Ik importeer zaden of planten van buiten EU

Als u zaden of planten van tomaten, paprika's of Spaanse pepers importeert, kunnen die besmet zijn met ToBRFV. Daarom heeft de EU een aantal eisen opgesteld. Lees waar u rekening mee moet houden bij import van zaden en planten van buiten de EU.

De productielocatie van zaden is vrij van ToBRFV

De zaden die u importeert moeten geproduceerd zijn op een productielocatie waar geen ToBRFV is aangetroffen. Dit moet vastgesteld zijn in officiële inspecties. Ook moeten de zaden of de moederplanten getoetst zijn.

Verder moet uit het fytosanitair certificaat duidelijk blijken op welke locatie de partij zaden is geproduceerd. Hoe die referentie er precies uitziet (naam locatie, registratiecode, of anderszins) is niet voorgeschreven. Er zijn meerdere opties, zolang het doel van traceerbaarheid gediend wordt.

Toetsing van zaden die u importeert

Bij zaden die u importeert mag geen ToBRFV zijn aangetroffen. Dit moet zijn aangetoond met een toetsing die is uitgevoerd voordat u de zaden importeert in de EU. Dat kan op de volgende manieren:

  • De zaden zijn getoetst met een realtime RT-PCR of ELISA zoals omschreven in Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1191.
  • De zaden zijn geoogst van moederplanten die getoetst zijn met een realtime RT-PCR.

Let op: na 31 maart 2021 kan alleen een realtime RT-PCR-toetsmethode gebruikt worden voor de toetsgarantie van zaden.

Advies NVWA over toetsmethode

Wij adviseren u alleen zaden te importeren die met een realtime RT-PCR zijn getoetst.

Importeisen vermeld in aanvullende verklaringen

Uit de tekst in de bijschrijvingen moet blijken dat is voldaan aan de importeisen. In het document 'Additional declarations other than fruits and vegetables' leest u wat er ten minste moet staan in de bijschrijvingen in de importdocumenten.

Als een partij zaden al eerder is geproduceerd, is een veldinspectie van de moederplanten niet meer mogelijk. Op 26 januari 2021 is verordening 2020/1191 hiertoe aangepast en zijn wijzigingen opgenomen in het document 'Additional declarations other than fruits and vegetables'.

Steekproeven bij import

In de noodmaatregel staat dat minimaal 20% van de zendingen met zaden onderzocht moet worden. Daartoe nemen inspecteurs van de keuringsdiensten tijdens de importinspectie steekproefsgewijs monsters van de zendingen die vanuit derde landen in Nederland voor import worden aangeboden. Het systeem dat voor de aangifte van de zending wordt gebruikt (CLIENT-import) selecteert willekeurig de zending die bemonsterd moet worden. De inspecteur kiest vervolgens een partij uit die zending. De monsters worden in het laboratorium getoetst op de aanwezigheid van ToBRFV. Paprikazaden die volgens het begeleidende fytosanitair certificaat resistent zijn tegen ToBRFV worden niet bemonsterd.

De EU-wetgeving vereist dat gedurende het laboratoriumonderzoek de partij niet wordt vrijgegeven voor invoer. De gehele bemonsterde partij, 1 productregel in CLIENT-import, wordt vastgelegd. De doorlooptijd van toetsing zal ongeveer 3 weken bedragen en dit kan nog oplopen in geval van pieken in het aanbod. Bij vermoeden van aanwezigheid van het virus wordt aan hetzelfde monster een 2e toets uitgevoerd. Alleen als de laboratoriumtest negatief is, dus als het virus niet aanwezig is, wordt de partij vrijgegeven. Als de partij wel besmet is moet hij worden vernietigd of retour gestuurd.

De monstername en het laboratoriumonderzoek komen voor rekening van de importeur.

Gebruik zaden voor onderzoek (R&D)

Als u een vergunning heeft en de zaden wilt gebruiken voor onderzoek en ontwikkeling (R&D), kunt u een ontheffing krijgen waarmee u ongetoetste zaden of planten van tomaat en niet-resistente paprika’s kunt importeren.

Na het onderzoek moet u de zaden of planten vernietigen. Of kunt u ze opnemen in een Post-Entry Quarantaine-procedure (PEQ-procedure), als u hiervoor een vergunning heeft.

Meer informatie hierover vindt u op de pagina R&D Fyto.