Als levensmiddelenproducent bent u verantwoordelijk voor de veiligheid van de levensmiddelen die u in de handel brengt. Lees hoe u kunt voorkomen dat uw producten vervuild raken met productvreemde materialen, zoals glassplinters, metaaldeeltjes of steentjes.
Voorkom verontreiniging
Productvreemde materialen kunnen levensmiddelen ongeschikt maken voor consumptie. Soms zijn de levensmiddelen zelfs schadelijk. Als levensmiddelenproducent moet u ervoor zorgen dat uw producten veilig zijn. Daarom moet u uw producten beschermen tegen verontreiniging met productvreemd materiaal.
Waar staat dit in de wet?
Deze verplichting staat in Verordening (EG) 852/2004 en geldt in alle stadia van productie, verwerking en distributie.
Wat kan ik doen?
Om verontreiniging met productvreemd materiaal te voorkomen, dient u het volgende doen:
- Werk volgens de algemene basisvoorwaarden (hygiënevoorschriften).
- Breng de specifieke risico’s in uw bedrijf in kaart, en neem maatregelen om de risico’s te beheersen. Leg deze vast in uw HACCP-plan, of maak gebruik van een goedgekeurde hygiënecode.
Basisvoorwaarden voor preventie van productvreemd materiaal
Basisvoorwaarden zijn algemene maatregelen om hygiënisch te werken en besmetting te voorkomen. Ze zijn relevant voor ieder levensmiddelenbedrijf. Met de basisvoorwaarden dekt u algemene risico’s af, dus ook het risico op verontreiniging.
U kunt de volgende maatregelen tegen verontreiniging met productvreemde materialen nemen.
Infrastructuur en inrichting
De bedrijfsruimte moet zo zijn ontworpen dat deze gemakkelijk kan worden gereinigd en ontsmet om de ophoping van vuil en stof te voorkomen. Materialen van vloeren en wanden moeten ondoordringbaar en niet-toxisch zijn, om te voorkomen dat deeltjes (bijvoorbeeld verfschilfers) in het voedsel terechtkomen.
Apparatuur
Alle apparatuur en andere voorwerpen die met voedsel in contact komen, moet u schoon houden. Zorg ervoor dat ze in goede staat verkeren en onderhouden worden om het risico op besmetting te minimaliseren.
Ongediertebestrijding
Zorg voor doeltreffende procedures om ongedierte als ratten en muizen te bestrijden. Hiermee voorkomt u dat er bijvoorbeeld uitwerpselen of haren in de levensmiddelen terechtkomen.
Persoonlijke hygiëne
Personeel dat met levensmiddelen werkt, moet heel hygiënisch zijn. Laat uw personeel schone en beschermende kleding dragen als dat nodig is, bijvoorbeeld om te voorkomen dat haren of kledingstukken in het product vallen.
Primaire productie
Op de boerderij moeten al maatregelen worden genomen om producten te beschermen tegen verontreiniging tijdens het oogsten, slachten, opslaan of transport.
Grondstoffen en alle ingrediënten die gebruikt worden in een bedrijf moeten vrij zijn van productvreemd materialen. , Houd hierbij rekening met het normale sorteer-, voorbereidings- of verwerkingsproces.
HACCP-procedures voor specifieke risico’s in uw bedrijf
Als levensmiddelenproducent moet u werken met een voedselveiligheidsplan op basis van het HACCP-systeem. HACCP helpt u om de risico’s voor voedselveiligheid in uw bedrijf in kaart te brengen. In het voedselveiligheidsplan beschrijft u hoe u deze risico’s beheerst en ervoor zorgt dat u een veilig product aflevert.
Zet de volgende HACCP-procedures in om verontreiniging met productvreemde materialen te voorkomen.
Gevarenidentificatie en risicoanalyse (GIRA - principe 1)
Identificeer alle mogelijke gevaren in elke fase van het proces. Identificeer alle potentiële gevaren die in elke fase van het proces kunnen optreden, inclusief fysieke gevaren zoals glas, metaal of plastic.
Kritische beheerspunten (CCP’s of OPrP’s - principes 2 en 3)
Kunt u een risico op vreemd materiaal niet voorkomen door volgens de basisvoorwaarden te werken? Dan moet u een andere maatregel (vaak een CCP of een OPrP) nemen om het risico weg te nemen of tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. Bijvoorbeeld: bij een risico op metaaldeeltjes kunt u een metaaldetector of zeef gebruiken.
Monitoring, correctie en verificatie (principes 4, 5 en 6)
U moet ook controleren of de beheersmaatregelen werken. En voor iedereen moet duidelijk zijn wat er moet gebeuren als er toch vreemd materiaal wordt aangetroffen. Stel hier procedures voor op.
Documentatie (principe 7)
Documenteer alle analyses en controles, zodat u kunt aantonen dat het proces onder controle is. Bij een controle kan de NVWA om deze documentatie vragen.