Wij moeten kunnen controleren of u de verplichtingen naleeft voor de teelt en afzet van aardappelen van besmet verklaard terrein. Uw hele (poot)aardappelteelt moet daarom goed traceerbaar zijn. Dus niet alleen de teelt op besmet terrein. U moet bijhouden welke rassen u op uw bedrijf heeft geteeld, welk ras waar, en wat u vanaf de oogst met de aardappelen heeft gedaan.

Registraties bijhouden

U moet van de teelt van aardappelen op een besmet terrein registraties bij houden. Dit kunt u doen met:

  • Een teeltplan dat beschrijft welke rassen u op en rondom de besmetverklaring heeft geteeld.
  • Verkoopdocumenten van de opbrengst van de teelt van aardappelen op de besmetting.
  • Een logboek of andere registraties van uw bedrijfsactiviteiten zoals oogsten, inschuren, bewerkingen, verplaatsingen en afzet.

Een ras telen zowel op besmet terrein als elders

Teelt u een ras op het besmet verklaard terrein en ook op een andere locatie? Dan willen wij exact kunnen volgen wat er met deze aardappelen gebeurt. Daarvoor moeten we weten:

  • wanneer er is geoogst
  • waar de aardappelen zijn opgeslagen
  • of partijen apart zijn, of samengevoegd
  • wat de bestemming is van de partij met besmette aardappelen

Hetzelfde ras telen als pootgoed

Teelt u hetzelfde ras ook als pootgoed, dan is het extra belangrijk dat u nauwkeurig kunt aantonen:

  • wat de hoeveelheid aardappelen is, op niveau van aantal kisten
  • de locaties waar het wordt opgeslagen

Dit geldt ook voor bewerkingen en verplaatsingen na het inschuren.

Teelt van hetzelfde ras

We raden af om aardappelen van hetzelfde ras te telen als pootaardappel naast een besmet verklaard terrein, of tussen besmet verklaarde terreinen. We beschouwen deze aanpak fout- en fraudegevoelig. Samen met de NAK houden we hier toezicht op.

Voor telers van NAK-pootgoed geldt dat ook de NAK eisen stelt aan het bijhouden van registraties en traceerbaarheid.