Pluimveehouders zijn verplicht om hun pluimvee te monitoren op zoönotische salmonella: salmonellabacteriën waar mensen ziek van kunnen worden. De NVWA controleert of pluimveehouders zich aan de regels voor monitoring houden. In 2025 voerden we bij 62 pluimveebedrijven administratieve inspecties uit.
In het kort
Pluimveehouders moeten monsters (laten) nemen van hun pluimvee en in een erkend laboratorium laten onderzoeken op zoönotische salmonella. Jaarlijks analyseren laboratoria zo’n 84.000 monsters. Door deze monitoring kunnen we tijdig maatregelen nemen bij een besmetting. Hierdoor lopen mensen minder risico om besmet te raken met salmonella via de eieren of het vlees van pluimvee.
Tijdens onze administratieve inspecties controleren we of pluimveehouders de monitoring uitvoeren volgens wettelijk vastgestelde eisen. We analyseren de gegevens in KIP MO, de databank van AVINED. Hierin moeten pluimveehouders de uitslagen van de monsters registreren. Bij onze inspecties letten we onder andere op het volgende:
- Zijn de monsters (op tijd) genomen?
- Is de uitslag van de monstername juist en tijdig geregistreerd?
- Is de laboratoriumuitslag geldig?
- Is de salmonellastatus juist vermeld op het voedselketeninformatie-formulier (VKI-formulier)?
In 2025 voerden we 62 inspecties uit. Dit waren 58 risicogerichte inspecties en 4 inspecties naar aanleiding van een melding. Risicogericht betekent dat we inspecties uitvoeren bij bedrijven waar meer risico is op overtredingen. Van de 58 risicogerichte inspecties waren er 23 akkoord en 35 niet akkoord. Van de inspecties naar aanleiding van meldingen waren er 3 akkoord en 1 niet akkoord.
Inspectieresultaten
Risicogerichte inspecties
In 2025 selecteerden we de volgende bedrijven voor de risicogerichte inspecties:
- Bedrijven waar wel dieren waren aangevoerd, maar waarvan geen gegevens over de monstername bekend waren. Afhankelijk van het type pluimvee, moeten pluimveehouders op bepaalde momenten monsters (laten) nemen. Als zij dit niet doen, levert dat een risico op voor de voedselveiligheid en volksgezondheid.
- Bedrijven waarbij de tijd tussen het nemen van het monster en het inzetten van de analyse op het laboratorium langer was dan 96 uur. Na die tijd zijn de uitslagen van de monsters minder betrouwbaar.
Van de 58 inspecties waren er 23 akkoord en 35 niet akkoord. We voerden inspecties uit bij verschillende type pluimveebedrijven. In onderstaande diagram ziet u bij welke pluimveebedrijven we deze inspecties uitvoerden. En hoeveel inspecties akkoord en niet akkoord waren.
Risicogerichte inspecties per pluimveesoort
Bij sommige inspecties constateerden we meerdere overtredingen. Hierdoor is het aantal overtredingen hoger dan het aantal inspecties dat niet akkoord was.
| Soort overtreding | Aantal overtredingen |
|---|---|
| Geen of onjuiste gegevens bij aanlevering monsters | 3 |
| Monsters buiten de wettelijke termijn genomen | 9 |
| Monsters niet binnen 96 uur ingezet | 27 |
| Niet voldaan aan registratieplicht van de uitslagen | 4 |
| Geen correcties in KIP MO uitgevoerd | 2 |
| Geen monsters genomen of ingezonden | 1 |
| Onjuiste salmonellastatus ingevuld op het VKI-formulier | 1 |
Bij de bedrijven die we inspecteerden op de monitoring van salmonella voerden we ook een I&R-inspectie uit. Bekijk de resultaten van de I&R-inspecties.
Inspecties naar aanleiding van meldingen
We voerden 4 administratieve inspecties uit naar aanleiding van meldingen. Van deze inspecties waren er 3 akkoord. We vonden geen overtredingen bij deze bedrijven. Bij 1 inspectie constateerden we wel een overtreding. Bij dit bedrijf waren de monsters niet binnen 96 uur ingezet.
Hoe hebben wij gehandhaafd?
Bij de bedrijven die in overtreding waren hebben wij een interventie opgelegd. Het ging om de volgende interventies:
| Soort inspectie | Mondelinge of schriftelijke terugkoppeling | Officiële waarschuwing |
|---|---|---|
| Risicogerichte inspecties | 15 | 20 |
| Inspecties naar aanleiding van meldingen | 0 | 1 |
In 2025 deden we 1 herinspectie. Deze herinspectie was akkoord.
Vervolgaanpak
Ook in 2026 blijven wij risicogerichte inspecties uitvoeren. Dit betekent dat wij bedrijven controleren waarbij op basis van data het erop lijkt dat de regels niet goed zijn nageleefd. Zo zetten wij onze handhavingscapaciteit zo effectief mogelijk in.
Op de risicofactoren waarmee we onze selectie maken zien we nog steeds veel overtredingen. Daarom kijken we in 2026 onder andere weer naar deze risicofactoren als we bedrijven selecteren.
Wij blijven onze risicoselectie evalueren en verder verbeteren, zodat onze inspecties zich blijven richten op de grootste risico’s.