Het initiatief voor het opheffen van een besmetverklaring ligt altijd bij de gebruiksgerechtigde van het besmet verklaarde terrein. Daarvoor is altijd een bemonstering nodig. Deze vraagt u aan bij de keuringsdiensten. Op deze pagina leest u waar u rekening mee moet houden bij aanvragen van bemonstering op besmet terrein.
Aanvragen bij NAK of BKD
Deze bemonstering moet u via een officiële AM-monstername laten uitvoeren door de NAK. Bloembollentelers kunnen bemonstering ook bij de BKD aanvragen. Hiermee toont u aan dat de grond vrij is van cysten. U volgt hierbij de aanwijzingen van de NAK of de BKD.
Na wachtperiode
De bemonstering van besmet verklaard terrein is pas toegestaan na het verstrijken van de wachtperiode. De NAK of BKD beoordelen met behulp informatie die ze van ons krijgen of het besmette terrein in aanmerking komt voor bemonstering. Hierbij geldt:
- De wachtperiode is afhankelijk van de historie van uitslagen van AM bemonstering, aardappelteelt(en) en bestrijdingsmaatregelen.
- De bestrijdingsmaatregelen die zijn genomen moeten bij ons zijn gemeld, en te zijn goedgekeurd.
Hele terrein bemonsteren
De bemonstering op besmet terrein wordt altijd uitgevoerd met een monstervolume van 1500 ml/ha. Daarbij moet de volledige oppervlakte van het besmet verklaarde terrein bemonsterd worden. Bemonstering van slechts een gedeelte of delen van de besmetverklaring is niet toegestaan.
In het uitzonderlijke geval dat achteraf zou blijken dat een bemonstering van besmet terrein te vroeg is uitgevoerd, is de uitslag niet geldig.