De NVWA houdt toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarom voeren we onder meer onaangekondigde inspecties bij bedrijven uit op het moment dat zij gewasbeschermingsmiddelen toepassen. In 2025 voerden we 123 van deze inspecties uit in de buitenteelt.

In het kort: naleving wederom niet verbeterd

De NVWA houdt toezicht op de naleving van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (WGB) en het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). De algemene voorschriften en aanvullende (toepassings-)voorwaarden zijn er om mens, dier en milieu te beschermen.

Een onderdeel van ons toezicht is het uitvoeren van onaangekondigde inspecties tijdens het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Bijvoorbeeld bij het gebruik van spuitmachines of tijdens het planten, poten of zaaien van gewassen. Van januari tot en met november 2025 voerden wij bij 123 bedrijven van deze onaangekondigde inspecties uit.

Het ging om inspecties bij verschillende gewasgroepen in de buitenteelt van land- en tuinbouwgewassen.

  • Bij 112 inspecties werd gebruikgemaakt van gewasbeschermingsmiddelen.
  • Bij 7 inspecties werden uitsluitend (blad)meststoffen toegepast.
  • Bij 4 inspecties werden op dat moment geen gewasbeschermingsmiddelen of (blad)meststoffen toegepast.

We gaan hier verder in op de resultaten van de inspecties waar gewasbeschermingsmiddelen werden gebruikt. Van de 112 inspecties waren er 73 akkoord en 39 niet akkoord.

Inspecties toepassing van gewasbeschermingsmiddelen 2025

Wij handhaven volgens ons interventiebeleid. Bij de bedrijven die in overtreding waren, hebben we een interventie toegepast: er is een rapport van bevindingen opgemaakt, een officiële waarschuwing gegeven of mondelinge mededeling gedaan. Op basis van een rapport van bevindingen kan een boete worden opgelegd. Een mondelinge mededeling geven we alleen bij een lichte overtreding.

Bij 36 van de 39 inspecties die niet akkoord waren ging het om overtredingen waarvoor een rapport van bevindingen of een officiële waarschuwing is opgemaakt. Bij 3 inspecties ging het om een lichte overtreding die we konden we afdoen met een mondelinge mededeling.

Op basis van de inspecties die akkoord (73) waren en de inspecties die met een mededeling (3) zijn afgedaan, hebben we het naleefpercentage berekend: dit is 68%. In 2024 was dit percentage 67% en in 2023 was het 68%. Deze percentages laten zien dat de naleving in de afgelopen jaren nagenoeg gelijk is gebleven.

Inspectieresultaten

Tijdens de 112 inspecties waarbij gewasbeschermingsmiddelen werden gebruikt, controleerden we op onderstaande onderdelen. Het is mogelijk dat bij een inspectie meerdere overtredingen zijn geconstateerd, en dat hiervoor meerdere interventies zijn ingezet.

Gebruik van de middelen

Bij dit onderdeel controleerden we of er uitsluitend toegelaten middelen werden gebruikt en of deze middelen op de juiste manier werden gebruikt (in lijn met het wettelijke gebruiksvoorschrift).

We constateerden bij 9 bedrijven overtredingen. Hiervoor zijn bij 7 bedrijven rapporten van bevindingen opgesteld en bij 2 bedrijven is er een officiële waarschuwingen gegeven.

De meest voorkomende overtreding was het gebruik van een onjuiste spuittechniek. Verder is bij 1 inspectie het gebruik van een niet in de teelt toegelaten middel geconstateerd. Dit middel werd toegepast in een weiland.

Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL)

De meeste overtredingen zijn begaan bij het onderdeel Besluit Activiteiten Leefomgeving. Bedrijven hielden zich niet aan voorschriften als het aanhouden van een teeltvrije zone, het gebruik van een kantdop en het gebruik van een techniek die minimaal 75% driftreductie haalt.

In totaal constateerden we bij 23 bedrijven een overtreding die leidde tot een rapport van bevindingen, officiële waarschuwing of mondelinge mededeling.

Bij 1 inspectie is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de teeltvrije zone geconstateerd. In een teeltvrije zone mogen geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden ter bescherming van oppervlaktewater. Verder was bij 17 van deze overtredingen de kantdop niet in gebruik, terwijl dit verplicht is. Bij 6 van deze 17 overtredingen grensde het geïnspecteerde perceel aan oppervlaktewater.

Overige overtredingen

  • Bij 11 bedrijven had de geïnspecteerde geen geldig Bewijs van Vakbekwaamheid (BVV). Dit is 10 keer afgedaan met een rapport van bevindingen en 1 keer is een officiële waarschuwing gegeven.
  • Bij 4 bedrijven was de keuring van de spuitapparatuur verlopen. Deze zijn alle 4 afgedaan met een rapport van bevindingen.
  • Bij 3 bedrijven werd niet voldaan aan de zorgplicht (volgens artikel 2a van de WGB). Hier is 2 keer een officiële waarschuwing voor gegeven en 1 keer een mondelinge mededeling.

Hoe hebben wij gehandhaafd?

Bij de inspecties die niet akkoord waren hebben wij interventies toegepast. Bij een aantal inspecties constateerden we meerdere overtredingen en zijn meerdere interventies ingezet. In totaal ging het om:

  • 3 mondelinge mededelingen
  • 15 officiële waarschuwingen
  • 32 rapporten van bevindingen: op basis hiervan kan een boete of andere maatregel worden opgelegd

Aantal niet-akkoord inspecties en toegepaste interventies per onderdeel 2025

Inspecties per doelgroep

De inspecties zijn uitgevoerd bij verschillende doelgroepen. De tabel laat zien hoeveel inspecties er per doelgroep hebben plaatsgevonden, en hoeveel van deze inspecties niet akkoord waren. Bij de inspecties die niet akkoord waren zijn een of meerdere interventies toegepast.

Inspecties per doelgroep 2025
(Teelt)doelgroepAantal inspectiesAantal inspecties niet akkoord
Akkerbouw4511
Fruitteelt175
Groenteteelt238
Sierteelt85
Bloembollen95
Loonwerkers21
Overig (onder andere openbaar groen en weiland)84
Totaal11239

Vervolgaanpak

Deze inspectieresultaten laten zien dat nog te weinig bedrijven zich aan de regels voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen houden.

Als bedrijven niet voldoen aan de driftreducerende eisen of de toepassingsvoorwaarden van gewasbeschermingsmiddelen, brengt dit risico’s met zich mee voor de waterkwaliteit, de biodiversiteit en de leefomgeving. Een van de strategische doelen van de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 is juist dat er nagenoeg geen emissies naar het milieu plaatsvinden als er gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Door de lage naleving van de driftreducerende eisen bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen geeft dit risico’s voor het milieu.

In het hoofdlijnenconvenant gewasbescherming is afgesproken om de milieubelasting van het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw fors terug te dringen.

De komende jaren blijven wij onaangekondigde inspecties uitvoeren bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. De resultaten bespreken we steeds met verschillende organisaties, waaronder de sectorvertegenwoordigers, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).