Schokdempende bodem onder speeltoestellen

Valdempend materiaal moet worden aangelegd bij speeltoestellen met een valhoogte van meer dan 600 mm. De eisen voor valdempend bodemmateriaal zijn vastgelegd in norm NEN-EN 1176-1: 2008.

Er bestaat een relatie tussen de valhoogte van het speeltoestel en het te gebruiken bodemmateriaal. In de onderstaande informatieve tabel worden voorbeelden van valdempend materiaal en de corresponderende valhoogte genoemd. Omdat valdemping van meerdere factoren afhangt geeft deze tabel alleen een indicatie.

Materiaal

Omschrijving /
korrelgrootte [mm]

Minimale
diepte [mm]

Maximale
valhoogte [mm]

Gras/aarde

Boomschors

20 - 80

Houtsnippers

5 - 30

300

Zand

0.2 - 2

Grind

2 - 8

Overig

< geteste kritische valhoogte

Andere eisen die van invloed zijn op het veilig spelen op een speeltoestel:

  • De ondergrond bij speeltoestellen moet vrij zijn van scherpe onderdelen of andere gevaarlijk objecten.
  • De ondergrond mag geen beknelling veroorzaken.
  • De leverancier van het bodemmateriaal moet instructies meegeven over de correcte installatie, onderhoud en inspectie procedures. Het materiaal moet voorzien zijn van een label of geschreven info over de identificatie en eigenschappen.
  • Het impactgebied (valgebied) van een speeltoestel is het gebied dat kan worden geraakt door een gebruiker wanneer deze valt. Wanneer de vrije valhoogte van het speeltoestel tussen de 0,6 meter en 1,5 meter is, dan dient de afmeting van het impactgebied 1,5 meter rond het toestel te zijn. Wanneer de vrije valhoogte van het speeltoestel tussen de 1,5 meter en 3,0 meter is, dan dient de afmeting van het impactgebied 2/3 x de vrije valhoogte + 0,5 meter rond het toestel te zijn.
  • De vrije valhoogte van een speeltoestel mag niet meer dan 3 meter zijn.
  • Het impactgebied moet vrij zijn van obstakels die letsel kunnen veroorzaken.

Zie ook