Bij een noodslachting wordt een dier niet in het slachthuis gedood, maar op de veehouderij. Daarna gaat het dier alsnog naar het slachthuis. Dit is alleen toegestaan als het dier een ongeval heeft gehad en niet levend vervoerd mag worden. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden. Lees wat u als veehouder, dierenarts, vervoerder of medewerker van het slachthuis moet doen.
Let op: vanaf 1 januari 2027 gelden er andere regels noodslacht. Op deze pagina leest u over de regels die op dit moment gelden.
Wanneer komt mijn vee in aanmerking voor een noodslachting?
Heeft een van uw runderen, varkens, paarden of andere landbouwhuisdieren een ongeval gehad? En mag het dier uit welzijnsoverwegingen niet meer levend naar een slachthuis worden vervoerd? Dan kunt u kiezen voor een noodslachting.
Wat moet ik als dierenarts doen bij een noodslachting?
Als praktiserend dierenarts mag u een ante-mortemkeuring uitvoeren. Het dier is dan nog in leven. U beoordeelt of het dier geschikt is voor de slacht en of er is voldaan aan de voorwaarden voor noodslachting.
Lees meer over het uitvoeren van een keuring voor een noodslachting.
Waar moet ik als vervoerder op letten na een noodslachting?
U moet het karkas zo snel mogelijk naar het slachthuis brengen. Als u het karkas ongekoeld vervoert, moet dit binnen 2 uur.
Wat moet ik als medewerker van een slachthuis doen bij een noodslachting?
Krijgt u een dier aangeleverd dat buiten het slachthuis is gedood na een ongeval? Dan moet u het zo snel mogelijk uitslachten. De post-mortemkeuring (PM-keuring) moet binnen 4 dagen plaatsvinden.
Lees hoe u een karkas moet aanleveren voor de keuring na een noodslachting.
