U mag consumptie- en zetmeelaardappelen telen op een besmet terrein. U moet dan wel de besmetting onderdrukken met inzet van voldoende resistente rassen.
Controleprogramma voor beheersing
Het beheersprogramma bestaat uit rassen met voldoende resistentie voor de aanwezige populatie(s) in combinatie met een meer of minder ruime vruchtwisseling. In onderstaande tabel ziet u het controleprogramma voor beheersing. Per teeltfrequentie is de minimale score (klasse) weergegeven van aardappelrassen die toegepast mogen worden in het basisprogramma.
Inzet van niet hoog-resistente rassen heeft tot gevolg dat het langer duurt voordat de besmetting opgeheven kan worden. Voor behoud van vertrouwen in de Nederlandse exportgaranties is het belangrijk dat u actie onderneemt om de besmetting zo snel als mogelijk op te heffen.
Controleprogramma voor beheersing
|
Teeltfrequentie aardappelen (Hierbij geldt ook het teeltvoorschrift vruchtwisseling) | Relatieve vatbaarheid | |
|---|---|---|
| % | score | |
| 1:2 of een jaar geen aardappelteelt | 5 | 7 |
| 1:3 of twee jaar geen aardappelteelt | 10 | 6 |
| 1:4 of drie jaar geen aardappelteelt | 15 | 5 |
| 1:5 of ruimer of minimaal vier jaar geen aardappelteelt | 25 | 4 |
Met de combinatie van teeltfrequentie en score voor resistentie wordt onderdrukking bereikt, ten opzichte van de waarschijnlijke omvang van de AM-populatie tijdens het vaststellen van de besmetting. Ook is er sprake van een meerjarig evenwichtsniveau dat onder de schadedrempel ligt.
Enkele aandachtspunten
- Bij teelt van aardappelen op een besmet verklaard terrein (met uitzondering van hoog resistente rassen) geldt dat de wachtperiode opnieuw gaat tellen. U moet de aardappelteelt dan opvolgen door een bestrijdingsmaatregel.
- We houden toezicht op het telen van aardappelen op een besmetverklaring. Als u niet kunt aantonen dat u binnen het Nederlandse controleprogramma aardappelen teelt, is er sprake van een overtreding.
Minimaal 6 jaar geen aardappelen telen
Het niet telen van aardappelen heeft natuurlijke afsterving van aardappelcystenaaltjes tot gevolg. Na minimaal 6 jaar geen aardappelteelt heeft u het recht op het uitvoeren van een bemonstering van het besmette terrein.
U moet zelf in de gaten houden dat de wachtperiode is verstreken. En zelf een officieel onderzoek aanvragen. Als u na minstens 6 jaar geen aardappelteelt, toch aardappelen teelt op het besmet verklaarde terrein, gaan de wachtjaren opnieuw tellen.