Lichamelijke ingrepen bij dieren

Het verrichten van lichamelijke ingrepen bij een dier is verboden. Er zijn een aantal uitzonderingen.

Verbod lichamelijke ingrepen bij dieren

Volgens artikel 2.8 van de Wet dieren is het verboden lichamelijke ingrepen bij een dier te verrichten, tenzij er sprake is van:
 a) lichamelijke ingrepen waarvoor een diergeneeskundige noodzaak bestaat;
 b) bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingrepen;
c) overige bij of krachtens enig wettelijk voorschrift verplichte dan wel toegestane lichamelijke ingrepen.

Onder lichamelijke ingreep wordt verstaan: ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier. Zo wordt bijvoorbeeld bij het couperen van de staart de natuurlijke samenhang van levende weefsels verbroken. Het couperen van de staart en/of oren is daarom een lichamelijke ingreep.

Couperen

Het couperen staart en oren van dieren is in Nederland niet toegestaan. Alleen als sprake is van diergeneeskundige noodzaak, mag een dierenarts deze ingreep bij een dier verrichten.

Ingrepen door dierenarts

Vaak mogen alleen dierenartsen ingrepen bij dieren uitvoeren. Bijvoorbeeld het leewieken van vogels die niet voor productiedoeleinden worden gehouden (hobbydieren). Alleen dierenartsen mogen dit doen. En dan alleen bij vogels die zijn bestemd  om in een niet afgesloten ruimte te houden.

Vanaf 2018 wordt leewieken helemaal verboden en mag leewieken alleen nog als er een diergeneeskundige noodzaak bestaat.

Sancties bij niet-toegestane ingrepen bij dieren

Als bij inspectie blijkt dat er niet-toegestane ingrepen bij een dier zijn verricht, dan kan de NVWA zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk handhaven. De NVWA meldt het bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) als het een bedrijfsmatige houder betreft. RVO.nl kan een gedeelte van de inkomenssteun inhouden.

Verbod op lichamelijke ingrepen en uitzonderingen

Volgens 2.8 van de Wet dieren is het verboden lichamelijke ingrepen bij een dier te verrichten. In enkele gevallen wordt een uitzondering gemaakt. Bijvoorbeeld als er een diergeneeskundige noodzaak is. De uitzonderingen zijn beschreven is artikel 2.8 van de wet dieren. Het besluit diergeneeskundigen geeft aan welke ingrepen uitzonderingen vormen op het verbod. Bijvoorbeeld het onvruchtbaar maken van dieren en het inbrengen van een injectienaald.

De toegestane ingrepen mogen het dier geen onnodige pijn of onnodig letsel bezorgen. ook mag het dier door de ingreep niet meer dan nodig zijn belemmerd in zijn functioneren.

Lichamelijke ingrepen bij dieren voor identificatie

In het Besluit diergeneeskundigen, artikel 2.6 vindt u een aantal algemeen toegestane ingrepen om dieren te identificeren. Zo geldt het aanbrengen van de (verplichte) oormerken als ingreep. Om te identificeren zijn meerdere ingrepen toegestaan. De voorwaarden hiervoor vindt u in artikel 2.7 Besluit diergeneeskundigen.

Specifieke lichamelijke ingrepen per diersoort

Meer informatie

Algemeen toegestane ingrepen in het Besluit diergeneeskundigen, artikel 2.1.