Voert u honden of katten in uit het buitenland? Werkt u bijvoorbeeld voor een zwerfdierorganisatie die honden en katten uit het buitenland haalt en bij mensen in Nederland plaatst? U moet aan importeisen voor commerciële reizen voldoen. Ook voor particulieren die honden en katten meenemen uit het buitenland kunnen deze eisen gelden. Lees hier wat u moet regelen.
Wanneer gelden de eisen voor commerciële reizen?
Voldoet de reis aan 1 of meerdere van de volgende kenmerken? Dan is het een commerciële reis.
- De hond of kat krijgt een nieuwe eigenaar. Het doel van de reis is verkoop of eigendomsoverdracht van de hond of kat.
- Het gaat om een reis met meer dan 5 honden of katten.
- U reist niet met het dier mee. U maakt ook niet binnen 5 dagen dezelfde reis.
Lees meer over het verschil tussen commercieel en niet-commercieel reizen met een dier. Het is bijvoorbeeld geen commerciële reis als iemand met zijn eigen hond of kat vanuit het buitenland naar Nederland verhuist.
Algemene eisen bij import van honden en katten
Een hond of kat die uit het buitenland komt, moet gechipt zijn voordat het dier de grens over gaat. Zonder chip mag u het dier niet importeren. Ook moet de chip al geplaatst zijn voor de rabiësvaccinatie gegeven wordt, anders is deze vaccinatie niet geldig. Meer informatie vindt u op de website chipjedier.nl
Bij import naar Nederland moet de hond of kat altijd een geldige rabiësvaccinatie hebben gehad in het land van herkomst. Of een rabiësvaccinatie geldig is, hangt af van de entstof en de bijsluiter. Deze inenting kan pas vanaf 12 weken worden gegeven. Een eerste rabiësvaccinatie is pas geldig na een wachttermijn van 21 dagen. Dit betekent dat het dier minimaal 15 weken oud moet zijn voordat u het van het ene EU-land naar het andere mag brengen. Deze regels gelden voor commercieel en voor niet-commercieel verkeer van honden, katten en fretten, en ook als u minder dan 5 dieren vervoert. Als een dier geen geldige rabiësvaccinatie heeft, brengt dat risico’s met zich mee. Lees meer over rabiës.
Bij import uit een EU-land of uit een land buiten de EU (derde land) moet u voor het dier een diergezondheidscertificaat aanvragen.
Individuele diergezondheidscertificaten als de dieren direct naar verschillende bestemmingsadressen gaan
Bij geïmporteerde honden of katten is voor elk bestemmingsadres een apart diergezondheidscertificaat nodig.
Bijvoorbeeld: 10 honden gaan vanaf vliegveld Schiphol naar 5 verschillende opvangadressen. Er zijn dan 5 originele diergezondheidscertificaten bij aanwezig.
Geen individueel diergezondheidscertificaat als de zwerfdierorganisatie een tussenstop is
Gaan de dieren vanuit het buitenland eerst naar een handelaar of zwerfdierorganisatie in Nederland, en vanaf daar naar een eigenaar of adoptant in Nederland? Dan hebben de dieren geen individueel gezondheidscertificaat nodig. Er is wel een diergezondheidscertificaat nodig voor de hele zending tot ze op het adres van de handelaar of zwerfdierorganisatie zijn aangekomen.
Als de dieren op Schiphol worden overgedragen aan een zwerfdierorganisatie of handelaar, is een diergezondheidscertificaat nodig met het adres van deze zwerfdierorganisatie of handelaar. Bij import uit een land buiten de EU worden de dieren gecontroleerd op een aangewezen inspectiepost. De dieren komen dan niet aan in de aankomsthal op Schiphol.
Bij commerciële reizen met honden en katten is meestal een vervoerdersvergunning nodig. Een vervoerder in Nederland vraagt deze vergunning aan bij de NVWA.
Vervoert u als particulier uw eigen honden of katten, en valt dit onder commercieel vervoer? Bijvoorbeeld omdat u met meer dan 5 honden of katten reist? Dan heeft u een basisregistratie vervoerder onder AHR nodig. Dit is nodig om een diergezondheidscertificaat te kunnen aanvragen.
Lees meer over de regels voor het vervoeren van dieren.
Een zwerfdierorganisatie moet een sluitend inslagregister en uitslagregister bijhouden waarin de aanvoer en de afvoer naar de uiteindelijke bestemming van de dieren aangetoond kan worden (artikel 15, Officiële controle verordening (EU) 2017/625). Deze gegevens moet u minimaal 3 jaar bewaren.
Aanvullende eisen bij import uit een EU-land
Als een zwerfdierorganisatie een hond of kat importeert uit een EU-land, moet het dier een dierenpaspoort hebben. Dit mag alleen een goedgekeurd EU-dierenpaspoort zijn. Alleen dierenartsen binnen de EU verkopen dit dierenpaspoort. Het paspoort wordt bij overdracht van het dier meegegeven. De nieuwe eigenaar beschikt dan over de gegevens die in het paspoort staan, zoals herkomst, chipnummer en vaccinaties.
Voor de hond of kat moet een diergezondheidscertificaat worden aangemaakt in het handelscontrolesysteem TRACES. Dit certificaat wordt ook wel TRACES-certificaat genoemd. In principe regelt de exporterende partij de registratie in TRACES, maar een importerende zwerfdierorganisatie kan dit ook zelf regelen. De geadresseerde in het diergezondheidscertificaat staat op naam van de zwerfdierorganisatie. Er geldt een verplichte bewaartermijn van 3 jaar voor dit certificaat.
TRACES bevat niet alleen gegevens over de herkomst en de bestemming, maar ook vervoerdersgegevens.
Worden honden of katten via Nederland doorgevoerd naar een ander EU-land? Dan hebben de dieren vanuit het herkomstland een eigen gezondheidscertificaat nodig met dan andere EU-land als eindbestemming.
Aanvullende eisen bij import uit land buiten de EU
De hond of kat moet op de eerste aangewezen grenscontrolepost (GCP) van binnenkomst in de EU gecontroleerd worden. In Nederland is dat de GCP op luchthaven Schiphol. Hier zijn 2 inspectiecentra: KLM dierenhotel en Dnata. Er moet een vooraanmelding en een afspraak op het inspectiecentrum gemaakt worden. Dit kunt u niet zelf. Een pet shipper, het inspectiecentrum of de luchtvaartmaatschappij kunnen u hierbij helpen. Een pet shipper vindt u via de website www.ipata.org. Na de controle op het inspectiecentrum krijgt u een gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB, in het Engels: CHED-A) mee. En een door de bevoegde autoriteit (in Nederland is dit de NVWA) gewaarmerkte kopie van het certificaat.
Check of het dier vanuit of via een land met een hoog risico op rabiës reist. Het dier moet dan minimaal 7 maanden oud zijn als het naar Nederland komt. Ook is een bloedtest verplicht. Het dier kan pas vanaf 3 maanden na de bloedafname vanuit een land buiten de EU naar de EU reizen. Het is een land met een hoog risico op rabiës als het land niet op de landenlijst op deze EU-website staat. Lees meer over de bloedtest.
Raadpleeg voor de overige importeisen onze online tool Import Veterinair Online. Er staat onder andere aangegeven welke documenten bij de zending moet zitten.
- Stap 1: Selecteer als product ‘dierlijk’ en vervolgens ‘levend dier en levend product’ en als laatst ‘hond kat fret handel’ en bevestig.
- Stap 2: Vul de gegevens in en selecteer als gebruiksdoel ‘definitieve invoer van levende dieren en levende producten’ en ga verder.
- Stap 3: Vul de gegevens in.
- Stap 4: U ziet of invoer mogelijk is en welke eisen en procedures gelden.
Lees meer over import van dieren.
Waar moet u aan voldoen als het dier in Nederland is aangekomen?
De houder van de hond is verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging van het dier. Een tijdelijk opvangadres zoals een adoptiegezin of een gastgezin wordt ook gezien als houder. Een houder is verplicht om het dier op zijn naam te registreren. Het maakt daarbij niet uit hoe lang het dier bij de houder is.
U moet een hond binnen 2 weken na aankomst door een dierenarts laten aanmelden bij een daarvoor aangewezen portaal.
Heeft u een zwerfdierorganisatie die zwerfhonden importeert die geen eigenaar hebben? En is uw zwerfdierorganisatie houder of eigenaar van de honden? Dan moet u zich registreren met een uniek bedrijfsnummer (UBN) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Bij RVO kunt u een UBN aanvragen.
Ook opvangadressen die als bedrijfsmatig worden gezien, moeten een UBN hebben.
zwerfdierorganisaties die zelf dieren opvangen moeten een beheerder hebben met een vakbekwaamheidsbewijs. Ook opvangadressen die als bedrijfsmatig worden gezien, moeten een beheerder met een bewijs van vakbekwaamheid hebben.
De algemene regels voor huisvesting van dieren staan in hoofdstuk 1 van het Besluit houders van dieren. De huisvestingsregels voor honden en katten staan in hoofdstuk 3 en in de Nota van toelichting (paragraaf 5.5). Exacte afmetingen waar de hokken aan moeten voldoen, staan in het oude Honden- en katten besluit uit 1999.
Sommige honden en katten die bij een zwerfdierorganisatie of een andere inrichting verblijven moeten in quarantaine. Het gaat om dieren waarvan de gezondheidsstatus onbekend is. En om dieren waarvan de vaccinatiestatus onbekend of onvolledig is. Dit staat in het Besluit houders van dieren, artikel 3.13. lid 2.a.
Honden die bij een zwerfdierorganisatie of opvangadres verblijven, moeten worden gevaccineerd tegen:
- Parvo
- Hondenziekte (ziekte van Carré)
- Hepatitis Contagiosia Canis (HCC)
Katten moeten worden ingeënt tegen:
- Panleucopenievirus
- Feline herpesvirus
- Calicivirus
De honden en katten moeten binnen 5 dagen worden gevaccineerd. In het geval van verkoop of aflevering, moeten de dieren uiterlijk 7 dagen voor het moment van verkoop of aflevering worden ingeënt. Dit staat in de Regeling houders van dieren artikel 8.3 en artikel 8.4.
Waar staat dit in de wet?
Bij de import van honden en katten gelden de volgende nationale en Europese wetten::
- Wet dieren
- Besluit houders van dieren
- Regeling houders van dieren
- Verordening (EG) 1/2005 (transportverordening)
- Verordening (EU) 2016/429 (diergezondheidsverordening)
- Verordening (EU) 2019/2035
- Verordening (EU) 2021/403
- Verordening (EU) 2021/404
- Verordening (EU) 2020/688
- Verordening (EU) 2020/692
- Verordening (EG) 576/2013 (uitvoeringsverordening)
- Verordening (EG) 577/2013
- Verordening (EU) 2017/625 (OCR)