De geschiedenis van BuRO kent verschillende fasen, waarin de naam verschillende keren is gewijzigd, evenals de inbedding in de NVWA.

1. Initiatiefase 1995-2002

Eind jaren ’90 speelden er in Europa twee grote volksgezondheidscrises: een dioxinecrisis door vermenging van afgewerkte smeerolie in plantaardige oliën en de BSE-crisis (gekke koeienziekte). Deze crises hebben geleid tot veel discussies in de EU en resulteerden uiteindelijk in de Algemene Levensmiddelenverordening (EG) nr. 178/2002. In deze wet is een strikte scheiding van risicobeoordeling en risicomanagement opgenomen, hetgeen ook de basis is voor het huidige BuRO.

In juli 2001 wordt de Nederlandse Voedsel Autoriteit (NVA) opgericht als interdepartementale directie. Begin 2002 gaan de Keuringsdienst van Waren (van VWS) en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (van LNV) op in de NVA en vormen op 10 juli 2002 de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). De VWA heeft 3 centrale directies, waaronder een directie Onderzoek & Risicobeoordeling (O&R), belast met de onderzoekscoördinatie en het uitvoeren van risicobeoordelingen.

2. Opbouwfase 2002-2004

In deze periode staan de contouren van de VWA vast, maar moet nog vorm worden gegeven en operationeel worden gemaakt. De eerste adviezen van O&R worden uitgebracht, maar erkenning van die rol van O&R is er daarmee nog niet. De eerste discussies over de Wet op de Onafhankelijke Risicobeoordeling (WOR), die de onafhankelijke rol van risicobeoordeling ten opzichte van risicomanagement moet vormgeven en regelen, worden gevoerd.

In Europa is de European Food Safety Authority (EFSA) in 2002 opgericht als Europese risicobeoordelingsorganisatie. O&R neemt namens Nederland deel aan het hoogste adviesforum van EFSA.

In mei 2003 verhuist de VWA van het ministerie van VWS naar het ministerie van LNV.

3. Consolidatiefase VWA 2004-2009

Eind 2004/begin 2005 wordt de naam van de directie O&R veranderd in Bureau Risicobeoordeling (BuR). De WOR treedt in 2006 in werking, waarbij ook een Raad van Advies wordt gevormd die de werkwijze van BuR gaat controleren op wetenschappelijkheid en onafhankelijkheid.

De aansturing en programmering van wetenschappelijk onderzoek wordt vormgegeven middels projectaansturing en een jaarplancyclus, met opdrachtgever- en opdrachtnemersrollen en -verantwoordelijkheden. Het aan de WOR gerelateerde budget voor BuR wordt in deze periode geregeld.

BuR houdt zich bezig met internationale activiteiten, zowel in EFSA-verband als in internationale projecten, om vooral signalering en nieuwe risico’s voortijdig op te sporen. BuR speelt hierin een leidende rol. Uiteindelijk leidt dit tot een Europees netwerk onder EFSA vlag.

In 2007 brengt BuR het meerjarenprogramma 2007-2011 ‘Nieuw zicht op risico’s’ uit. Dit programma biedt de basis voor onderzoeksprogrammering en advisering voor de komende vier jaar.

4. Fusieperiode nVWA 2009-2012

Tussen 2009 en 2012 is er een fusie tussen de drie inspectiediensten van LNV, de VWA, de Plantenziektekundige Dienst (PD) en de Algemene InspectieDienst (AID), tot de nieuwe Voedsel- en Waren Autoriteit (nVWA), met het hoofdkantoor in Utrecht.

BuR brengt veel adviezen uit in deze periode veel adviezen, maar er komen steeds meer vragen over de praktische bruikbaarheid hiervan. Er wordt aandacht besteed aan het stroomlijnen en uniformeren van het proces van de risicobeoordeling op de verschillende publieke waarden.

Op internationaal gebied kenmerkt deze periode zich vooral door een accent op gezamenlijk geprogrammeerd onderzoek op gemeenschappelijke vraagstukken met collega-onderzoeksfinanciers in Europa. BuR speelt daarvoor in (ERANET) projecten een actieve rol in programmering van onderzoek op het gebied van voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn.

In deze periode is de toekomstverkenning naar nieuwe risico’s door BuR uitgebracht in het boek ‘Voorzorg voor voedsel- en productveiligheid’.

EFSA besluit in iedere lidstaat een EFSA Focal Point op te richten, die informatie-uitwisseling tussen het land en EFSA moet faciliteren. Het Focal Point Nederland komt bij BuR.

5. NVWA vorming 2012-2017

De naam van nVWA verandert in NVWA (waarbij nieuwe verandert in Nederlandse) en de naam BuR verandert in BuRO (Bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering). De taken van BuRO worden nu officieel uitgebreid met dierenwelzijn, plantgezondheid en invasieve exoten.

In 2013 wordt de motie van de Partij voor de Dieren aangenomen om dierenwelzijn in de WOR op te nemen.

In 2014 start BuRO met een programma om risicobeoordelingen voor productieketens op te gaan stellen. Hierbij worden alle gevaren en risico’s van een keten op een rij gezet en wordt geadviseerd waar risicoreductie mogelijk is. In deze periode worden ook pilots opgestart om de staat van veiligheid van publieke belangen op te gaan stellen: die van voedselveiligheid en productveiligheid. Bij vrijwel al deze activiteiten blijkt de toegankelijkheid en beschikbaarheid van data een beperkende factor.

Internationaal is BuRO actief in EFSA netwerken en gaan medewerkers van BuRO deelnemen aan enkele EFSA wetenschappelijke panels.

6. Consolidatie NVWA 2017- heden

De naam van BuRO wordt aangepast naar Bureau Risicobeoordeling & onderzoek. BuRO wordt uitgebreid met data science experts die op strategisch vlak met behulp van moderne technieken data benutten voor het richten van toezicht. Het uitwerken daarvan en de uitrol van projecten binnen de NVWA wordt een belangrijke activiteit van BuRO.

BuRO gaat meer met multidisciplinaire projectteams werken aan de ketenbeoordelingen. De methodiek en werkwijze van risicobeoordeling en onderzoeksprogrammering worden verder uitgewerkt en openbaar gemaakt. De aandacht vanuit de politiek voor adviezen en de werkwijze van BuRO neemt duidelijk toe in deze periode. De adviezen worden ook steeds vaker toegestuurd aan de Tweede Kamer, met als respons meer Kamervragen en aandacht in debatten.

De externe evaluatie van de WOR bevestigt de positieve werking van deze wet en laat zien dat de grondvesten van deze wet nog valide zijn. Ook wordt door een consultant wederom aanbevolen dierenwelzijn op te nemen in de WOR na de evaluatie van de WOR. De minister neemt de aanbevelingen over en de WOR dient conform de aanbevelingen te worden aangepast.

De onderzoeksprogrammering van wetenschappelijk onderzoek wordt nader besproken door de Raad van Advies en door de consultant die de evaluatie van de WOR uitvoert, omdat de mogelijkheden voor BuRO om vrij onderzoek uit te zetten door financiële en administratieve processen bemoeilijkt wordt.