Wratziekte: resistente aardappelrassen

Er zijn aardappelrassen die resistent zijn tegen wratziekte. Hoe resistent een aardappelras is, verschilt per type wratziekte. Deze verschillende typen wratziekte heten ook wel pathotypen of fysio's.

Let op: momenteel geen passend advies over resistente rassen

In de afgelopen jaren zijn in Noordoost- Nederland verschillende nieuwe pathotypen aangetroffen. Het is nog niet goed duidelijk welke rassen hiertegen resistent zijn. Daarom kunnen we nu geen passend advies geven over resistente rassen. Samen met de sectororganisaties werken we aan een oplossing. De informatie op deze pagina is nog gebaseerd op de oude situatie.

Lees meer over deze nieuwe pathotypen en de gevolgen voor professionele telers.

Pathotypen in Nederland

De schimmel die wratziekte veroorzaakt heet Synchytrium endobioticum. Van deze schimmel komen verschillende varianten voor. De varianten worden pathotypen of fysio’s genoemd.

Varianten van wratziekte

In Nederland komen de volgende pathotypen van Synchytrium endobioticum voor:

  • 1(D1)
  • 2(G1)
  • 6(O1)
  • 18(T1)
  • 38(Nevşehir)
  • 42(Erica)
  • pathotype dat nog geen officiële naam heeft, deze wordt voorlopig de SenBelita-breaker genoemd

Pathotype 1(D1) is alleen aangetroffen in Zuidoost-Nederland. De overige pathotypen zijn aangetroffen op zand- en dalgronden in Noordoost-Nederland.

De namen tussen haakjes verwijzen naar de eerste vindplaats. 2(G1) en 6(O1) zijn bijvoorbeeld vernoemd naar Giessubel en Olpe, 2 Duitse plaatsen. 38(Nevşehir) is afkomstig van de gelijknamige Turkse stad.

Wat betekent het als een aardappelras resistent is?

Als een aardappelras resistent is, is het niet vatbaar voor een pathotype. Er ontstaan geen sporen of symptomen (wratten).

Aardappelrassen kunnen verschillend reageren op de verschillende pathotypen. Een ras kan vatbaar zijn voor het ene pathotype, terwijl het resistent is voor een ander pathotype.

Niveaus van resistentie

Met een cijfer wordt aangegeven hoe resistent een ras is voor een bepaald pathotype. Rassen die volledig resistent zijn, hebben het cijfer 10 (op een schaal 1 – 10). Rassen die minder resistent zijn, krijgen een cijfer onder de 10. Hoe lager het cijfer, hoe vatbaarder het ras is en hoe groter de kans is dat er symptomen van wratziekte ontstaan.

Welk aardappelras bij welk pathotype?

Aardappelrassen kunnen voor elk pathotype een andere resistentieniveau hebben. Dit kunt u zien op onderstaande lijsten:

Pathotype 38(Nevşehir) komt sinds 2020 voor in Nederland. Op de naamlijst kunt u zien welke rassen resistent zijn voor dit pathotype. Er zijn nog geen lijsten voor de nieuwe pathotypen 42(Erica) en de SenBelita-breaker .

Wanneer is teelt van resistente aardappelrassen verplicht?

Op een aantal percelen in Nederland is wratziekte vastgesteld. Op besmette percelen blijven levende rustsporen van de schimmel achter in de grond. De rustsporen kunnen nog lange tijd aanwezig zijn. Daarom mogen er geen aardappelen geteeld worden op besmet verklaarde percelen.

In de bufferzone eromheen mag u wel aardappelen telen, maar dan alleen aardappelrassen die resistent zijn tegen het betreffende pathotype. Deze regel is gebaseerd op Europese regelgeving.

Nederlandse akkerbouwers hebben daarnaast samen afspraken gemaakt. Ze hebben een teeltvoorschrift opgesteld voor de gebieden om de besmette terreinen en bufferzones heen. In deze preventiegebieden en kerngebieden mag u alleen aardappelrassen telen die resistent of minder vatbaar zijn. Hiermee kan verdere verspreiding van wratziekte in ons land worden voorkomen. Dit teeltvoorschrift is vastgelegd in de Regeling plantgezondheid. De keuringsdienst NAK controleert of telers zich aan het teeltvoorschrift houden.

Bekijk het teeltvoorschrift en lees om welke gebieden het gaat. Daar kunt u ook zien welk pathotype in een bepaald gebied voorkomt. Voor pathotypen 38 (Nevşehir), 42(Erica) en de SenBelita-breaker is nog geen teeltvoorschrift van kracht.

Onderzoek naar resistentie

In Nederland vindt voortdurend onderzoek plaats naar resistentie van aardappelrassen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een erkende instelling. De NVWA zorgt ervoor dat het onderzoek kan plaatsvinden en houdt toezicht. De werkwijze staat beschreven in het Uitvoeringsprotocol resistentieonderzoek wratziekte.

Naamlijst resistente rassen

Met de resultaten van het onderzoek stellen wij jaarlijks een naamlijst op met rassen die resistent zijn voor de voorkomende pathotypen. Daarnaast maken we de hierboven genoemde lijsten met aardappelen die (deels) resistent zijn tegen pathotypen 1(D1), 2(G1), 6(O1), 18(T1) en 38(Nevşehir).

Overzicht van onderzochte rassen

In het Overzicht aardappelrassen met resistentieniveaus voor wratziekte vindt u alle aardappelrassen die onderzocht zijn op resistentie tegen pathotypen 1(D1), 2(G1), 6(O1), 18(T1) en 38(Nevşehir). De aardappelrassen zijn in het laboratorium onderzocht (met uitzondering van de oude resultaten, die aardappelrassen zijn in het veld onderzocht).

We houden dit overzicht bij sinds 1987, toen het onderzoek is gestart. Ieder jaar vullen we het aan. Rassen die niet meer in het verkeer zijn, blijven in het overzicht staan. Deze kunnen in stand worden gehouden voor veredelingsdoeleinden.