Het westnijlvirus kan de ziekte westnijlkoorts veroorzaken. Het virus komt voor bij vogels en wordt overgebracht door steekmuggen. Muggen kunnen het virus ook doorgeven aan andere vogels, paard(achtigen) en mensen. Vooral paarden en mensen zijn gevoelig voor een infectie met het westnijlvirus. Zij kunnen er ziek van worden.

Meld Westnijlvirus

Wat is het westnijlvirus?

Het westnijlvirus komt voor bij vogels. De meeste vogels worden hier niet ziek van. Maar bepaalde vogelsoorten zijn er gevoelig voor. Zij kunnen wel ziek worden en eraan doodgaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor zangvogels, kraaiachtigen en roofvogels.

Westnijlvirus bij paarden

Muggen kunnen het virus overdragen op andere vogels en paard(achtigen). Paarden kunnen elkaar niet besmetten. De overdracht van het virus gaat alleen via muggen.

Paarden zijn gevoelig voor een infectie met het westnijlvirus. Ze kunnen er ziek van worden. Toch komt dit niet veel voor:

  • 8 op de 10 paarden krijgen geen klachten na een besmetting met het virus.
  • 2 op de 10 paarden krijgen milde griepachtige verschijnselen
  • ongeveer 1 op de 100 paarden wordt wel ernstig ziek

Lees meer over de symptomen na een besmetting met het westnijlvirus.

Westnijlvirus bij mensen

Ook mensen kunnen het westnijlvirus via muggen krijgen. Besmetting van  mens op mens is niet mogelijk. Mensen kunnen ook niet besmet raken via paarden.

Sommige mensen worden ziek door het virus. Maar net als bij paarden komt dit weinig voor. Kijk voor meer informatie over het westnijlvirus bij mensen op de website van het RIVM.

Hoe wordt het westnijlvirus overgedragen?

 De gewone huissteekmug (Culex pipiens) verspreidt het virus. Deze muggensoort steekt vogels en zoogdieren, waaronder mensen. De virusoverdracht gebeurt als de mug eerst een vogel steekt die het virus bij zich draagt, en daarna een ander dier of een mens steekt.

Paarden en mensen kunnen het virus niet aan elkaar doorgeven. Muggen kunnen het virus ook niet verder verspreiden vanuit paarden of mensen. Daarvoor is de hoeveelheid virus in het bloed van mensen en paarden te laag.

Waar komt het westnijlvirus voor?

Het westnijlvirus kwam eerst alleen voor in Afrika, maar heeft zich over de wereld verspreid. Nu komt het op veel plekken op de wereld voor, ook in Europa. Onder meer in Nederland, Duitsland en België. In de Zuid-Europese landen kwam het al langer voor.

Actuele informatie over de verspreiding in Europa vindt u op de website van het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). Op de website staan onder meer kaarten die de verspreiding laten zien.

Ik ga met mijn paard naar een gebied waar het westnijlvirus voorkomt. Wat moet ik doen?

Eventueel kunt u uw paard laten vaccineren tegen het virus. Overleg met uw dierenarts of dit nodig is. Meer informatie over de vaccins tegen het westnijlvirus vindt u op de website van de Gezondheidsdienst voor Dieren (Royal GD). 

Kan ik paarden importeren uit een land waar het westnijlvirus voorkomt?

Ja, u mag paarden importeren uit een land waar het westnijlvirus voorkomt. Wel gelden er voorwaarden. Kijk voor meer informatie op onze pagina over de import en export van paarden en op de website van RVO.

Het westnijlvirus in Nederland

Het westnijlvirus is ook aanwezig in Nederland. Er is dus een risico dat u of uw paard besmet raakt. Als uw paard besmet is met het westnijlvirus moet u dit melden bij het Landelijk meldpunt dierziekten via 045 - 546 31 88.

Actuele informatie over het aantal besmettingen bij mensen en dieren vindt u op de website van het RIVM.

Onderzoek naar westnijlvirus in Nederland

De NVWA doet onderzoek naar de verspreiding van het westnijlvirus in Nederland. Hierbij werken we samen met Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), de Gezondheidsdienst voor Dieren (Royal GD) en het RIVM.   

Informatie over de verspreiding helpt de Nederlandse overheid om tijdig passende maatregelen te nemen. Daarom is het ook zo belangrijk dat u een melding doet als uw paard besmet is met westnijlvirus.

Lees uitgebreide informatie over het onderzoek naar westnijlvirus op de website van het RIVM.