Importeert u planten met wortels uit gebieden waar Meloidogyne enterolobii (wortelknobbelaaltje) voorkomt? Of neemt u geïmporteerde planten af bij uw leverancier? Neem dan voorzorgsmaatregelen om besmetting op uw bedrijf te voorkomen. Lees waar u voor en na de import op kunt letten.

Risico bij import

Meloidogyne enterolobii kan meereizen met planten die via import naar Nederland komen. Importeert u zelf planten of doet uw leverancier dat? Dan kan de nematode op deze manier ook op uw bedrijf terechtkomen.

Risico’s

Meloidogyne enterolobii komt in veel verschillende landen voor, en er zijn ook veel planten gevoelig voor.

Bij importcontroles in Nederland is de nematode meerdere keren aangetroffen in tropische potplanten. Bijvoorbeeld in Arecaceae, Caladium, Callistemon, Chlorophytum, Cordyline, Duranta, Dypsis, Echinocactus, Ficus, Gardenia, Heliconia, Philodendron, Portulacaria, Rosa, Sageretia, Syzygium en Zelkova. De besmette planten waren onder meer afkomstig uit China, Costa Rica, Ghana, Honduras, Sri-Lanka, Thailand en de Verenigde Staten.

Verspreiding op het bedrijf

Via grond, groeimedium en irrigatiewater kan de nematode zich verder verspreiden op uw bedrijf.

Extra eisen bij import

Importeert u planten met wortels die bestemd zijn voor opplant? Gaat het om waardplanten voor Meloidoyne enterolobii? En zijn de planten afkomstig uit landen buiten de Europese Unie (EU)? Voor de import van deze planten gelden extra strenge regels.

Let op: deze extra eisen gelden niet voor planten in weefselcultuur.

Let ook op de algemene regels voor import

Zorg er allereerst voor dat u op de hoogte bent van de algemene regels voor de import van planten. Uitleg over deze regels vindt u op de pagina Importeren van planten, groenten, fruit, plantaardig materiaal.

Wat zijn planten voor opplant?

Planten voor opplant zijn alle plantaardige producten waar wortels aan zitten of aan kunnen groeien. Het gaat om planten die geplant blijven, die worden uitgeplant of opnieuw worden geplant. De wortels, knollen, zaden en stekken vallen hier ook onder.

Wat zijn de extra eisen?

In verband met het risico op Meloidogyne enterolobii gelden er extra eisen bij de import van planten voor opplant die afkomstig zijn uit landen buiten de EU.

De zending moet voldoen aan een van onderstaande opties:

  • De planten zijn geteeld in een land dat vrij is van Meloidogyne enterolobii. Op de website van EPPO kunt u zien in welke landen de nematode voorkomt.
  • De planten zijn geteeld in een gebied dat vrij is van Meloidogyne enterolobii, en het gebied staat vermeld op het fytosanitaire certificaat.
  • De planten zijn hun hele leven geteeld in groeimedium dat vóór gebruik, en na het planten, permanent beschermd is geweest tegen besmetting met Meloidogyne enterolobii, en dat voldoet aan één van onderstaande opties:
    • Het groeimedium bestaat uit anorganisch materiaal, turf, cocosvezel, of een mengsel hiervan, en was nog niet eerder gebruikt.
    • Het groeimedium is effectief behandeld tegen Meloidogyne enterolobii, bijvoorbeeld met fumigatie, hittebehandeling of systeembenadering (bijvoorbeeld RHP). De behandeling staat vermeld op het fytosanitaire certificaat
  • De planten komen van een productieplaats die vrij is van Meloidogyne enterolobii, en de autoriteiten hebben direct vóór export met een representatieve steekproef van de wortels visueel vastgesteld dat de partij vrij is van Meloidogyne enterolobii.

Bijschrijving op fytosanitair certificaat

De autoriteiten van het exporterende land moeten op het fytosanitaire certificaat verklaren aan welke optie is voldaan. In het Register bijschrijvingen staat de exacte tekst die op het fytosanitaire certificaat moet staan. De officiële tekst vindt u in Verordening (EU) 2019/2072, bijlage VII, punt 4.1. Deze verordening is beschikbaar in meerdere talen.

Zorg ervoor dat uw leverancier goed geïnformeerd is

Zorg dat uw leverancier op de hoogte is van de risico’s van Meloidogyne enterolobii. U kunt Engelstalige informatie over Meloidogyne enterolobii sturen, die is onder meer te vinden bij EPPO en  CABI.

Worden tijdens de teelt bij het exporterende bedrijf knobbels in enkele planten gezien? Wijs het materiaal dan af: de besmetting kan al aanwezig zijn in de andere planten, zonder dat daarop wortelknobbels zichtbaar zijn.

Voorzorgsmaatregelen bij aankomst op het bedrijf

Controleer de wortels van geïmporteerde planten

Heeft u een partij binnengekregen uit een gebied waar Meloidogyne enterolobii voorkomt? Controleer de wortels van de planten op aanwezigheid van knobbels.

In de pdf Meloidogyne enterolobii herkennen leest u meer over de symptomen.

Houd de planten gescheiden van andere planten

Een besmetting kan zich via contact met grond/groeimedium en het watergeef­systeem makkelijk verspreiden naar andere planten op uw bedrijf. Houd de partij minimaal 10 weken volledig fysiek geïsoleerd van andere partijen en controleer de wortels dan nogmaals.

Houd uw administratie bij

Zorg dat uit de administratie en door labeling van elke plant duidelijk is tot welke partij deze plant behoort. Als een partij besmet blijkt te zijn, helpt dit om de planten snel te traceren en verdere verspreiding te voorkomen.

Lees aan welke eisen uw administratie moet voldoen.