Regels verhuren / huren speeltoestellen

Zowel een huurder als een verhuurder kan worden aangemerkt als beheerder/exploitant en moet voldoen aan de eisen voor beheerders. Feiten en omstandigheden bepalen wie als de exploitant/beheerder en wie als gebruiker moet worden aangemerkt. Hierin kunnen twee situaties onderscheiden worden:

  • De huurder heeft geen commercieel belang ten aanzien van het gehuurde toestel; een voorbeeld hiervan is een groepje buren (huurder) besluit een buurtfeest te organiseren en huurt een luchtkussen bij een luchtkussenverhuurbedrijf (verhuurder).  In dit geval wordt het luchtkussen door de buren niet gebruikt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De verhuurder wordt als beheerder/exploitant aangemerkt en is verantwoordelijk voor de  eisen die hieraan verbonden zijn.
  • De huurder heeft een commercieel belang ten aanzien van het gehuurde kussen; twee voorbeelden hiervan zijn:
    Een kermisexploitant (huurder) huurt een luchtkussen van een luchtkussenverhuurbedrijf (verhuurder) om te gebruiken op de kermis. Of een winkeliersvereniging (huurder) huurt een luchtkussen van een luchtkussenbedrijf (verhuurder) en gebruikt dat in het winkelcentrum om het winkelcentrum te promoten. In deze gevallen wordt de huurder als beheerder/exploitant aangemerkt. Hij gebruikt het luchtkussen in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf en is verantwoordelijk voor de  eisen die hieraan verbonden zijn.

Verplichte documenten

Bij het verhuren van een speeltoestel moet de verhuurder onderstaande documenten bijvoegen. De huurder van het speeltoestel moet deze documenten op de locatie van het toestel hebben:

  • Een gebruiksinstructie waar alle relevante gegevens op vermeld staan voor een veilige opstelling en gebruik van het speeltoestel. Zoals bijvoorbeeld instructies voor de verankering van een luchtkussen.
  • Een voor de huurder in te vullen blad waarop deze aantekeningen kan maken over onderhoud en ongevallen.
  • Kopie van de bladzijden uit het logboek of actueel dossier waaruit de typegoedkeuring blijkt.

Op het toestel en op de gebruiksinstructie moeten identificatietekens staan, zodat een koppeling tussen het toestel, de gebruiksinstructie en het logboek of actueel dossier mogelijk is. Bovendien moet duidelijk zijn aangegeven waar het logboek of actueel dossier kan worden ingezien.

Meer informatie

  • Volgens het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) moet het toestel vergezeld gaan van een dossier.
  • De lay-out van het logboek wordt vrijgelaten. Een voorbeeld vindt u in bijlage VI van het Handboek veiligheid van speelgelegenheden, richtlijnen voor beheer (ISBN 9-5901-911-3).