Keuring voor en na noodslachting

Als een dier na een ongeval uit dierwelzijnsoverwegingen niet meer levend naar een slachthuis kan worden vervoerd, komt het in aanmerking voor noodslachting.

Antemortemkeuring

De dierenarts voert een antemortemkeuring uit op het dier. Een dier dat niet levend is beoordeeld door een dierenarts, is uitgesloten van noodslachting. Als aan alle voorwaarden is voldaan, vult de dierenarts de 'Verklaring Noodslachting' van de KNMvD volgens voorschrift in. Veehouder en dierenarts ondertekenen de verklaring. De veehouder moet ook de Voedselketeninformatie (VKI) aanleveren met informatie over de gezondheid van het dier en over het bedrijf. Deze VKI is verplicht in de hele EU.

Vervoer naar slachthuis

Dieren mogen binnen 2 uur na het doden op de boerderij ongekoeld bij het slachthuis worden aangevoerd. Duurt de aanvoer langer dan 2 uur, dan moet het dier gekoeld worden vervoerd.

Postmortemkeuring

De NVWA voert de postmortemkeuring uit van dieren die na noodslachting op het slachthuis worden aangevoerd. Slachthuisexploitanten zijn verplicht een noodslachting op de dag van ontvangst te melden aan de NVWA, zodat deze werkzaamheden worden ingepland.

De postmortemkeuring van een noodslachting mag niet later plaatsvinden dan op dag 4. De dag van schieten en verbloeden geldt als dag 0.