Belangrijkste eisen exploitanten

Op deze pagina vindt u de belangrijkste eisen waaraan kermisexploitanten zich moeten houden.

  • De exploitant moet ervoor zorgen dat het attractietoestel veilig wordt geïnstalleerd en onderhouden, zodat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.
  • De kermisexploitant is ook verantwoordelijk voor het zelf uitvoeren van een opstellingsinspectie na het opbouwen. Zo'n inspectie is nodig om na te gaan of door het afbreken en opbouwen van het toestel geen tekortkomingen in de veiligheid van het toestel zijn ontstaan. Bijvoorbeeld door het ontbreken van borgpennen, onderstoppingen en beveiligingen.
  • Alle exploitanten van een attractietoestel melden dit toestel direct na de eerste opbouw of plaatsing ervan in Nederland bij de NVWA. Hiervoor is het Formulier aangifte attractietoestel beschikbaar. In deze schriftelijke aangifte dienen de volgende gegevens opgenomen te zijn:
    • bouwjaar
    • naam, adres en woonplaats beheerder
    • naam, adres en woonplaats eigenaar
    • soort, type en fabrikant van het attractietoestel

De exploitant van een buitenlandse attractie die tijdelijk in Nederland verblijft,  meldt minimaal 48 uur voor de 1e opbouw het toestel aan bij de NVWA via het formulier Aangifte attractietoestel.

  •  Een exploitant moet zijn attractietoestel periodiek laten keuren. Dat kan afhankelijk van het risico van het toestel jaarlijks, 2-jaarlijks of 3-jaarlijks zijn. Nadere regels attractie- en speeltoestellen regelt welke periodiciteit geldt voor een bepaald toestel. Dit met behulp van een in die regels voorgeschreven risicomatrix.
    Het toestel wordt hiermee voorzien van een certificaat van goedkeuring. De keuringsinstellingen hebben een aantal afspraken gemaakt om de uniformiteit te verbeteren. Deze zijn vastgelegd in de AKI-besluitenlijsten.
  • De exploitant van een attractietoestel is verplicht een vormvrij logboek of actueel dossier op te stellen en bij te houden voor elk afzonderlijk toestel. Het logboek of actueel dossier wordt gezien als een kwaliteitsborging voor het beheer van het toestel. Hierin moeten gegevens worden opgenomen over de:
    • fabrikant/importeur
    • installateur
    • eigenaar
    • beheerder
    • kenmerken van het attractie-toestel
    • keuringen of onderzoeken die hebben plaatsgevonden
    • resultaten van eigen inspecties en onderhoud
    • ongevallen
  • De exploitant van het attractietoestel houdt het logboek of actueel dossier bij en bewaart dit bij het toestel.