Regels diergeneesmiddelen voor voedselproducerende dieren

Wilt u diergeneesmiddelen toedienen aan voedselproducerende dieren? Dan heeft u meestal een recept van een dierenarts nodig. Die weet ook wat de maximale residu limiet is.

Voedselproducerende dieren mogen alleen diergeneesmiddelen toegediend krijgen als voor de werkzame stoffen een (voorlopige) MRL (maximale residu limiet) is vastgesteld, of wanneer bepaald is dat deze limiet niet nodig is. Onder deze ‘drempels’ worden eventuele residuen geacht geen gevaar meer te vormen voor consumenten.

Verordening (EG) Nr. 470/2009 en Verordening (EU) nr. 37/2010 stellen voor de residuen van diergeneesmiddelen de Maximale Residu Limiet (MRL) vast.

Uitzondering: verstrekken diergeneesmiddel zónder recept

Een beperkte categorie 'veilige' diergeneesmiddelen mag zonder tussenkomst van een dierenarts worden verstrekt. Dat zijn bijvoorbeeld middelen voor het verzorgen van oppervlakkige wonden of tegen vlooien. Groothandels en (dieren)winkels verkopen deze middelen zonder recept.

Antibiotica : uitsluitend door dierenarts

Sinds 1 maart 2014 hebben antibiotica de status UDD (Uitsluitend Door Dierenarts). Dit betekent dat in principe alleen nog een dierenarts antibiotica mag toedienen. Lees meer over de UDD-regeling in het dossier Antibiotica in de veehouderij.

Zie ook

  • Wettenbank Wet dieren, artikel 2.10. Doden van dieren
  • Wettenbank Regeling diergeneesmiddelen, bijlage 9 Voorwaarden toepassen antimicrobiële diergeneesmiddelen
  • Overheid.nl Gewijzigde UDD-regeling diergeneesmiddelen per 1 januari 2017