Regelgeving aardappelmoeheid

De regelgeving voor AM is veelomvattend. Het meest in het oog springende element is het grondonderzoek. Voor telers van uitgangsmateriaal geldt in veel gevallen, dat zij voorafgaand aan het poten of planten hun percelen moeten laten onderzoeken op de aanwezigheid van de hiervoor genoemde nematoden. De eisen hiervoor vloeien deels voort uit EU-regelgeving en deels uit de voorwaarden die gelden voor export. De wijze waarop invulling is gegeven aan deze eisen verschilt per gewasgroep. Op de websites van NAK, Naktuinbouw en Bloembollenkeuringsdienst (BKD) kunnen telers van deze gewassen nadere details vinden over de specifieke werkwijzen. De NAK voert het grondonderzoek uit.

De regelgeving in Nederland voor aardappelmoeheid (AM) is gebaseerd op EU uitvoeringsbesluit en een richtlijn:

  • Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2072 bepaalt de quarantaine status van Globodera rostochiensis en Globodera pallida en geeft aan  welke eisen voor deze organismen gelden bij zowel import als teelt in de EU.

Meer informatie over import van diverse planten en plantaardige producten:

  • Bestrijdingsrichtlijn Aardappelmoeheid (richtlijn 2007/33/EG); deze bestrijdingsrichtlijn beschrijft in detail hoe invulling gegeven moet worden aan de eisen voor de teelt van gewassen en de bestrijding van het aardappelcysteaaltje.

EU wetgeving ingrijpend gewijzigd

De Europese Fytosanitaire richtlijn (2000/29/EG) is per 14 december 2019 vervangen door de Plantgezondheidsverordening (EU) 2016/2031, het Uitvoeringsbesluit EU/2019/2071 en de Controleverordening (EU) 2017/625.  Met deze documenten is ook geregeld dat de AM bestrijdingsrichtlijn 2007/33/EG per 01-01-2022 wordt ingetrokken. Het wordt vervangen door een Uitvoeringsbesluit. Gedurende 2021 werken lidstaten en EU Commissie aan de totstandkoming van dit besluit.

Bestrijdingsrichtlijn voor aardappelmoeheid

De EU bestrijdingsrichtlijn (2007/33/EG) voor aardappelmoeheid (AM) heeft belangrijke veranderingen tot gevolg gehad in de regulering van AM binnen de EU. De veranderingen en impact verschillen per productgroep. Op deze pagina's vindt u specifieke informatie over productgroepen en de veranderingen door de AM richtlijn. Per productgroep meer informatie over de gevolgen van de AM-richtlijn voor de export naar landen buiten de EU.

Harmonisatie

De AM-richtlijn van 2007 heeft de richtlijn 69/465/EEG uit 1969 vervangen en harmoniseert de werkwijzen van de lidstaten. Meer informatie over de belangrijkste onderwerpen waarover de lidstaten afspraken hebben gemaakt.

Gewassen

De EU-regelgeving onderscheidt 3 groepen gewassen wat betreft het risico voor verspreiding van AM. Dit zijn:

  • pootaardappelen en uitgangsmateriaal van andere waardplanten van AM;
  • een groep uitgangsmaterialen die veelal in rotatie met aardappelen worden geteeld: de licht gereguleerde gewassen;
  • overige gewassen, waaronder de boomkwekerijproducten en vaste planten.

Op de pagina Gereguleerde gewassen vindt u een volledige opsomming van waardplanten en licht gereguleerde gewassen.

Nederlandse implementatie

De Europese bestrijdingsrichtlijn voor AM is uitgewerkt in de Nederlandse wetgeving. Het Besluit bestrijding schadelijke organismen en de hierbij behorende Regeling bestrijding schadelijke organismen gaan specifiek in op aardappelmoeheid.

Er gelden een aantal aanvullende eisen wat betreft AM. Voor boomkwekerijproducten en vaste planten betreft het een verordening en voor bloembollen het BKD-reglement (meer informatie onder de betreffende gewassen).

Toezicht EU

Voor een aantal onderwerpen geeft de AM richtlijn ruimte aan de lidstaten om details nader in te vullen. De Nederlandse overheid heeft de implementatie van de richtlijn uitgewerkt in nauw overleg sectororganisaties, keuringsdiensten en onderzoeksinstellingen. De EU-commissie beoordeelde in 2012 de Nederlandse werkwijze op het gebied van AM en stelde een aantal aanpassingen voor. De aanbevelingen worden door de NVWA grotendeels overgenomen.