De NVWA voert ieder jaar inspecties uit bij houders van runderen, schapen, geiten, paarden en andere grazers. We controleren dan of houders van grazers de regels voor dierenwelzijn naleven. Lees hier de resultaten van onze inspecties in 2025.

In het kort: verschillende redenen voor inspectie

De meeste inspecties voeren we uit bij dierhouders met runderen, schapen, geiten en paarden. We doen ook inspecties bij houders met andere grazers, zoals buffels en ezels.

In 2025 voerden we onder andere de volgende inspecties uit bij houders van grazers:

  • We deden 675 inspecties naar aanleiding van meldingen over mogelijke overtredingen van het dierenwelzijn. Deze meldingen kregen we bijvoorbeeld van burgers en dierenartsen. Van deze inspecties was 68% akkoord en 32% niet akkoord.
  • We deden verschillende naleefmetingen. We controleren dan een willekeurige groep houders binnen een sector om inzicht te krijgen in de naleving van de regels voor dierenwelzijn. We deden inspecties bij schapenhouders en controleerden of zij hun schapen beschermen tegen hitte in de wei. Daarnaast deden we inspecties bij vleesveebedrijven en trainings- en handelsstallen en opfokstallen van paarden.
  • We ontwikkelden een model en voerden 50 risicogerichte inspecties uit bij houders van melkvee. We selecteren bedrijven op basis van een risicoanalyse. Van deze inspecties was 78% akkoord en 22% niet akkoord.
  • We deden 212 herinspecties. Deze vinden plaats als tijdens een eerdere inspectie een overtreding is geconstateerd. Van de herinspecties was 77% akkoord en 23% niet akkoord.
  • We deden 153 inspecties bij bedrijven die onder verscherpt toezicht staan. Van deze inspecties was 36% akkoord en 64% niet akkoord.
  • Inspecteurs deden 104 secundaire inspecties. Ze doen deze inspecties bijvoorbeeld als ze tijdens andere inspecties problemen met dierenwelzijn zien. Van deze inspecties was 32% akkoord en 68% niet akkoord.

Inspectieresultaten

Inspectieresultaten meldingen

Iedereen die ziet of vermoedt dat dieren niet goed behandeld worden, kan een melding bij ons doen. We ontvangen onder andere meldingen van burgers, dierenartsen, zuivelbedrijven en van onze eigen medewerkers in bijvoorbeeld slachthuizen.

Na ontvangst van een melding beoordelen we of deze voldoende relevante informatie bevat en maken we een risicoafweging. We schatten dan in hoe groot het risico is voor het welzijn van de dieren. Op basis daarvan beslissen we hoe we de melding afhandelen. Een inspecteur kan bij de houder langsgaan voor een fysieke inspectie, maar we kunnen de houder bijvoorbeeld ook opbellen. We bewaren alle meldingen. Zo kunnen we in de gaten houden of er vaker een melding over dezelfde locatie binnenkomt. Ook kunnen we de gegevens gebruiken voor data-analyse.

In 2025 deden we 675 inspecties naar aanleiding van een melding. Een deel van de meldingen had te maken met hitte. Er waren 456 inspecties akkoord en 219 niet akkoord.

Daarnaast bezochten we 24 locaties waar we geen dieren aantroffen. Waarschijnlijk waren de dieren na de melding verplaatst of was de beschreven locatie onjuist.

Inspecties per diersoort naar aanleiding van meldingen

Bij een inspectie treft een inspecteur soms meerdere diersoorten aan. Daardoor ligt het totaal aantal inspecties per diersoort hoger dan het totaal aantal uitgevoerde inspecties.

Vooral meldingen over melkvee, schapen en paarden

Bij de meeste inspecties ging het om paarden, melkvee en schapen. Over deze diersoorten krijgen we de meeste meldingen. Dat komt waarschijnlijk doordat deze dieren vaak buiten gehouden worden. De dieren zijn zichtbaarder voor een grote groep mensen.

We constateerden verschillende overtredingen bij deze inspecties. De meeste overtredingen gingen over onhygiënische of onveilige huisvesting, zoals scherp uitstekende delen in de wei.

Inspectieresultaten naleefmetingen

Tijdens een naleefmeting onderzoeken we hoe de sector met de regels voor dierenwelzijn omgaat. We deden in 2025 de volgende naleefmetingen:

  • We voerden een naleefmeting uit bij schapenhouders. We voerden op warme dagen inspecties uit bij 93 houders met meer dan 50 schapen, waarbij we op 2 locaties geen dieren aantroffen. We controleerden onder andere of houders hun schapen beschutting boden bij hitte. Tijdens 11 inspecties zagen we overtredingen.
  • We rondden de naleefmeting bij de sector vleesvee af. We voerden in 2024 en 2025 in totaal 156 inspecties uit bij vleesveebedrijven die meer dan 10 runderen ouder dan 1 jaar houden. Van de 156 inspecties waren er 148 akkoord en 8 niet akkoord.
  • We startten een naleefmeting bij trainings- en handelsstallen en opfokstallen van paarden. In 2025 bezochten we voor deze naleefmeting 55 stallen. Deze naleefmeting wordt in 2026 afgerond. De resultaten publiceren we daarna.

Inspectieresultaten risicogericht melkvee

We ontwikkelden een model om risicogericht inspecties uit te voeren melkveehouders. Dit model helpt bij het zoeken naar bedrijven waar mogelijk een verhoogde kans is op overtredingen. Het model vergelijkt bedrijven met bedrijven waar we in het verleden overtredingen van de welzijnsregels hebben vastgesteld. Het gebruikt hiervoor onder andere bedrijfskenmerken uit de landbouwtelling en gegevens uit het identificatie- en registratiesysteem (I&R-systeem) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Om het model te toetsen hebben we 50 inspecties uitgevoerd in 2025. Hiervan waren er 39 akkoord en 11 niet akkoord. De meeste overtredingen gingen over onhygiënische of onveilige huisvesting.

Inspectieresultaten herinspecties

In 2025 deden we 212 herinspecties bij houders van grazers. Bij deze bedrijven hadden we bij een eerdere inspectie een overtreding geconstateerd. Het ging hierbij niet om bedrijven die onder verscherpt toezicht staan. Er waren 164 herinspecties akkoord en 48 herinspecties niet akkoord.

We gingen ook bij 12 locaties langs waar we geen dieren meer aantroffen.

Inspectieresultaten bedrijven onder verscherpt toezicht

Bedrijven komen onder verscherpt toezicht als we structureel overtredingen zien op het gebied van dierenwelzijn, of als de situatie al bij de eerste controle zeer ernstig is. Onze inspecteurs bezoeken deze bedrijven vaak meerdere keren per jaar voor een fysieke (her)inspectie. Bij deze bedrijven kunnen zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke interventies worden opgelegd.

Het verscherpt toezicht stopt als we bij 3 opeenvolgende inspecties geen overtredingen op de regels voor dierenwelzijn zien. Deze periode noemen we de nazorgfase. Het verscherpt toezicht eindigt ook als een houder met het bedrijf stopt. In 2025 eindigde voor 13 bedrijven het verscherpt toezicht. Er kwamen 18 nieuwe bedrijven onder verscherpt toezicht te staan. In totaal stonden er 58 bedrijven onder verscherpt toezicht.

In 2025 hebben we 153 (her)inspecties afgerond bij bedrijven die onder verscherpt toezicht stonden. Van de 153 (her)inspecties waren er 57 akkoord en 96 niet akkoord. De inspecties die akkoord waren, kwamen onder andere voor bij bedrijven in de nazorgfase. Daarnaast troffen inspecteurs tijdens 10 inspecties geen dieren aan. Bij deze houders was bijvoorbeeld een (tijdelijk) houdverbod opgelegd.

Inspectieresultaten van secundaire inspecties

Inspecteurs kunnen ook secundaire dierenwelzijnsinspecties starten. Dit gebeurt bijvoorbeeld als zij problemen met dierenwelzijn signaleren tijdens andere inspecties. Onder deze categorie vallen ook inspecties die niet in de jaarplanning staan en bijvoorbeeld in samenwerking met andere toezichthouders worden uitgevoerd.

In totaal vonden 104 secundaire inspecties plaats. Hiervan waren er 33 akkoord en 71 niet akkoord.

Hoe hebben wij gehandhaafd?

Wij hebben de houders die in overtreding waren een interventie opgelegd. Daarbij gebruiken wij ons interventiebeleid. Het ging om:

  • 56 mededelingen ter plaatse
  • 185 officiële waarschuwingen
  • 172 rapporten van bevindingen, op basis hiervan kan een bestuurlijke boete en/of maatregel worden opgelegd
  • 90 processen-verbaal, deze worden ingediend bij het Openbaar Ministerie en kunnen tot strafrechtelijke vervolging leiden

In onderstaande tabel staan de interventies per soort inspectie. Als een inspecteur meerdere overtredingen constateert bij een inspectie, kan de inspecteur ook meerdere interventies opleggen. Het aantal interventies is daarom groter dan het aantal inspecties dat niet akkoord was.

Overzicht interventies per soort inspectie
InterventieMeldingRisico-model melkveeVerscherpt toezichtHerinspectieSecundaire inspectie
Mededeling ter plaatse452243
Officiële waarschuwing12790841
Rapport van bevindingen370763425
Proces-verbaal2205297

Vervolgaanpak

In 2026 werken we onder andere aan de volgende projecten:

  • Bij veel inspecties naar aanleiding van meldingen zien we geen overtredingen of er blijken geen dieren aanwezig. We gaan onderzoeken hoe we het meldformulier kunnen verbeteren om inspecties doelmatiger te kunnen uitvoeren.
  • We gaan door met verscherpt toezicht bij bedrijven die ernstige overtredingen hebben begaan. Per bedrijf kijken we hoe we ervoor kunnen zorgen dat de houder structureel de regels gaat naleven. Zo nodig kunnen we de houder verplichten om minder dieren te houden of zelfs (tijdelijk) te stoppen met het bedrijf.
  • We gaan verder met de naleefmeting bij trainings- en handelsstallen en opfokstallen van paarden.
  • We starten een naleefmeting bij de sector melkgeiten.