Zijn er houtsplinters, metaaldeeltjes, insecten of andere productvreemde materialen aangetroffen in een levensmiddel dat u produceert? Dat kan gevaarlijk zijn voor de consument. Mogelijk moet u het product uit de handel nemen of terugroepen en uw productieproces aanpassen, of zijn andere vervolgacties nodig. Hier leest u hoe u dat kunt bepalen.
Wat moet ik doen?
Meld bij de NVWA
Een levensmiddel met productvreemd materiaal is per definitie een onveilig levensmiddel. Check in onze Meldwijzer of u er melding van moet maken.
Doe ook een melding als u nog niet zeker weet of het levensmiddel schadelijk is. U kunt uw melding op een later moment aanvullen of corrigeren.
Maak een risicobeoordeling
Verordening (EG) 178/2008 verplicht u om risicobeoordeling uit te voeren. U moet inschatten hoe ernstig de situatie is en de nodige maatregelen nemen.
In de wetgeving staat niet duidelijk omschreven welke kenmerken van het materiaal (bijvoorbeeld grootte, hardheid of vorm) bepalend zijn voor de risicobeoordeling. Bovendien spelen ook ander zaken een rol, bijvoorbeeld de doelgroep. Dat betekent dat het bij de beoordeling en de daaropvolgende acties altijd om maatwerk gaat.
De informatie op deze pagina kunt u gebruiken om een zorgvuldige risicoafweging te maken en passende maatregelen te nemen. Kijk eerst om welk materiaal het gaat en kijk of dit schadelijk is voor de doelgroep. Maak daarna een risicoanalyse.
Identificeer het materiaal
Zoek eerst uit om welk materiaal het gaat. Dit is nodig om te bepalen of er een risico is voor de consument en hoe groot het risico is. Onderzoek ook wat de bron is: zat het materiaal in de grondstof, of komt het vanuit het verpakkingsmateriaal, de omgeving of vanuit het proces? Misschien moet u laboratoriumonderzoek laten doen om erachter te komen om welk materiaal het gaat en waar het vandaan komt.
Weet u om welk materiaal het gaat? Kijk dan ook naar het volgende.
Is het materiaal hard of zacht?
Harde of scherpe materialen zijn bijvoorbeeld glas, hard kunststof, metaal of stenen. Dit zijn mogelijke risico’s:
- verwondingen aan mond, slokdarm, maag of darmen
- schade aan het gebit
- verstikkingsgevaar
- vergiftigingsverschijnselen (toxicologische effecten)
Bij zacht of flexibel materiaal gaat het bijvoorbeeld om zachte stukjes kunststof. Ook hier zijn risico’s, bijvoorbeeld:
- verstikkingsgevaar
- vergiftigingsverschijnselen (toxicologische effecten)
Gaat het om grote of kleine delen?
Stel vast hoe groot de vreemde delen zijn.
Bepaal of het materiaal schadelijk is
Zet alle informatie over de vreemde delen op een rijtje. Met behulp van onderstaande tabellen kunt u bepalen of er een gezondheidsrisico is voor de consument.
Verschillende maten of materialen?
Heeft u verschillende materialen aangetroffen of zijn er stukjes materiaal van verschillende maten? Ga dan uit van het meest risicovol scenario: de grootste afmeting en het hardste materiaal.
Houd rekening met de doelgroep
Houd bij het bepalen van het risico rekening met de doelgroep. Is het product bedoeld voor kinderen of een andere kwetsbare groep, zoals ouderen of verstandelijk gehandicapten? Dan is het risico groter. Een vreemd voorwerp kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat iemand moet braken, en bij baby’s kan braken tot verstikking leiden.
Risico’s voor kinderen en andere risicogroepen
| Afmeting | Type materiaal | Is er een risico? | Referentie: waar is de beoordeling op gebaseerd? |
|---|---|---|---|
| < 2 mm | Harde of scherpe vreemde voorwerpen | Mogelijk schadelijk, een nadere risicoanalyse is nodig | FDA CPG Sec. 555.425 (USA, 2005) |
| ≥ 2 mm | Harde of scherpe vreemde voorwerpen | Schadelijk | NVWA-beleid |
| ≤ 31,7 mm | Zacht / flexibel, ongeacht vorm: verstikkingsgevaar | Mogelijk schadelijk, een nadere risicoanalyse is nodig | Richtlijn 2009/48/EG |
| Diameter ≤ 44,5 mm | Bolvormig: verstikkingsgevaar | Mogelijk schadelijk, een nadere risicoanalyse is nodig | Child Safety Protection Act (CSPA, USA), 2013 |
Risico’s voor volwassenen
| Afmeting | Type materiaal | Is er een risico? | Referentie: waar is de beoordeling op gebaseerd? |
|---|---|---|---|
| ≥ 7 mm | Hard of scherp | Schadelijk | FDA CPG Sec. 555.425 (USA, 2005) en NVWA-beleid |
| ≥ 25 mm | Makkelijk te ontdekken, met uitzondering van scherpe delen zoals glas of metaalsplinters | Mogelijk schadelijk, een nadere risicoanalyse is nodig | NVWA-beleid |
| Elke afmeting | Zacht / flexibel | Mogelijk schadelijk, een nadere risicoanalyse is nodig | NVWA-beleid |
Maak een risicoanalyse
Maak een risicoanalyse. De risicoanalyse heeft verschillende doelen:
- Is het materiaal mogelijk schadelijk voor de consument? De risicoanalyse helpt u bepalen of u het product uit de handel moet halen.
- De risicoanalyse maakt duidelijk wat u moet doen om verontreiniging met productvreemde materialen in de toekomst te voorkomen.
Welke vervolgacties nodig zijn, is sterk afhankelijk van de situatie. Kijk daarom naar de volgende zaken.
Producteigen ongewenst materiaal
Producteigen ongewenst materiaal is materiaal dat niet in het product thuishoort, maar wel onderdeel is van de grondstof. Bijvoorbeeld: pitten, botjes, graten en steeltjes. Deze materialen vallen ook onder de definitie van productvreemde materialen.
Consumenten houden er vaak al rekening mee dat deze materialen aanwezig kunnen zijn, en zijn bijvoorbeeld niet verbaasd als er een pit in een olijf zit.
Er bestaan internationale afspraken over acceptatiegrenzen, zoals de Codex Alimentarius standaarden. Deze zijn meestal niet wettelijk bindend.
Productvreemd materiaal
Hier gaat het om materialen die niet in het eindproduct thuishoren, en die de consument ook niet verwacht. Bijvoorbeeld: glas, metaal, kunststof, schimmel, hout en insecten.
Kijk naar de eigenschappen van het materiaal, zoals grootte, hardheid, scherpte, rekbaarheid, kleur en vorm. En ook naar de samenhang van het materiaal. Als het vreemde materiaal hard en scherp is (zoals een glassplinter), levert dat een ander risico dan als het hard en rond is (zoals een glaskraal). Ook de grootte van het materiaal heeft een effect. Een grote glaskraal kan verstikking veroorzaken terwijl een kleine glaskraal door het spijsverteringsstelsel heen zal gaan. Een hard of scherp deel kan schade aan gebit, mond en spijsverteringskanaal veroorzaken.
Een ander aspect is of de consument het kan waarnemen. Daarbij spelen de grootte en kleur een rol, en maakt het bijvoorbeeld ook uit of het materiaal vloeibaar of vast is, en of het doorzichtig is. Een groene kunststof splinter is bijvoorbeeld lastiger te zien in spinazie in een broodje.
De rekbaarheid en grootte hebben ook invloed. Deze eigenschappen bepalen onder meer of er verstikkingsgevaar is en of het materiaal achter kan blijven in het spijsverteringsstelsel.
Vaak bestaat de contaminatie uit meer dan een stuk, en verschillen de productvreemde delen in grootte. Het is zelfs mogelijk dat ze niet van hetzelfde materiaal zijn. Bijvoorbeeld als er een mengschoep in het proces is afgebroken en deze met de productstroom is meegegaan. Of als de grondstof vervuild is met stukjes plastic, steentjes en takjes.
Bepaal of het om een apart incident gaat, of dat er misschien meerdere levensmiddelen of verpakkingen vervuild zijn geraakt tijdens verschillende momenten in de productie. Dit hangt onder meer af van uw productieproces, bijvoorbeeld of u continu of in batches produceert.
Mogelijk gaat het om een op zichzelf staand probleem, maar verandert dit later in het proces en wordt het materiaal verder verspreid. Bijvoorbeeld door het product te roeren, vermalen of om te pakken.
Tijdens het productieproces moet u uw producten controleren op vreemde materialen, bijvoorbeeld met behulp van visuele controles, röntgenonderzoek, metaaldetectie, scans of door het te zeven. Kan het materiaal gevonden worden met deze methoden? En werken deze methoden wel goed?
Naast het fysieke risico van het productvreemde materiaal, kan er ook een toxicologisch risico zijn. Zowel op de korte als de lange termijn. Bepaalde materialen die gebruikt worden in de voedselindustrie zijn geschikt om in contact te komen met levensmiddelen, maar niet om in te nemen.
Of een consument het productvreemde materiaal opmerkt, hangt onder meer af van waar het product voor gebruikt wordt. Bij materialen die consument zelf verwerkt (zoals bloem of rauw gehakt) is die kans groter dan bij kant-en-klare levensmiddelen (zoals een saucijzenbroodje).
Waar komt het productvreemde materiaal vandaan? Zat het al in de grondstof of is het tijdens het productieproces in de levensmiddelen terechtgekomen? Ga na waar de oorzaak ligt: bij de producent of leverancier, en bepaal de plaats in de keten. Dit is essentieel als u dit in de toekomst wilt voorkomen.
Bespreek met uw HACCP-team of er aanpassingen van het voedselveiligheidsplan nodig zijn. Ziet u bijvoorbeeld een toename van productvreemde materialen? Is er iets veranderd in het productieproces? Is niet duidelijk wat de oorzaak is? Pas dan het voedselveiligheidsplan aan, zodat eventuele gevaren beheersbaar zijn.
Lees ook over specifieke HACCP-procedures om verontreiniging te voorkomen .
De aanwezigheid van productvreemde materialen maakt een levensmiddel niet per se schadelijk. Groene schimmel op een boterham is bijvoorbeeld niet schadelijk voor de gezondheid. Maar door de schimmel smaakt de boterham vies en is deze ongeschikt om te eten.
Kijk goed naar alle aspecten van het productvreemde materiaal, en probeer dan te bepalen of het levensmiddel schadelijk of ongeschikt is. Dit is belangrijk om te bepalen welke vervolgacties u moet nemen. Maar let op: ook als een middel ongeschikt is, kan het nog steeds nodig zijn om consumenten te waarschuwen en eventueel uit de handel te halen.
Welke corrigerende acties kunt u nemen? Als het levensmiddel schadelijk is, moet u het uit de handel nemen. Kijk hoe u de levensmiddelen kunt traceren, terughalen en verwerken.
Voer een oorzaakanalyse uit en onderzoek ook of u het productieproces moet aanpassen.
Bepaal welke vervolgacties nodig zijn
Als u een risicoanalyse heeft gemaakt, bepaalt u welke vervolgacties nodig zijn.
Uit de handel halen
Komt u tot de conclusie dat het levensmiddel schadelijk is door de aanwezigheid van productvreemde materialen? Dan moet u het product uit de handel halen.
Consument waarschuwen
Is het product schadelijk en ligt het al in de winkel? Dan moet u de consument waarschuwen. Dit kan met een veiligheidswaarschuwing. Geef hierin advies het levensmiddel niet te gebruiken, terug te brengen of weg te gooien.
Lees aan welke eisen de veiligheidswaarschuwing moet voldoen.
Let op: ook als een levensmiddel ongeschikt is, kan het nog steeds nodig zijn om consumenten te waarschuwen en eventueel uit de handel te halen.
Werkwijze aanpassen
De oorzaakanalyse laat zien waar het in het proces mis is gegaan. Dit maakt ook duidelijk of er iets aangepast moet worden in uw werkwijze.
Lees hoe u kunt voorkomen dat er productvreemde materialen in uw levensmiddelen terechtkomen.
Deel uw conclusies
Deel uw conclusies zo snel mogelijk met uw afnemers, en eventueel ook met toeleveranciers (bijvoorbeeld als de aan u geleverde grondstof vervuild is). Mogelijk moeten zij ook maatregelen nemen. In dit geval moeten zij ook melding doen bij de NVWA.
Geef uw conclusies ook door aan de NVWA. Wij controleren of u passende maatregelen neemt en of de voedselveiligheid binnen uw bedrijf op orde is.