Nieuwe risico’s bij wratziekte
De NVWA heeft een nieuwe variant gevonden van de schimmel die wratziekte veroorzaakt. Dit is al het derde nieuwe pathotype (fysio) dat sinds 2020 is aangetroffen in Nederland. Deze nieuwe vondst laat zien dat wratziekte niet langer stabiel is, en dat het lastiger wordt om deze aardappelziekte te bestrijden en te beheersen. De NVWA doet onderzoek naar een nieuwe aanpak van de ziekte. In de huidige situatie is het extra belangrijk dat aardappeltelers hygiënisch werken, om verspreiding van wratziekte te voorkomen.
Wratten op sterk resistent ras
De NVWA onderzocht materiaal van vondsten van wratziekte uit de jaren 2022-2024 in het laboratorium. Bij het onderzoek van materiaal uit 2023 trad een onverwachte reactie op. Het wratmateriaal van 2 vondsten bleek in staat te zijn om wratten te vormen op Belita, een tot nu toe sterk resistent aardappelras. Er is nog niet eerder wratvorming waargenomen op dit ras.
De uitkomst van het onderzoek was zo onverwacht dat de NVWA aanvullende toetsen heeft uitgevoerd. Daarbij bleek dat het wratmateriaal een nieuw pathotype bevatte. Deze heeft nog geen officiële naam, maar wordt voorlopig ‘SenBelita breaker’ genoemd.
Derde nieuwe pathotype binnen 5 jaar
Dit nieuwe pathotype staat niet op zichzelf:
- Begin 2025 werd na laboratoriumonderzoek op wratmateriaal uit 2023 een nieuw pathotype vastgesteld: pathotype 42(Erica). Deze doorbreekt de resistentie in het ras Seresta. De NVWA heeft de sectororganisaties hierover geïnformeerd.
- In 2020 werd pathotype 38(Nevşehir) voor het eerst in Nederland aangetroffen. Dit pathotype werd in 2020, 2021 en 2022 op 6 locaties gevonden.
Binnen 5 jaar zijn er dus 3 nieuwe pathotypen aangetroffen in Nederland. Deze komen vooral voor in gebieden in het noordoosten waar intensiever aardappelen geteeld worden.
In 2025 was er 1 vondst van wratziekte in de gemeente Midden-Groningen. Een inspecteur van de NVWA trof symptomen van wratziekte aan op de rassen Festien en BMC. Het is nog niet bekend om welk pathotype het ging. Dit wordt in de komende maanden onderzocht.
Schimmel verandert
Moleculair onderzoek bevestigt het vermoeden dat de schimmel die wratziekte veroorzaakt sneller verandert. Dit komt waarschijnlijk doordat de schimmelpopulaties genetisch materiaal uitwisselen tijdens vermeerdering. Er kunnen dan nieuwe varianten ontstaan en daarbij is er meer risico op het doorbreken van resistentie.
De verwachting is dat er meer nieuwe varianten van wratziekte zijn, en dat er nog meer bij zullen komen. Hierdoor is het laboratoriumonderzoek bij een vondst van wratziekte minder betrouwbaar. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er bij het onderzoek wratmateriaal wordt gebruikt dat niet alle diversiteit van de lokale schimmelpopulatie bevat. Hierdoor kan ook minder goed onderzocht worden of een aardappelras resistent is tegen de schimmelpopulaties in dat gebied.
Onzekerheid voor aardappeltelers
Het belangrijkste instrument om wratziekte te bestrijden en te beheersen is de inzet van resistente rassen op de buffer (het deel van het perceel naast een besmetting). Maar in de nieuwe situatie kan niet met zekerheid gezegd worden of een ras resistent is.
Als teler weet u daardoor ook niet zeker welk ras u veilig kunt telen op de buffer. Extra vervelend is dat er bij de inzet van een vatbaar ras risico op ontwikkeling van nieuwe pathotypen is. Wanneer u symptomen van wratziekte in uw teelt ziet moet u dit melden aan de NVWA via info@nvwa.nl.
De NVWA zoekt samen met sectororganisaties, onderzoekers en veredelaars naar een oplossing voor deze onzekere situatie. Zodra er meer duidelijkheid is, berichten we hierover op nvwa.nl. In de tussentijd is het extra belangrijk dat u maatregelen neemt om de verspreiding van wratziekte tegen te gaan, bijvoorbeeld door middel van een goede bedrijfshygiëne.
Heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met ons Klantcontactcentrum.