Curtobacterium flaccumfaciens pv. flaccumfaciens (Cff) is een quarantaine-organisme. Binnen de Europese Unie (EU) gelden daarom regels om de introductie en verspreiding van Cff tegen te gaan. Lees hier wat dit voor u als teler, handelaar of importeur betekent.
Cff heeft de status van quarantaine-organisme (sinds 2019, daarvoor was Cff een zogeheten PZ-Q-organisme). Er gelden binnen de EU regels om quarantaine-organismen te weren en te bestrijden. Bij een vondst zijn maatregelen nodig. Vermoedt u dat planten of zaden op uw bedrijf besmet zijn met deze bacterie? Meld het direct bij ons.
Maatregelen bij vondst op uw bedrijf
Na een melding van een vermoedelijke vondst doen wij onderzoek. Blijkt uit ons onderzoek dat het om Cff gaat? Dan nemen wij maatregelen om te voorkomen dat de bacterie zich verder verspreidt.
Vanaf juli 2025 gaan extra maatregelen gelden om de introductie en verspreiding van Cff tegen te gaan. Deze maatregelen staan in Verordening (EU) 2025/1316. Aanleiding zijn recente uitbraken en vondsten van Cff in geïmporteerd bonenzaad, ook in Nederland.
De extra maatregelen gelden voor de volgende specifieke waardplanten van Cff:
soja (Glycine max)
pronkboon (Phaseolus coccineus)
limaboon (Phaseolus lunatus)
gewone snij/sperzieboon (Phaseolus vulgaris)
azukiboon (Vigna angularis)
uradboon (Vigna mungo)
mungboon (Vigna radiata)
kousenband (Vigna unguiculata)
tuinboon/veldboon (Vicia faba)
Dit zijn de extra maatregelen:
Planten en plantaardige producten van buiten de EU moeten vrij zijn van Cff als ze de EU binnenkomen. Bij import van zaaizaden en jonge planten van de waardplanten uit Verordening (EU) 2025/1316 gaan vanaf 23 april 2026 extra importeisen gelden. Voor materiaal bestemd voor menselijke consumptie en diervoeder (verse bonen of gedroogde bonen) gelden geen aanvullende maatregelen.
Vanaf 23 april 2026 gelden 4 opties bij import van zaaizaden en jonge planten van deze waardplanten:
Het land van herkomst staat officieel bekend als vrij van Cff.
Het plantmateriaal komt uit een gebied dat vrij is van Cff. Dit is officieel verklaard door de autoriteiten in het land van herkomst.
Het plantmateriaal is afkomstig van een productielocatie die onder toezicht staat van de officiële autoriteiten. Het plantmateriaal is getoetst en vrij bevonden van Cff.
Partijen zaaizaden zijn voor export getoetst en vrij bevonden van Cff.
De exporteur in het land buiten de EU (derde land) moet ervoor zorgen dat het te exporteren plantmateriaal aan 1 van deze eisen voldoet. In de bijschrijving op het bijbehorende fytosanitair certificaat moet staan aan welke eis is voldaan. De exacte Engelstalige tekst staat in de bijlage van Verordening (EU) 2025/1316. We voegen de bijschrijvingen begin 2026 toe aan het document Bijschrijvingen bij import anders dan groenten en fruit. U kunt uw leverancier informeren over deze aanstaande importeisen.
Uitbreiding inspectieplicht
Vanaf 23 april 2026 geldt een inspectieplicht bij import van zaaizaden uit derde landen van: limaboon (Phaseolus lunatus), azukiboon (Vigna angularis), uradboon (Vigna mungo), mungboon (Vigna radiata) en kousenband (Vigna unguiculata). Zaaizaden van deze plantensoorten komen op de lijst van certificaat- en inspectieplichtige producten in bijlage XI van Verordening (EU) 2019/2072.
In Nederland voeren de keuringsdiensten deze importcontroles uit. Dat betekent dat inspecteurs van de keuringsdiensten zendingen zaaizaden van alle specifieke waardplanten gaan controleren. De inspectieplicht gaat in vanaf 23 april 2026. Zendingen met zaaizaden die inspectieplichtig worden, moet u vanaf dat moment aanmelden in CLIENT-import voor een importcontrole.
Voor zaaizaden van gewone boon (Phaseolus vulgaris), pronkboon (Phaseolus coccineus), soja (Glycine max) en tuinboon/veldboon (Vicia faba) geldt momenteel al een inspectieplicht. Deze staan al in bijlage XI van Verordening (EU) 2019/2072.. Deze inspectieplicht blijft van kracht.
Verplichte bemonstering en toets van importzendingen zaaizaden van Phaseolus vulgaris en Phaseolus coccineus
We blijven steekproefsgewijs zendingen zaaizaden van gewone boon (Phaseolus vulgaris) en pronkboon (Phaseolus coccineus) uit derde landen bemonsteren bij import, in ieder geval tot de nieuwe importeisen ingaan op 23 april 2026. Het percentage steekproeven is per juni 2025 verlaagd. De NVWA onderzoekt momenteel minimaal 10% van de zendingen met zaaizaden van Phaseolus vulgaris en Phaseolus coccineus van alle derde landen op de aanwezigheid van Cff.
Deze verplichte importtoetsing is ingesteld vanwege een verhoogd risico op besmetting van zaden. In zendingen zaaizaden uit derde landen is Cff aangetroffen. Het ging ook om zendingen uit landen waarvan niet bekend is dat Cff daar voorkomt. Veel derde landen toetsen niet op Cff, bleek uit contact tussen de NVWA en de autoriteiten van deze landen. Deze landen hebben tijd nodig om de toetsing goed te kunnen inrichten. Ze hebben hier 9 maanden de tijd voor gekregen nadat Verordening (EU) 2025/1316 in werking treedt. Dan gaan de nieuwe importeisen gelden.
Een zending valt buiten de steekproef als het herkomstland op het fytosanitair certificaat heeft verklaard dat alle partijen in de zending zijn getoetst op Cff en hiervan zijn vrij bevonden.
Als importeur betaalt u de kosten van de importcontrole, inclusief de monstername en het laboratoriumonderzoek.
Hoe nemen we steekproeven?
Voor de steekproeven maken we gebruik van CLIENT-Import, het systeem waarin bedrijven aangifte doen van importzendingen. Dit systeem selecteert willekeurig een fytosanitair certificaat. De inspecteur van de keuringsdienst bemonstert 1 van de partijen die bij dat certificaat hoort. Die partij toetsen we op de aanwezigheid van Cff.
Zending vastgelegd tijdens onderzoek
Het toetsen van een partij kan 3 tot 6 weken duren. Het kan langer duren als er veel zendingen ons land binnenkomen. De gehele zending wordt in die periode vastgelegd: zowel de bemonsterde partij als de overige partijen van Phaseolus vulgaris en Phaseolus coccineus op het fytosanitair certificaat.
Wat betekent het als mijn partij wordt vastgelegd?
U mag geen handelingen uitvoeren aan het materiaal, tenzij u hier expliciet toestemming voor heeft. In Nederland kan alleen de NVWA deze toestemming geven. U mag de partij niet (laten) vervoeren, bewerken of verpakken. Ook mag u geen andere aanvullende monsters van deze partij nemen. U mag alleen handelingen verrichten die nodig zijn om de houdbaarheid van het product te garanderen. Vraag op de inspectielocatie na wat er mogelijk is.
Uitslag van de toets
Is de uitslag van de toets negatief? Dan is er geen Cff aangetroffen. De zending mag ingevoerd worden.
Blijkt uit de toetsing dat een partij besmet is? Dat zijn maatregelen nodig en mag de partij niet worden ingevoerd.
Maatregelen bij vondst Cff in importzending
De besmette partij moet worden vernietigd of retour gestuurd naar het land van verzending.
Een vondst van Cff heeft ook gevolgen voor de andere (niet getoetste) partijen zaaizaad van dezelfde gewassen die onder hetzelfde fytosanitair certificaat vallen. De importeur kan voor deze overige partijen uit de volgende 3 opties kiezen:
De partijen vernietigen.
De partijen retour sturen naar het land van herkomst.
Alle afzonderlijke partijen, met uitzondering van de besmette partij, officieel laten toetsen op Cff.
U mag alleen partijen invoeren waarop geen Cff is aangetroffen. Een Cff-vondst bij import kan leiden tot een vervolgonderzoek.
Geen extra importeisen overige waardplanten van Cff
Voor overige waardplanten van Cff (die niet specifiek benoemd zijn in Verordening (EU) 2025/1316) gelden geen aanvullende eisen bij import. Voor alle mogelijke waardplanten geldt wel dat planten en producten vrij moeten zijn van Cff. Het verzendende land bepaalt hoe het garandeert dat de partij vrij is. Er hoeft geen specifieke bijschrijving over Cff te worden opgenomen op het fytosanitaire certificaat.
Van 23 juli 2025 tot en met 30 april 2029 geldt een jaarlijkse surveyverplichting in de teelt van deze specifieke waardplanten. Deze verplichting geldt in alle EU-landen. De verplichting geldt in de teelt van de specifieke waardplanten uit Verordening (EU) 2025/1316. In Nederland gaat de NVWA surveyinspecties uitvoeren bij bedrijven die deze waardplanten telen. Zo kunnen we de mogelijke aanwezigheid van Cff in Nederland monitoren. De data wordt gebruikt bij het ontwikkelen van regelgeving en de aanpak van Cff. We doen ook onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Cff in stroken met onkruid rondom teeltpercelen. Daarmee kunnen we aantonen of de bacterie zich mogelijk wijder heeft verspreid in Nederland.
Hoe werkt een survey in de teelt?
De NVWA selecteert steekproefsgewijs percelen met teelt van specifieke waardplanten. Deze waardplanten onderzoeken we op de aanwezigheid van Cff. We voeren visuele inspecties uit. Dit houdt in dat de inspecteur planten visueel onderzoekt op symptomen van Cff. Als de inspecteur symptomen van Cff waarneemt, volgt monstername en onderzoek in het laboratorium. Het labonderzoek duurt tot 6 weken na monstername.
De inspecties worden laat in het teeltseizoen uitgevoerd. De symptomen van Cff zijn na warmere perioden namelijk beter waar te nemen.
Hoe werkt een survey in onkruiden?
We nemen monsters van onkruid in stroken rondom percelen waar waardplanten worden geteeld, ook als er nog geen symptomen van Cff zichtbaar zijn. We onderzoeken de onkruidmonsters op Cff. De bacterie kan al aanwezig zijn zonder dat er zichtbare symptomen zijn op de planten. Tijdens het onderzoek gelden geen aanvullende maatregelen in het gebied waar de onkruiden zijn bemonsterd en omliggende percelen.