Eisen aan producenten en leveranciers

Er zijn  regels voor het ontwerpen, fabriceren of importeren van speeltoestellen. Speeltoestellen moeten voldoen aan de voorschriften voor ontwerp en vervaardiging zoals genoemd in Bijlage I van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS).

Deze voorschriften bevatten algemene eisen om de veiligheid van de toestellen te waarborgen.

  • Het laten keuren van een speeltoestel.
    Elk nieuw type speeltoestel moet worden gekeurd door een keuringsinstelling. De keuring wordt aangevraagd door de fabrikant of door de importeur. Als geen van beiden de keuring laat uitvoeren, dan verplaatst deze verplichting zich naar de uiteindelijke beheerder. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) kent voor speeltoestellen die in serie gemaakt worden een typekeur. Dat betekent dat als er 1 keer een keuring is verricht en een certificaat is afgegeven, elk exemplaar van hetzelfde merk en type dat daarna uit de fabriek komt onder hetzelfde certificaat verkocht en gebruikt mag worden. Bij verandering van het ontwerp of de wijze van produceren moet altijd een nieuwe typekeuring worden uitgevoerd.

    Als speeltoestellen niet in een serie gemaakt worden, is een keuring per stuk ook mogelijk.  Er zijn normen voor speeltoestellen, de serie NEN-EN 1176 is bijvoorbeeld van toepassing op speeltoestellen. Van speeltoestellen die volgens deze normen worden ontworpen en geproduceerd ontstaat een vermoeden van voldoen aan de veiligheidseisen. Het gebruik van deze normen is echter niet verplicht.

    Zodra een goedkeringscertificaat voor een speeltoestel is afgegeven, is dit onbeperkt geldig. Dit in tegenstelling tot certificaten voor attractietoestellen. Deze worden periodiek gekeurd (één keer jaar, per twee jaar of per drie jaar).
     
  • Het opstellen en bewaren van het technisch constructiedossier.
    De fabrikant moet (conform het WAS) een technisch constructiedossier opstellen, bewaren en ter beschikking houden van een keuringsinstelling tot ten minste 10 jaar na de verkoop van het laatste speeltoestel van de betreffende serie.

    Elk speeltoestel moet voorzien zijn van een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing. De gebruiksaanwijzing stelt de beheerder van het toestel in staat het toestel zodanig te installeren, te (de-)monteren, te doen gebruiken, te inspecteren en te onderhouden, dat het toestel geen gevaar oplevert.

Het markeren van een speeltoestel

Op het speeltoestel moet onuitwisbaar en onlosmakelijk staan:

  • naam en adres van de fabrikant of importeur
  • bouwjaar
  • serie- of typeaanduiding; serienummer

Deze gegevens moeten overeenkomen met de gegevens op het certificaat. Zie voor een ‘Model certificaat van goedkeuring’ bijlage III van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen