHP, LHM, LLS, LLD, LTL) |
| Sleeplijnen | (DRB, DRH, HMD) |
| Korven en vallen | (FPO) |
U moet bij de traceringsinformatie van de partij minimaal de categorie uit de eerste kolom vermelden. U mag daarnaast meer gedetailleerde informatie, bijvoorbeeld ‘Boomkor’ of ‘TBB’, toevoegen.
U vindt dit in Verordening (EU) 1379/2013, Bijlage III.
Met ‘datum van de vangst’ wordt de daadwerkelijke dag van de vangst bedoeld. Een partij kan echter bestaan uit een hoeveelheid visserijproducten die op verschillende dagen (data) zijn gevangen. Bij de samenstelling van een partij moet onder andere de vangstdatum of -data als traceerbaarheidsinformatie beschikbaar zijn.
U vindt dit in artikel 58, lid 5 van de nieuwe controleverordening.
Visserijproducten waarvoor handelsnormen gelden worden ingedeeld in versheidsklassen en grootteklassen. Deze staan in Verordening (EG) 2406/96. Voor deze visserijproducten moet u informatie over de versheidsklasse en de grootteklasse toevoegen aan de traceerbaarheidsinformatie van de partij.
Dit staat in artikel 58, lid 5, onderdeel j van de nieuwe controleverordening.
Dit betekent dat u de traceringsinformatie digitaal moet kunnen delen in plaats van op papier. Het gaat erom dat de informatie digitaal toegankelijk en overdraagbaar is.
U moet partijen visserij- of aquacultuurproducten die (waarschijnlijk) op de markt worden aangeboden, op een manier markeren zodat elke partij traceerbaar is. Dit betekent dat een partij duidelijk herkenbaar moet zijn en ondubbelzinnig gekoppeld kan worden aan de traceringsgegevens behorende bij de partij.
U vindt dit in artikel 58, lid 2 van de nieuwe controleverordening.