Het uitgangspunt bij ons toezicht op dierenwelzijn is dat ieder gehouden dier recht heeft op een dierwaardig bestaan. Daar waar de regels onduidelijk zijn of ruimte laten voor interpretatie, gaan we in gesprek om tot een gedeeld beeld te komen. We werken samen met het ministerie van LVVN om ‘open normen’ verder in te vullen, zodat voor alle partijen duidelijk is waar zij aan moeten voldoen en op welke aspecten wij ons toezicht richten.
In 2025 is 8% van onze capaciteit besteed aan toezicht op dierenwelzijn.
(Dit cijfer geeft niet het volledige beeld weer van de capaciteit die we inzetten op het publiek belang Dierenwelzijn. In dit cijfer is bijvoorbeeld niet het permanent toezicht op slachthuizen opgenomen.)
Inspecties
In 2025 voerden we 4.418 inspecties dierenwelzijn uit tegenover 4.095 in 2024. Deze inspecties vonden plaats bij 3.136 unieke bedrijven. Het betrof primaire bedrijven, bedrijfsmatige houders van gezelschapsdieren en instellingen waar dierproeven worden uitgevoerd. We legden aan 943 bedrijven een maatregel op. Naast deze inspecties hielden we bij slachterijen intensief toezicht op dierenwelzijn tijdens het slachtproces en controleerden we diertransport binnen Nederland en naar het buitenland.
Naleefmetingen
In 2025 voerden we diverse metingen uit om na te gaan in hoeverre dierhouders de regels naleven. Deze informatie helpt ons om ons toezicht te richten op de grootste knelpunten en risico’s. In 2025 keken we naar de naleving bij houders van vleesvee en houders van kalkoenen. We startten met een naleefmeting onder houders van paarden en van opfok- en vermeerderingslegkippen. Deze naleefmetingen worden in 2026 afgerond. Daarnaast voerden we een specifieke naleefmeting uit onder schapenhouders met 50 of meer schapen naar de bescherming van schapen tegen hitte.
Onderwerpen uitgelicht
We voerden in 2025 11 inspecties uit bij bedrijven waar paling wordt gedood voor de verwerking en verkoop. We controleerden of de regels voor het elektrisch bedwelmen van paling werden nageleefd en constateerden daarbij geen overtredingen.
Bij 4 verschillende instellingsvergunninghouders voor dierproeven voerden we audits uit naar de inrichting van de Instantie voor Dierenwelzijn. Daarnaast zijn alle instellingsvergunningen nu op een uniforme wijze geformuleerd, met uniforme voorwaarden. We voerden 137 dierproefinspecties uit, tegenover 95 in 2024. 20 (15%) hiervan waren onaangekondigd. Audits kondigen we altijd aan. Bij de inspecties constateerden we 1 zware overtreding (bij 1 instelling), 4 middelzware overtredingen (bij 3 instellingen) en 45 lichte overtredingen (bij 29 instellingen). Deze overtredingen betroffen een breed scala aan onderwerpen, waaronder de huisvesting van proefdieren, de deskundigheid en bekwaamheid van personeel en de naleving van de projectvergunning. Ze leidden tot 1 proces-verbaal, 4 officiële waarschuwingen en 45 naleefadviezen. We besteedden specifiek aandacht aan het versterken van de kennis van de NVWA over de huisvesting van proefdieren in isolatoren. Hiervoor zijn 4 inspecties uitgevoerd. Deze inspecties leverden geen specifieke aandachtspunten op voor het toezicht maar zorgden wel voor kennisverrijking.
In opdracht van het ministerie van LVVN actualiseerden we samen met de Wageningen University & Research de brochure hokverrijking voor varkens. Nieuw is dat materiaal eet- én wroetbaar moet zijn en permanent beschikbaar, zodat minstens 25% van de aanwezige dieren het materiaal gelijktijdig kan gebruiken. Een samenvatting in de vorm van een hokverrijkingskaart is verspreid onder varkenshouder. Daarnaast bieden we vanaf begin 2026 naleefhulp voor de nieuwe aspecten. In diverse artikelen in de vakpers wordt ingegaan op de voordelen van verstrekken van verrijkingsmateriaal voor de gezondheid en het welzijn van varkens.
Naar aanleiding van meldingen over dieren afkomstig uit het buitenland met een hoog risico op rabiës, voerden we inspecties uit. Waar nodig plaatsten we dieren tijdelijk in officiële afzondering om de dier- en volksgezondheid te beschermen. Ook inspecteerden we bij bedrijfsmatige hondenhandelaren en -fokkers. Hierbij beoordeelden we de omstandigheden waaronder de dieren worden gehouden. Ook is bij bedrijfsmatige fokkers gecontroleerd of zij zich houden aan het verbod op het fokken met honden op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen worden benadeeld.
Met ons toezicht en onze handhaving droegen we actief bij aan het verbeteren van het dierenwelzijn van exotische dieren. We voerden meerdere controles op huisvestingsnormen uit bij houders van roofvogels. Waar nodig legden we maatregelen op om het welzijn van de dieren te verbeteren. Onze inzet heeft niet alleen geleid tot concrete verbeteringen op deze locaties, maar ook tot een versterkt nalevingsniveau binnen deze doelgroep.
Op verzoek van het ministerie van LVVN onderzochten we de effecten van vervroegde (2 uur vervroegen) en nachtelijke (meer dan 2 uur vervroegen) diensten op de capaciteit van toezicht, het welzijn van medewerkers en de kosten voor de NVWA. Het doel hiervan was na te gaan of het vervroegen van slachttijden verlichting kan geven in de impact van het verlagen van de maximumtemperatuur voor diertransport. Er zijn verschillende scenario’s onderzocht en op basis van de bevindingen concludeerden we dat het vervroegen van de diensten met 2 uur mogelijk is. Door de werktijden van de NVWA op hete dagen aan te passen kunnen dieren tijdens de koelere uren worden vervoerd. Voor het vervroegen van de slachttijden is een aantal randvoorwaarden van toepassing, waaronder de beschikbaarheid van voldoende toezichthouders. De inzet van toezichthouders berust op vrijwillige basis vanwege de afspraken in de CAO. Het verder vervroegen van de slachttijden met meer dan 2 uur blijkt niet haalbaar. Voor het bedrijfsleven en de NVWA kleven hier te veel nadelen aan, zoals de gevolgen voor het welzijn van medewerkers, het behoud van voldoende slachtcapaciteit en hogere kosten. We adviseren de sector om te blijven inzetten op verbeteringen van het dierenwelzijn bij het transport van dieren tijdens hitte. De evaluatie van dit onderzoek is afgerond en is begin 2026 gepubliceerd bij de Kamerbrief Dierenwelzijn in de veehouderij (Kamerstuk 28 286 nr. 1429 van 20 februari 2026).
Naar aanleiding van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in 2025 kunnen we niet meer handhavend optreden als er meer dan 1% letsel (voorheen: vangletsel) wordt waargenomen aan de slachtlijn. Onze handhavingsaanpak leidde de afgelopen jaren tot een significante daling van het waargenomen aantal letselgevallen aan de slachtlijn. Daarom zetten we in op doorontwikkeling van een risicogerichte ketenaanpak, om te voorkomen dat welzijnsproblemen ontstaan in de pluimveeketen. We blijven letsel aan de slachtlijn monitoren en gebruiken deze informatie als indicator voor de uitvoering van risicogerichte controles tijdens het vangen van pluimvee op de primaire bedrijven.
De NVWA kijkt altijd kritisch naar het effect van het toezicht en de handhaving. Wanneer het nodig is, passen we ons toezicht aan. Dat hebben we de afgelopen jaren ook laten zien. Sinds 2021 gebruiken we bijvoorbeeld de Europese richtsnoeren voor het bepalen van de geschiktheid voor het vervoer van varkens, volwassen runderen en paarden. Eind 2023 namen we de Route Verscherpt Toezicht in gebruik en pasten deze toe in slachthuizen, bij vervoerders en in verzamelcentra. Ondanks deze maatregelen worden we nog regelmatig geconfronteerd met beelden van misstanden in verzamelcentra en tijdens het transport van dieren. Om de basis van het toezicht op het dierenwelzijn in verzamelcentra verder te versterken, startte de NVWA in 2025 een project dat bestaat uit 3 deelprojecten: 1. verbeteren werkinstructies en inspectielijsten, 2. doorontwikkelen van de toezichtsystematiek en 3. uitvoeren van bedrijfsmetingen. Dit project loopt naar verwachting tot en met het 3e kwartaal van 2026. Uit dit project volgen ook aanbevelingen voor nieuwe verbetertrajecten. Het versterken van de effectiviteit van het toezicht op verzamelcentra is een meerjarig traject met als belangrijkste doelen: een goed beeld van de mate van naleving van de regelgeving voor diergezondheid en dierenwelzijn en effectieve bevordering van de naleving, gericht op de grootste risico’s in relatie tot diergezondheid en dierenwelzijn.
Perioden met hoge temperaturen vormen een risico voor het dierenwelzijn en kunnen bijvoorbeeld leiden tot hittestress en zelfs sterfte voor bijvoorbeeld landbouwhuisdieren in primaire bedrijven, tijdens transport, in verzamelcentra en slachthuizen. We houden daarom extra toezicht vanaf een verwachte temperatuur van 27°C in De Bilt. Het afhandelen van hittemeldingen heeft prioriteit boven andere (geplande) werkzaamheden. Ook vragen we via sociale media extra aandacht om hittestress te voorkomen door maatregelen te nemen. In de zomer van 2025 ontvingen we 700 meldingen over hitte bij dieren. De meeste meldingen gingen over gebrek aan schaduw voor dieren in de wei. Alle meldingen worden zorgvuldig beoordeeld en inspecteurs maken een risicoschatting. In totaal voerden we ruim 300 inspecties uit; 81 inspecties bij dieren in de wei, 135 inspecties tijdens vervoer naar slachthuizen en 93 inspecties voor de naleefmeting bij schapen. Hiervan waren 34 inspecties bij dieren in de wei, 5 inspecties tijdens vervoer en 11 inspecties voor de naleefmeting bij schapen niet akkoord. In alle gevallen waar sprake was van onvoldoende schaduw en onvoldoende drinkwater werd dit ter plekke opgelost.
Realisatie jaarplan
In ons jaarplan voor 2025 zijn gewenste resultaten geformuleerd. Hieronder geven we aan in hoeverre onze activiteiten in 2025 aan de realisatie van deze resultaten hebben bijgedragen.
| Jaarplan | Realisatie |
|---|---|
|
De informatiepositie is op orde. We maken gebruik van relevante data van goede kwaliteit voor het uitvoeren van risicoanalyses, voor sturing en verantwoording aan de maatschappij en de politiek. Het verbeteren van de data- en informatiepositie blijft een aandachtspunt | Deels gerealiseerd |
| Onze keuzes zijn risico- en doelgroepgericht, kennisgedreven en transparant. | Gerealiseerd |
|
De externe samenwerking is gebaseerd op een gestructureerd en constructief relatiebeheer. We zetten in op verbinden en concrete afspraken. Dit blijft tegelijkertijd een aandachtspunt. | Gerealiseerd |
| We leveren een proactieve bijdrage aan de ontwikkeling en totstandkoming van dierenwelzijnsregelgeving en andere vormen van beleid. Als toezichthouder kijken we hierbij ook naar de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid. We verbinden hierbij de politieke omgeving met de praktijk. | Gerealiseerd |
| We werken aan toezichtsontwikkeling. We stellen onszelf continu de vraag hoe en waar we slimmer, transparanter, efficiënter, effectiever en meer innovatief toezicht kunnen uitvoeren. Dit doen we beleidsmatig, juridisch en via instrumentontwikkeling. | Gerealiseerd |
Iedere dierhouder heeft een eigen verantwoordelijkheid om de wet- en regelgeving na te leven. Als er sprake is van een keten borgen zij het dierenwelzijn in alle fases, in gezamenlijkheid. We blijven ons hiervoor inzetten.
Dierenwelzijn online
Ook in 2025 was er in veel media-aandacht voor het welzijn van dieren. Zowel op onze eigen kanalen, maar ook op kanalen van (vak)media, ngo’s, handhavingspartners en andere stakeholders.
Door ons werk en tips te delen, willen we mensen bewust maken en handelingsperspectief bieden. Bijvoorbeeld bij de aanschaf van een dier. Niet alles is namelijk zoals op het eerste oog lijkt. Bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te houden aan de wet- en regelgeving, maar minder vraag naar dieren betekent ook minder aanbod.
Mee op inspectie
Met de reeks ‘Mee op inspectie’ gaven we kijkers inzicht in het werk van onze inspecteurs. In deze reeks delen we casussen en vragen we aandacht voor allerlei thema’s op het gebied van gezelschapsdieren. Denk aan schadelijke uiterlijke kenmerken, foute fok en illegale hondenhandel.
Wanneer we dieren, onder andere vanwege verwaarlozing, in bewaring of beslag namen, deelden we dit ook.
Op Instagram en Facebook sprong de post over de 70 jonge honden, die in gestapelde benches opgesloten zaten in een kelder, het meeste in het oog.
Samenwerken voor het welzijn van dieren
In 2025 werkten we nauw samen met handhavingspartners zoals de dierenpolitie. In november namen we gezamenlijk 23 verwaarloosde honden in beslag. Via een samenwerking deelden we dit op onze sociale media. Dit heeft geleid tot zo’n 300.000 weergaven op Instagram. Samenwerken betekent in dit geval niet alleen ‘in het veld’. Ook online werken we samen door dit soort berichten samen te posten. Zo profiteren we van elkaars publiek waardoor veel meer mensen het bericht zien.
Daarnaast lanceerde de Rijksoverheid in november 2025 de campagne ‘zo schattig dat het pijn doet’. Ook dierenwelzijnsorganisatie Dier&Recht startte een campagne ‘klein maar fijn’. We leverden een bijdrage aan deze campagnes door berichten te delen en maakten zelf posts en reels om aandacht te vragen voor dieren met schadelijke uiterlijke kenmerken.
