Neemt u evenhoevige dieren mee naar een land binnen de Europese Unie (EU)? Bijvoorbeeld varkens, schapen, geiten, runderen of alpaca’s? U moet zich houden aan regels voor diergezondheid, dierenwelzijn en registratie en identificatie. Uw dieren moeten bijvoorbeeld altijd op een geregistreerde locatie verblijven. En u heeft een diergezondheidscertificaat nodig. Lees hier wat u moet regelen.
Registreer de locatie waar uw dier verblijft
Varkens, runderen, schapen, geiten en andere evenhoevigen moeten in Europa altijd op een geregistreerde locatie verblijven. Bij een uitbraak van een dierziekte weten we zo waar uw dier verblijft. Een locatie in Nederland registreert u bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De locatie krijgt een Uniek Bedrijfsnummer (UBN). Ook hobbyhouders moeten een UBN aanvragen voor de locatie waar hun dier verblijft.
U meld uw dieren aan op dit UBN als zij hier verblijven, en u meld uw dieren af als ze naar een andere locatie worden verplaatst. Ook heeft u het UBN nodig voor het aanvragen van een diergezondsheidcertificaat.
Lees bij RVO meer over het aanvragen en wijzigen van een UBN.
Uw dier moet minimaal 30 dagen op 1 locatie verblijven
Uw dieren moeten minimaal 30 dagen op een UBN verblijven, voordat u ze naar een andere geregistreerde locatie in Europa mag verplaatsen. U mag uw dieren dus pas verplaatsen als ze minstens 30 dagen op dezelfde plek zijn geweest. In sommige gevallen geldt een langere termijn. Check wat voor uw dieren geldt op onze pagina met exportprocedures.
Zorg dat uw dier identificatiemerken heeft
Varkens, runderen, schapen, geiten en andere evenhoevigen moeten een identificatiemiddel hebben. Hiermee kunnen we dieren traceren, bijvoorbeeld als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt. Voor de meeste dieren zijn 2 oormerken verplicht. Bij varkens is 1 oormerk verplicht. Bij alpaca’s kunt u ook kiezen voor een chip.
Lees op de website van RVO welke identificatiemiddelen zijn toegestaan en hoe u deze kunt bestellen. Ook leest u daar wat u moet doen als het dier het merk is verloren.
Regel een diergezondheidscertificaat
Als u uw dier meeneemt naar een ander EU-land heeft u altijd een diergezondheidscertificaat nodig. Dit wordt ook wel een TRACES-certificaat genoemd. Dit diergezondheidscertificaat is een bewijs dat uw dier door ons is gecontroleerd. En dat u heeft voldaan aan de eisen rondom dierenwelzijn en diergezondheid. Deze eisen staan in onze Exportassistent en bij onze exportprocedures. Ook als hobbyhouder moet u aan deze eisen voldoen.
- Op onze pagina over dieren exporteren naar EU-landen leest u hoe u een diergezondheidscertificaat aanmaakt en wat u hiervoor nog meer moet regelen.
- Brengt u dieren vanuit een ander EU-land naar Nederland? Bekijk dan onze pagina over dieren importeren vanuit EU-landen.
Wat zijn de regels voor het vervoeren van dieren?
Bij het vervoer van dieren gelden wettelijke eisen voor dierenwelzijn en diergezondheid. Lees hierover meer op onze pagina over vervoeren van levende dieren.
Een aantal voorbeelden van eisen:
- De chauffeur die de wagen met uw dier bestuurt moet een speciaal diploma hebben.
- De chauffeur moet in de meeste gevallen een vervoerdersvergunning hebben. Of een basisregistratie vervoerder onder AHR.
- Het vervoermiddel moet aan eisen voldoen.
- Er zijn regels voor reis- en rusttijden.
Let op maatregelen in verband met dierziekten
Lees hieronder met welke dierziekten u rekening moet houden en welke maatregelen gelden.
Wilt u runderen meenemen naar een EU-land waar de virusinfecties IBR of BVD niet voorkomen, zoals Denemarken? Of naar een land dat hier een uitroeiingsprogramma voor heeft, zoals België heeft voor IBR? Uw dieren moeten dan eerst 30 dagen in een erkende quarantainestal verblijven. Tijdens die quarantaineperiode moet er via een bloedonderzoek bekeken worden of de dieren deze ziekte(n) bij zich dragen. Lees meer op de volgende pagina’s:
In Nederland en een groot gedeelte van Europa komt de ziekte blauwtong (bluetongue) voor bij onder andere schapen, geiten en runderen. Lees meer over de voorwaarden voor verplaatsingen van herkauwers naar andere EU-landen. In dat document staat ook of het noodzakelijk is om vooraf aanvullende maatregelen te nemen om uw dieren te beschermen tegen knutten. Dit zijn kleine muggen die dit virus bij zich kunnen dragen en uw dieren kunnen besmetten.
Met schapen of geiten naar Denemarken, Finland, Oostenrijk, Slovenië, Tsjechië of Zweden
Wilt u met uw schapen of geiten naar Denemarken, Finland, Oostenrijk, Slovenië, Tsjechië of Zweden reizen? U moet aan onderstaande eisen voldoen:
- Schapen moeten beschikken over een ARR/ARR-paspoort. Dit vraagt u aan bij de Gezondheidsdienst voor Dieren of de NSFO.
- Geiten moeten beschikken over 1 van de allelen (genen) K222, D146 of S146. Dit moet u kunnen aantonen door bloedonderzoek dat u kunt laten uitvoeren bij de Gezondheidsdienst voor Dieren of het WBVR.
Voldoen uw dieren niet aan deze eisen? In dat geval moet uw UBN de status 'verwaarloosbaar risico voor scrapie' hebben. Of uw dieren moeten zijn aangemerkt als bijzonder ras. U heeft hiervoor een toestemmingsbrief nodig van de bevoegde autoriteiten van het land waar u naartoe gaat. Voldoet u hier niet aan, dan kunt u niet met uw dieren naar Denemarken, Finland, Oostenrijk, Slovenië, Tsjechië of Zweden reizen.
Met schapen of geiten naar overige EU-landen
Wilt u met uw schapen of geiten naar een ander EU-land reizen? Dan moet u aan 1 van de volgende voorwaarden voldoen:
- Uw UBN heeft de status 'verwaarloosbaar risico voor scrapie' of 'gecontroleerd risico voor scrapie'.
- Uw schapen hebben een ARR/ARR-paspoort van de Gezondheidsdienst voor Dieren of de NSFO.
- Uw geiten beschikken over de genen K222, D146 of S146. Dit moet u kunnen aantonen door bloedonderzoek dat u kunt laten uitvoeren bij de Gezondheidsdienst voor Dieren of het WBVR.
Bekijk ook onze informatie over actuele dierziekten in Nederland en Europa.