Ontwerpt, beheert, exploiteert, huurt of verhuurt u attracties of speeltoestellen? Dan moet u ervoor zorgen dat ze veilig zijn en aan de wettelijke eisen voldoen. De NVWA houdt hier toezicht op. We doen onder andere inspecties bij evenementen, op kermissen en in attractieparken. Ook onderzoeken we ongevallen met toestellen.
Wat is het verschil tussen attracties en speeltoestellen?
Er zijn 2 soorten toestellen: attracties en speeltoestellen. Beide zijn bedoeld voor vermaak en ontspanning. Het belangrijkste verschil is de manier waarop het toestel wordt aangedreven. Speeltoestellen werken door menselijke spierkracht of de zwaartekracht. Attracties werken door een motor.
Bij attracties moet je denken aan achtbanen, botsauto's, cakewalks en draaimolens, of de rups op de kermis. Bij speeltoestellen gaat het bijvoorbeeld om een springkussen, schommel of glijbaan.
Voor beide soorten staan de wettelijke regels in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (WAS).
Verplichtingen per rol
Wat u van de wet moet doen hangt af van u rol. Bekijk daarom hoe het zit voor:
Beheerder van een toestel? Bekijk ook de checklist voor goed beheer.
Hoe weet ik of het veilig is?
In Nederland gelden strenge veiligheidseisen voor attracties en speeltoestellen. Wij controleren daarom of iedereen zich aan de regels houdt. In deze video ziet u hoe dat in de praktijk werkt.

Ons toezicht: speeltoestellen.
[In een pretpark.]
BJORN ELSEBROCK, reporter NVWA: Dit soort spannende attracties op kermissen en in pretparken, trekken jaarlijks duizenden bezoekers. Het toestel lijkt gevaarlijk, maar als het goed is, is dat allemaal maar schijn. Want attracties en speeltoestellen moeten in Nederland aan strenge eisen voldoen.
[Bjorn zit in een achtbaan.]
BJORN: Maar wat zijn die eisen? En hoe zorgt het park ervoor dat dit soort attracties en speeltoestellen veilig zijn, zodat jong en oud de beleving ervaren, maar geen gevaar lopen? In deze serie leg ik je uit hoe de NVWA toezicht houdt en zo werkt aan een veiliger en gezonder Nederland voor mens, dier en natuur. Zoals gezegd, attracties en speeltoestellen moeten veilig zijn. En daar heeft de eigenaar of de exploitant een belangrijke verantwoordelijkheid in. Ik heb afgesproken met Dirk, hoofd technische dienst van dit park.
BJORN: Hoe veilig is deze attractie eigenlijk?
DIRK DE VRIES, manager technische dienst attractiepark: De attractie is hartstikke veilig. Wij doen er, dag in dag uit, alles aan om de veiligheid van onze bezoekers te waarborgen. We doen wekelijks, maandelijks en jaarlijks checks, maar daar kan ik je meer over vertellen in de kelder.
DIRK [in de kelder]: We zijn onder het station van de achtbaan, waar onze 2de trein staat, zodat we hem goed kunnen inspecteren. Uiteindelijk zijn wij natuurlijk als exploitant eindverantwoordelijk voor het operationele stuk en de veiligheid van de attractie. Dus wij zijn in feite de laatste schakel in het proces, om te zorgen dat alles veilig is voor de bezoeker. Op het moment dat je een attractie aanschaft, dan krijg je de benodigde onderhoudspecificaties en daar moet je je helemaal aan houden. Dit is ons opstart-logboek en daarin staat precies beschreven wat wij allemaal moeten controleren aan de achtbaan, voordat die open mag. Hier staat bijvoorbeeld in beschreven dat wij de wheel carrier moeten controleren. Dat is het onderdeel waar de achtbaan mee op de rails staat. De dingen die wij daaraan controleren zijn bijvoorbeeld: zijn de bouten losgedraaid? Dat kunnen we visueel zien door de rode streepjes die erop staan, 'torque striping' heet dat. Dus is het lijntje gebroken, dan weten we: de bout zit los. We controleren ook de wielen. We draaien ze rond om te horen of de lager nog goed is.
BJORN: Om er zeker van te zijn dat een park alles goed onderhoudt, zijn er naast de inspecties van de NVWA, ook nog speciale keuringsinstanties die de parken controleren. Dit zijn de zogenaamde AKI's. Het park moet alle logboeken laten checken.
DIRK: Ja, de AKI is de aangewezen keuringsinstantie. Dat is een aantal partijen in Nederland die mogen controleren of wij ons werk goed doen en daar moeten wij jaarlijks een certificaat van ontvangen. Een certificaat van goedkeuring. Wil je hem zien?
BJORN: Ja, graag.
DIRK: Dit is ‘m van van dit jaar.
BJORN: Goedgekeurd?
DIRK: Jazeker, er staat een handtekening op.
BJORN: Heel goed!
[Kinderen in een waterachtbaan zwaaien naar de camera.]
BJORN: AKI, certificaat van goedkeuring, waarschijnlijk heb je er nog nooit van gehoord. Maar om te zorgen dat alleen veilige toestellen op de Nederlandse markt komen, moeten attracties worden gekeurd door een aangewezen keuringsinstantie. Er zijn 2 soorten toestellen: attracties en speeltoestellen. Bij attracties moet je denken aan een achtbaan, zweefmolen of de rups op de kermis, en bij een speeltoestel gaat het bijvoorbeeld om een springkussen, schommel of glijbaan. Attracties en speeltoestellen moeten veilig zijn. Daarom gelden er regels waar bedrijven zich aan moeten houden. Het gaat daarbij om het ontwerp, het beheer en gebruik.
BJORN: Attractie- en speeltoestellen moeten technisch gekeurd zijn, voordat ze gebruikt mogen worden. Dit wordt gedaan door een aangewezen keuringsinstantie, makkelijk gezegd: een AKI. Wanneer blijkt dat het toestel goed is ontworpen en geproduceerd, en dus voldoet aan alle eisen, wordt er een certificaat van goedkeuring afgegeven. Dit is het bewijs dat het toestel veilig is. Het certificaat van goedkeuring is voor speeltoestellen onbeperkt geldig. Attracties moeten elke 1, 2 of 3 jaar gekeurd worden.
BJORN: Beschikt een beheerder van een toestel over een certificaat van goedkeuring? Dan is het zijn taak om het toestel ook veilig te houden. Dat houdt in dat het toestel goed wordt onderhouden, en regelmatig wordt geïnspecteerd. Alles wat een beheerder doet om het toestel te onderhouden, moet worden bijgehouden zodat de NVWA dit kan controleren.
BJORN: Als laatste nog het gebruik. Om een toestel veilig te houden, is het belangrijk dat de beheerder ervoor zorgt dat het toestel gebruikt wordt, zoals de fabrikant dat heeft bedacht. Zo is een beheerder bijvoorbeeld verplicht om toezicht te houden bij opblaasbare toestellen om te controleren of er niet meer kinderen op spelen dan is toegestaan, en er moet gecheckt worden of kinderen wel de juiste lengte hebben voor een attractie.
BJORN: Tijmen is inspecteur bij de NVWA en samen met zijn collega's controleert hij bij verschillende parken in Nederland of ze zich aan de regels houden, en of ze alle attracties en de daarbij behorende zaken, goed onderhouden.
TIJMEN KRUIDHOF, inspecteur NVWA: De NVWA controleert binnen Nederland onder andere bij attractieparken, bij in- en outdoor speeltuinen, op kermissen, en ook bij overige evenementen waar attractie- en speeltoestellen zijn te vinden. Maar wij controleren bijvoorbeeld ook bij verhuurders van attractie- en speeltoestellen, maar ook zoiets als skateparken.
BJORN: Het is belangrijk dat iedereen onbezorgd gebruik kan maken van attractie- en speeltoestellen. Daarom worden allerlei verschillende zaken gecontroleerd.
TIJMEN: Ik neem ook een kijkje in de meterkast van de attractie, iets groter dan thuis.
BJORN: Dat is wel een hele grote!
TIJMEN: Wanneer we de meterkast controleren, bekijken we of de bedrading goed is aangelegd en of we geen afwijkingen zien.
TIJMEN: We controleren ook de beugels. Naast de attractietoestellen, inspecteren we ook speeltoestellen. De klimvulkaan.
BJORN: Ziet er wel gevaarlijk uit!
TIJMEN: Uitdagend, zou ik het noemen. Hier bekijk ik bijvoorbeeld of er geen objecten in de vrije ruimte staan. Zoals je hier ziet is het mooi aangegeven met die zwarte band.
[Tijmen controleert een speeltoestel.]
TIJMEN [heeft twee voorwerpen in z'n handen]: Dit stelt het menselijk lichaam voor. De mooie groene stelt het rompje van een klein kind voor, en dit is eigenlijk het hoofd. Ze moeten er of allebei doorheen kunnen, of die groene moet er niet doorheen kunnen. Hier ook weer een mooi testobject. Dit stelt een vinger voor. Als de opening te klein is, zou je vinger kunnen blijven haken.
TIJMEN: Naast het inspecteren van de toestellen zelf, letten we ook voornamelijk op processen. Zo kijken we hoe het personeel is opgeleid, of het personeel weet hoe zij de attractie moeten bedienen en kijken we ook of zij toezicht houden bij de attracties. Als het niet in orde blijkt, dan gaan we in eerste instantie in gesprek met de ondernemer om te kijken hoe hij of zij het kan oplossen. Of als er echt acuut gevaar dreigt, dat wij de attractie of het speeltoestel zelfs buiten gebruik kunnen stellen. Mocht het regelmatiger voorkomen dat er dingen mis zijn, dan komen we vaker langs, zelfs onaangekondigd, en dan kunnen er ook boetes volgen.
BJORN: Zowel de beheerder, als de AKI's en inspecteurs van de NVWA, doen er alles aan om ervoor te zorgen dat attracties en speeltoestellen veilig zijn. Daarnaast is er natuurlijk ook een rol weggelegd voor de bezoekers als het gaat om de veiligheid.
TIJMEN: We kunnen niet overal bij zijn, de gebruiker heeft daarin ook een verantwoordelijkheid. Zo moeten zij de veiligheidsregels die bij een attractie staan in acht nemen. In tegenstelling tot bij attractietoestellen is bij speeltoestellen vaak geen toezichthouder aanwezig. Dus niet een soort badmeester zoals bij zwembaden. In dat opzicht hebben ouders vaak wel een verantwoordelijkheid om op hun kinderen te letten. En zo lang we dit met zijn allen doen, kunnen we in dit soort parken een plezierige dag beleven.
[Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Ons Toezicht. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Logo Rijksoverheid.]
Maakt u gebruik van een attractie of speeltoestel, of doen uw kinderen dit? Dan kunt u helpen om het voor iedereen veilig te houden.
Toestel opzoeken in het RAS
In het Register attractie- en speeltoestellen (RAS) kunnen gemeenten opzoeken of een attractie is goedgekeurd. Lees hoe u RAS gebruikt.
Meld ongeval direct
U moet een ernstig ongeval met uw toestel altijd bij ons melden. Dit kan via onderstaand formulier of via het Klantcontactcentrum: 0900-03 88.
Een ernstig ongeval betekent dat iemand een verwonding heeft waardoor er letsel is opgelopen waarvoor professionele medische behandeling of een ziekenhuisopname noodzakelijk is, of bij overlijden.

