Nieuwe genetische analyses geven meer inzicht in de verspreiding en ontwikkeling van ToBRFV. De analyses helpen onderzoekers om de verwantschap tussen virusvarianten te volgen en veranderingen in het virus te signaleren die aanleiding kunnen geven voor verder onderzoek.

Tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV) is inmiddels geen onbekende meer in de Nederlandse tomatenteelt. Sinds de eerste officiële vondst van het virus in Nederland in 2019, is veel kennis opgebouwd over de verspreiding en ontwikkeling ervan. Onderzoekers volgen het virus daarbij niet alleen door te kijken naar waar het wordt gevonden, maar ook naar de genetische eigenschappen van verschillende virusvarianten.

Een hulpmiddel daarbij is de online tool ToBRFV Nextstrain. Maar wat kun je daar als teler eigenlijk mee?

Een stamboom van het virus

Bij Nextstrain wordt het erfelijke materiaal (virusgenoom) van verschillende ToBRFV-varianten met elkaar vergeleken. Op basis daarvan ontstaat een soort stamboom: virusvarianten die veel op elkaar lijken, staan dicht bij elkaar in de boom. Door virusgenomen uit verschillende landen en locaties te vergelijken, kunnen onderzoekers aanwijzingen krijgen over de verwantschap tussen virusvarianten en hoe het virus zich mogelijk heeft verspreid.

De nieuwste versie van ToBRFV Nextstrain bevat 455 vrijwel complete virusgenomen uit 32 landen. In een onlangs gepubliceerd onderzoek (Oplaat et al., 2026) beschrijven virologen en moleculair biologen van het NIVIP, onderdeel van de NVWA, binnen een internationaal team van onderzoekers, nieuwe inzichten uit deze studie. Daarmee komt de genetische diversiteit van ToBRFV steeds beter in beeld.

Zo laat de analyse zien dat virusvarianten in tomatenplanten in Engelse productiekassen genetisch sterk lijken op varianten die eerder zijn aangetroffen in geïmporteerde tomaten uit Marokko. Dit geeft aan dat besmette vruchten een risico vormen en dat import een rol kan spelen bij de verspreiding van ToBRFV over grote afstanden.

Wat kun je níet uit de stamboom afleiden?

Een genetische stamboom laat zien welke virusvarianten genetisch op elkaar lijken. Daarmee kun je echter niet rechtstreeks bepalen hoe een virus zich gedraagt.

Een mutatie betekent dat het erfelijk materiaal van het virus is veranderd. Dat betekent niet automatisch dat het virus daardoor besmettelijker of schadelijker of resistentiedoorbrekend is geworden.

Tegelijkertijd betekent een nauwe genetische verwantschap tussen twee virusvarianten niet dat zij dezelfde eigenschappen hebben.

Om vast te stellen of een genetische verandering daadwerkelijk gevolgen heeft voor de eigenschappen van het virus, is aanvullend onderzoek nodig, bijvoorbeeld met gecontroleerde kasexperimenten zoals met een biotoets waarbij verschillende tomatenrassen worden blootgesteld aan verschillende virusvarianten.

Nextstrain kan dus een interessante aanwijzing opleveren voor verder onderzoek, maar zegt niet hoe schadelijk het virus kan zijn.

Opvallende genetische veranderingen in ToBRFV in een resistente teelt

In het onderzoek zijn ook enkele genetische veranderingen in ToBRFV gevonden die extra aandacht verdienen. Het gaat om ToBRFV-varianten die zijn aangetroffen in een Nederlandse tomatenteelt met een ras met een hoge resistentie tegen ToBRFV.

In de onderzochte planten werden enkele unieke genetische veranderingen in ToBRFV gevonden. De omstandigheden op deze productielocatie maken deze bevinding extra relevant: in deze resistente planten werden ziekteverschijnselen waargenomen en in de voorafgaande teelt was ToBRFV in grote hoeveelheden aanwezig. De gevonden virusvariant wordt binnen Nextstrain aangeduid als subclade 7AB (De Koning et al., 2025), een genetische groep die inmiddels veel voorkomt in Nederland. Bovendien behoort de gevonden virusvariant tot een genetische groep die eerder in verband is gebracht met het gebruik van ToBRFV voor cross-protectie.

Bij cross-protectie worden planten bewust geïnfecteerd met een virusvariant die minder schade zou veroorzaken. Het gebruik van ToBRFV op deze wijze is een gewasbeschermingsmiddel, dit heeft geen toelating en is niet toegestaan in Nederland. Een dergelijke toepassing leidt tot een hoge virusdruk. Dat verhoogt de kans op mutaties van ToBRFV, en daarmee het risico op resistentiedoorbraak, zeker wanneer dit in of nabij resistente rassen wordt toegepast. Een dergelijke hoge virusdruk kan bovendien leiden tot onbedoelde verspreiding van het virus. Inmiddels is subclade 7AB de meest voorkomende genetische groep in de Nederlandse dataset en is deze op veel Nederlandse tomatenbedrijven aangetroffen.

In 2023 en 2024 werd subclade 7AB aangetroffen bij 34 van de 36 Nederlandse tomatenbedrijven waarvan virusgenomen werden bepaald (94%). Slechts twee bedrijven hadden een andere ToBRFV-variant. De brede aanwezigheid van 7AB betekent niet dat op al deze bedrijven cross-protectie is toegepast. Deze ToBRFV-variant kan zich ook onbedoeld hebben verspreid bijvoorbeeld naar omringende bedrijven.

Deze bevindingen van een ToBRFV-infectie in een resistent ras bij het tomatenproductiebedrijf vormen geen bewijs dat de resistentie van het ras is doorbroken. Maar de combinatie van de hoge virusdruk, de omstandigheden op de locatie, de ziekteverschijnselen en de gevonden genetische veranderingen maakt de virusvarianten wel interessant voor nader onderzoek.

Dat onderscheid is belangrijk: een genetische verandering van het virus kan aanleiding zijn voor onderzoek, en alleen onderzoek kan uitwijzen wat deze verandering voor het virus betekent.

Waarom blijft een lage virusdruk belangrijk?

De beschikbaarheid van rassen met Intermediate Resistance (IR) en High Resistance (HR) tegen ToBRFV is een belangrijke ontwikkeling voor de tomatenteelt. Deze rassen kunnen de vermeerdering van het virus en/of de ontwikkeling van ziekteverschijnselen sterk verminderen.

Resistentie betekent echter niet dat ToBRFV geen rol meer speelt, want resistentie maakt een plant niet immuun. Bij een hoge virusdruk kan het virus zich op grote schaal vermenigvuldigen en verspreiden. Daardoor ontstaan ook meer mogelijkheden voor genetische variatie. Vooral wanneer een hoge virusdruk samengaat met de teelt van IR- of HR-rassen, kunnen virusvarianten die de resistentie beter kunnen omzeilen mogelijk een voordeel krijgen.

Het blijft daarom belangrijk om introducties van het virus en hoge virusdruk zoveel mogelijk te voorkomen. Een resistent ras is dan ook geen vervanging voor goede hygiëne. Resistentie, het voorkomen van introducties en een zo laag mogelijke virusdruk vullen elkaar aan. Het bewust toepassen van ToBRFV voor cross-protectie is daarom geen gewenste strategie omdat hiermee het virus bewust in de teelt wordt gebracht, de virusdruk toeneemt en mogelijk ruimte ontstaat voor ToBRFV varianten die de resistentie kunnen omzeilen.

Wat heeft de teler aan Nextstrain?

De Nextstrain-stamboom is geen instrument waarmee een teler kan bepalen of een virusvariant extra schadelijk is of de resistentie van een tomatenras kan doorbreken. De meerwaarde zit vooral in het vroegtijdig signaleren van veranderingen en het volgen van de verspreiding van het virus. Door virusgegevens uit verschillende landen en locaties samen te brengen, kunnen onderzoekers aanwijzingen krijgen over introductieroutes en lokale verspreiding. Ook kunnen genetische veranderingen die opvallen aanleiding geven voor verder onderzoek.

Daarbij is het belangrijk om zoveel mogelijk virusgegevens te verzamelen en met elkaar te delen. Hoe meer gegevens beschikbaar zijn, hoe beter onderzoekers kunnen beoordelen of bepaalde genetische veranderingen vaker voorkomen, samenhangen met bepaalde omstandigheden of aanleiding geven voor nader experimenteel onderzoek.

Genetische monitoring als aanvulling op preventie

Genetische monitoring is daarmee één onderdeel van een bredere aanpak van ToBRFV. Resistente rassen, een lage virusdruk, goede hygiëne en genetische monitoring van het virus vullen elkaar aan. De ontwikkeling van IR- en HR-rassen is een belangrijke stap vooruit voor de tomatenteelt. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om nieuwe introducties en verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen en alert te blijven op veranderingen in dit tomatenvirus.

Door monitoring en het delen van onderzoeks- en praktijkgegevens kunnen signalen uit genetische analyses beter worden onderzocht en in de juiste context worden geplaatst.

Meer informatie

De nieuwste resultaten zijn beschreven in het onderzoek Monitoring Tomato Brown Rugose Fruit Virus: Insights from the Nextstrain Build and Candidate Resistance-Breaking Mutations, onlangs gepubliceerd in PhytoFrontiers. De bijbehorende ToBRFV Nextstrain-build is openbaar beschikbaar.

Consumenten en bedrijven kunnen contact opnemen met ons Klantcontactcentrum. Voor vragen over dit nieuwsbericht kunnen journalisten contact opnemen met onze persvoorlichters.