Maatregelen bij besmetting

Voor dieren die rabiës hebben, bestaan geen medicijnen. Ook bestaat er helaas geen test om bij leven vast te stellen of een dier rabiës heeft. Het virus kan alleen worden vastgesteld door onderzoek van de hersenen in een speciaal daarvoor ingericht laboratorium en daarvoor moet het dier worden geëuthanaseerd. Ook dieren die mogelijk in contact geweest zijn met een besmet dier moeten worden onderzocht. De NVWA voert dit contactonderzoek uit om verspreiding te voorkómen.

Contactdieren die correct gevaccineerd zijn tegen rabiës worden nog een keer gevaccineerd. Andere contactdieren worden geëuthanaseerd en onderzocht of gedurende 6 maanden in officiële quarantaine geplaatst.

De Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) wordt bij een besmetting door de NVWA op de hoogte gesteld. De GGD gaat na welke contacten hebben plaatsgevonden tussen het besmette dier(en) en mensen. Als blijkt dat de patiënt contact heeft gehad met personen die mogelijk met rabiës besmet zijn, volgt er ook contactonderzoek bij mensen. Dit wordt uitgevoerd in overleg met het Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziekten (LCI). De NVWA kan op verzoek van de GGD voorlichting en advies geven.