Identificatie & Registratie (I&R) en voedselketeninformatie (VKI)

Bent u veehouder of werkt u in een slachthuis? Dan heeft u te maken met Identificatie & Registratie (I&R) van dieren en voedselketeninformatie (VKI). Onderstaand een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden over I&R En VKI.

Waaraan moet de voedselketeninformatie (VKI) van dieren uit het buitenland voldoen?

Voedselketeninformatie is een informatiestroom van veehouder naar slachthuis en van slachthuis naar de NVWA toezichthoudend dierenarts. De NVWA accepteert in principe de informatie uit het buitenland op voorwaarde dat de informatie zodanig wordt aangeboden dat de ontvanger deze kan begrijpen. 

Wat zijn de regels bij het digitaal aanleveren van VKI-gegevens?

Bij de digitale voedselketeninformatie (VKI) wordt geen natte handtekening geplaatst, maar moet de invoerder aankruisen dat hij de gegevens naar waarheid heeft ingevoerd, waarna hij ook zijn naam moet invoeren. De invoerder hoeft niet dezelfde als de veehouder te zijn als de veehouder hem heeft gemachtigd. Als de invoerder niet de veehouder is, moet de invoerder op verzoek ook kunnen aantonen hoe hij weet dat hij de gegevens naar waarheid heeft ingevuld.

Wat is de handelwijze van de NVWA voor Duitse kuikens en wachttermijnen?

Slachthuizen moeten gebruikmaken van de bekende websites met informatie over de wachttermijnen van diergeneesmiddelen. Als deze websites bij de slachthuizen niet bekend zijn, dan stuurt de toezichthouder deze informatie naar de slachthuizen (compliance assistance).

Als een toegepast middel niet voorkomt op de website of er geen website bekend is, dan wordt de pluimveehouder gevraagd een bijsluiter van het diergeneesmiddel te tonen of een brief te overleggen van de praktiserend dierenarts met de gegevens van het betreffende diergeneesmiddel.

Is het toegestaan dat een partij schapen of runderen één VKI-formulier meegeleverd krijgt als deze via een exportverzamelcentrum (EVC) naar een slachthuis gaat?

Dat is toegestaan, zolang alle voedselketeninformatie (VKI) over de te leveren dieren aanwezig is, en degene die de verklaringen afgeeft kan onderbouwen dat deze verklaringen naar waarheid zijn gedaan. Het bedrijf van herkomst (veehouderij) moet altijd duidelijk vermeld zijn, net als de gegevens van de dierenarts van het bedrijf van herkomst. Bij varkens zal dit na een verzamelslag niet altijd meer op 1 formulier kunnen voor een hele vracht. Bij rund / kalf / schaap / geit is het bedrijf van herkomst uit de Identificatie en Registratie (I&R) gegevens te halen, maar de betreffende dierenarts staat daar niet in. Als echter bij deze diersoorten gebruik gemaakt wordt van digitale VKI, is alle informatie beschikbaar vanuit de systemen info-rund, info-schaap, et cetera. Als het slachthuis deze systemen kan raadplegen, hoeft de verzamelplaatshouder geen VKI-formulier op te stellen.

Moet de identificatie van lama's (I&R regeling) voor de slacht worden aangeboden?

Lama's vallen onder gekweekt wild. Ze hoeven niet geïdentificeerd te zijn volgens de regeling Identificatie en Registratie (I&R). Dat geldt zowel voor de Nederlandse, als voor de EU-I&R-regelgeving). Er is wel een verplichting tot tracering volgens Verordening (EG) Nr. 178/2002).

Mogen paarden voor vervoedering geslacht worden als het chipnummer niet overeenkomt met het paspoort?

Dieren waarbij de identiteit niet vaststaat, mogen niet geslacht worden voor menselijke consumptie en ook niet voor vervoedering voor een dierentuin. Alleen dieren waarbij de identiteit vaststaat en waarbij problemen met inlegvel, medicijnverklaring of voedselketeninformatie de reden zijn dat ze niet voor menselijke consumptie geslacht mogen worden, komen in aanmerking om via daartoe toegelaten slachthuizen bestemd te worden voor een dierentuin.

Welke bestemming krijgt een geslacht paard met een aantekening in het paspoort waardoor het vlees niet bestemd mag worden voor menselijke consumptie?

Als in het paardenpaspoort is aangegeven dat het niet is toegelaten tot de slacht voor menselijke consumptie, kan het alleen nog worden afgevoerd als dierlijk bijproduct categorie 1 of 2. Dit betekent dat het vlees hooguit nog gebruikt mag worden ter vervoedering in dierentuinen die daarvoor toestemming hebben. Deze paarden komen dus niet in aanmerking voor verwerking in voeder voor gezelschapsdieren zoals honden. De risico's verbonden aan de vervoedering van deze paarden aan roofdieren in dierentuinen zijn verwaarloosbaar volgens advies van bureau Risicobeoordeling & onderzoek van de NVWA.

Hoelang moet het slachthuis de oormerken bewaren na de slacht?

Er is geen bewaartermijn voorgeschreven.