Is er een contaminant aangetroffen in een levensmiddel dat u produceert of verhandelt? En is er geen wettelijke limiet voor deze stof? Dit betekent niet automatisch dat het product veilig is. U moet een risicoanalyse uitvoeren om te bepalen of er een risico is voor de consument.

Waarom moet ik een risicoanalyse maken?

Er zijn wettelijke limieten vastgesteld voor contaminanten. Deze geven aan hoeveel er van een bepaalde stof in een product mag zitten. Een overschrijding van de limiet betekent dat het levensmiddel onveilig en mogelijk schadelijk is.

Maar voor bepaalde contaminanten en producten zijn nog geen wettelijke limieten vastgesteld. Toch is het dan nog steeds mogelijk dat het levensmiddel onveilig of schadelijk is. Omdat u verantwoordelijk bent voor de veiligheid van het product, moet u controleren of er misschien toch een risico is voor de consument.

Meld als er een risico is

Laat de risicoanalyse zien dat er een risico is voor de consument? Dan gaat het om een onveilig product. U bent verplicht om dit bij ons te melden.

Hoe maak ik een risicoanalyse?

In de wetgeving staat niet hoe u een risicobeoordeling moet maken. Iedere situatie is weer anders, en verschillende zaken (zoals het type product en de doelgroep) spelen een rol. Het gaat dus altijd om maatwerk. Kijk onder meer naar het volgende:

  • Zijn er vergelijkbare producten waarvoor wel een wettelijke limiet is vastgesteld?
  • Is er voor deze contaminant een blootstellingsgrens bepaald? Een voorbeeld van zo’n grens is de Tolerable Daily Intake (TDI). Dit is de hoeveelheid waaraan iemand dagelijks blootgesteld mag worden zonder dat daar een negatief gezondheidseffect van verwacht wordt. Deze grenzen zijn vaak te vinden in documenten van de EFSA (Euopean Food Safety Auhtority).
  • Wordt het betreffende product veel gegeten?
  • Krijgt de consument deze contaminant ook via andere routes binnen? Zo ja, hoeveel dan?

Ga bij het bepalen van het risico uit van het lichaamsgewicht van een kind van 15 kilogram, tenzij het product alleen bedoeld is voor volwassenen en dit ook aantoonbaar is.

Voorbeelden van risicoanalyses

Hier geven we enkele voorbeelden van een risicoanalyse.

Voorbeeld 1: vergelijkbaar product met wettelijke limiet

In een partij perenmoes wordt patuline aangetroffen (50 µg/kg). Hier is geen maximum limiet (ML) voor vastgelegd in Verordening (EU) 2023/915. Wel is er een ML voor patuline in appelmoes (25 µg/kg).

Deze producten zijn goed vergelijkbaar. De ML voor appelmoes is een signaal dat er sprake kan zijn van een voedselveiligheidsrisico. U moet een melding doen bij de NVWA.

Voorbeeld 2: grenswaarde

Er wordt ochratoxine aangetroffen in gedroogde ham (5 µg/kg). Voor ochratoxine is volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) geen veilige grenswaarde vast te stellen, omdat de stof kankerverwekkend is. Er is dus een risico voor de consument. Ook al is er geen wettelijke limiet vastgesteld voor dit levensmiddel, u moet toch een melding doen bij de NVWA.

Voorbeeld 3: andere routes

In een partij hazelnoten wordt PFAS aangetroffen (som van PFAS 1.0 µg/kg). Er is geen maximum limiet voor PFAS in hazelnoot vastgelegd in Verordening (EU) 2023/915. Wel heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) een veilige grenswaarde voor de stofgroep afgegeven: 4.4 ng/kg/lg (lichaamsgewicht) per week.

Om te bepalen of er sprake is van een voedselveiligheidsrisico bekijkt u hoeveel hazelnoten (en dus ook PFAS) een consument binnenkrijgt via verschillende routes. Bijvoorbeeld: consumptie van pure hazelnoten, hazelnotenpasta, bakkerijproducten die hazelnoten bevatten etc.

Een redelijke inschatting is dat een consument ongeveer 30 gram hazelnoten per dag kan eten:

  • 1 boterham met pasta (+2 gram)
  • 1 handje hazelnoot (+ 25 gram)
  • mueslireep met hazelnoot (+3 gram)

Op basis daarvan kunt u de volgende berekening maken:

  • Intern gebruik 30 gram hazelnoten * 1.0 ng/gram PFAS = 30 ng PFAS blootstelling via hazelnoten per dag.
  • 30 ng PFAS * 7 dagen = 210 ng PFAS blootstelling via hazelnoten per week
  • 210 ng PFAS/15 kg lichaamsgewicht (kind) = 14 ng PFAS/kg/lg per week.

De gevonden waarde ligt boven de veilige grenswaarde van 4.4 ng/kg/lg. U moet dus een melding doen bij de NVWA.