Heeft een van uw runderen, varkens, paarden of andere landbouwhuisdieren een ongeval gehad? Wilt u dit dier aanbieden voor de slacht, maar is het vervoer naar het slachthuis te pijnlijk voor het dier? Dan kunt u kiezen voor een noodslachting.

Let op: vanaf 1 januari 2027 gelden er andere regels noodslacht. Op deze pagina leest u over de regels die op dit moment gelden.

In welke situatie is een noodslachting toegestaan?

Een noodslachting is toegestaan in de volgende situatie:

  • Het dier heeft een ongeval gehad. Hierbij is het dier gewond geraakt, het heeft bijvoorbeeld een been gebroken.
  • Het transport veroorzaakt extra lijden. Bijvoorbeeld omdat het dier niet op eigen kracht kan bewegen zonder pijn, of bij het vervoer niet kan blijven staan zonder pijn. Volgens de regels van de Europese Transportverordening mag het dier dan niet vervoerd worden.
  • Het dier is verder wel gezond, en dus nog geschikt voor menselijke consumptie.

Verder gelden de volgende voorwaarden:

  • Tussen het ongeval en de noodslachting mag niet meer dan 72 uur zitten.
  • Het dier is al in Nederland.
  • Het dier staat correct geregistreerd in de I&R-database. (Deze voorwaarde geldt niet voor gekweekt wild.)
  • U kunt een volledig ingevuld VKI-formulier aanleveren waaruit blijkt dat het dier zich niet in de wachttijd van eventueel gebruikte geneesmiddelen bevindt.
  • Het dier bevindt zich niet in een gebied waar een dierziekte heerst.
  • Het dier bevindt zich niet in een gebied waar beperkingen voor gelden, zoals een omgeving die vervuild is met PFAS.

Doel van noodslachting

Nadat het dier gedood is, kunt u het verder laten uitslachten in het slachthuis en kan het vlees alsnog op de markt worden gebracht. De noodslachting gaat dus verspilling van voedsel tegen. Tegelijkertijd wordt er wel voldaan aan de eisen voor dierenwelzijn.

Nieuwe regels voor noodslachting vanaf 1 januari 2027

Vanaf 1 januari 2027 gelden er nieuwe regels voor noodslachtingen. Het is dan niet langer een eis dat het dier een ongeval heeft gehad. Ook andere dieren die geschikt zijn voor de slacht maar niet vervoerd mogen worden, komen dan in aanmerking voor een noodslachting. Nu moeten deze dieren op de veehouderij blijven tot hun toestand verbetert.

Binnenkort leest u hier meer over deze nieuwe regels.

Keuring door dierenarts

U moet het dier door een dierenarts laten keuren als het nog leeft. U mag dus geen dood dier aanbieden voor een keuring.

U mag de keuring laten doen door uw eigen dierenarts of een andere praktiserend dierenarts die staat ingeschreven in het Diergeneeskunderegister. Deze keuring heet ook wel ante mortem-keuring of AM-keuring.

Waar let de dierenarts op?

De dierenarts beoordeelt of het dier gezond is, afgezien van het letsel dat door het ongeval is ontstaan. Een noodslachting is niet toegestaan als het dier ziek is of koorts heeft.

De dierenarts kijkt ook welke diergeneesmiddelen het dier heeft gekregen. Voor sommige diergeneesmiddelen geldt een wachttijd: in die periode mag het dier niet geslacht worden omdat er dan te veel medicijnresten achterblijven in het vlees. Een noodslachting is dan ook niet toegestaan.

U moet de dierenarts volledig informeren. Lever de Voedselketeninformatie VKI) aan en geef de dierenarts toegang tot uw logboeken en bedrijfsregisters.

Na de keuring krijgt u een officieel certificaat

Als alles in orde is, krijgt u van de dierenarts het 'Officieel certificaat in geval van een noodslachting'. Controleer de gegevens zorgvuldig. Als er fouten in staan, kan de keuring in het slachthuis niet doorgaan. Er moet dan eerst een nieuw certificaat worden opgemaakt.

Zelf moet u ook een aantal dingen invullen op het certificaat, zoals de datum en de tijd van het ongeval. Ook moet u het ongeval beschrijven.

Doden van het dier

De dierenarts kan het dier voor u bedwelmen en doden. Eventueel mag u dit ook zelf doen. Hierbij gelden wel strenge voorwaarden, en de dierenarts moet aanwezig zijn als u dit doet. Bedwelm het dier met een schietmasker en laat het daarna verbloeden. Het dier mag niet onnodig lijden.

Kijk voor uitgebreide informatie op de pagina Doden van dieren op de veehouderij.

Vervoer naar het slachthuis

Het dode dier moet direct naar het slachthuis. Lees welke eisen gelden voor het vervoer.

Eventueel mag u op uw bedrijf alvast de maag en darmen verwijderen. Dit moet gebeuren onder toezicht van de dierenarts. Neem de verwijderde ingewanden mee naar het slachthuis.

Houd er verder rekening mee dat u het dier schoon moet aanleveren bij het slachthuis. Dit geldt ook na een noodslachting.

Keuring in het slachthuis

In het slachthuis wordt het dier verder uitgeslacht. Daar vindt ook de post mortem-keuring (PM-keuring) plaats. Deze wordt aangevraagd door het slachthuis en uitgevoerd door een medewerker van de NVWA. Die beoordeelt of het vlees geschikt is voor menselijke consumptie.

Waar staat dit in de wet?

In de Hygiëneverordening voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (EG) 853/2004 staat onder welke voorwaarden u dieren mag aanleveren bij het slachthuis. In bijlage II van deze verordening staan de voorwaarden voor noodslachting.

In de Europese Transportverordening (EG) 1/2005 staan de regels voor dierenwelzijn tijdens vervoer. Bijlage I van deze verordening beschrijft wanneer dieren geschikt zijn voor vervoer.

De wettelijke regels voor het doden van dieren buiten het slachthuis staan in EU-Verordening 1099/2009. In het Besluit houders van dieren staan aanvullende eisen.