Inspectieresultaten extra monstername slachtvee 2024

De NVWA controleert of vlees niet te veel resten van antibiotica, pijnstillers en andere diergeneesmiddelen bevat. Naar aanleiding van de inspectieresultaten in 2022 voerden we ook in 2024 extra controles uit in slachterijen, als aanvulling op onze gewone controles. We namen 337 extra monsters van geslachte runderen en controleerden of er resten van diergeneesmiddelen in het vlees, de nieren en de lever zaten.

In het kort

We onderzochten 337 monsters op de aanwezigheid van pijnstillers (NSAID’s, paracetamol), tranquilizers en corticosteroïden. In 8 monsters zaten meer resten van diergeneesmiddelen dan wettelijk is toegestaan. Er is dan sprake van een overschrijding van de Maximale Residu Limiet (MRL). De MRL is de maximaal toegestane hoeveelheid van een stof die in dierlijke producten zoals vlees of melk mag zitten. Deze maximale waarden staan in Verordening (EU) 37/2010. De karkassen en producten van deze dieren zijn vernietigd.

In sommige situaties voerden we ook fysieke inspecties uit bij veehouders. Dit gebeurde op 107 veehouderijen. Daarvan waren 93 inspecties akkoord en 14 niet akkoord. Naast de MRL-overschrijdingen constateerden we ook andere overtredingen bij deze veehouders. Ze hielden het gebruik van diergeneesmiddelen bijvoorbeeld niet goed bij of gaven aan het slachthuis onjuiste informatie door over de diergeneesmiddelen die de dieren hadden gekregen.

Inspectieresultaten

Aanleiding voor de extra monstername

Vlees moet in slachthuizen goedgekeurd worden, anders mag het niet voor menselijke consumptie worden aangeboden. Wij controleren het vlees onder meer op resten van diergeneesmiddelen. De controles voeren wij uit volgens het Nationaal plan residuen in producten van dierlijke oorsprong (NPR).

In 2022 namen we extra monsters van dieren die afkomstig waren van verzamelplaatsen in Nederland. We troffen toen meer resten van antibiotica en pijnstillers aan. Soms ging het om gehaltes die boven de wettelijk toegestane MRL uitkwamen. Er is dan een gezondheidsrisico voor de mensen die het vlees of de organen van deze dieren eten. Ook kan het gebruik van pijnstillers de keuring van het levende dier beïnvloeden: er kan dan niet goed worden vastgesteld of het dier wel gezond is. Daarnaast moeten veehouders aan het slachthuis doorgeven welke medicijnen een dier heeft gekregen. Dit kan via het voedselketeninformatie-formulier (VKI). Sommige veehouders hadden dit formulier niet goed ingevuld.

Op basis van de inspectieresultaten in 2022 is besloten om de komende jaren extra monsters te blijven nemen in slachthuizen. Bij de extra monstername in 2024 hebben we ons uitsluitend gericht op afgemolken melkvee. Bij deze dieren worden relatief veel diergeneesmiddelen toegepast, waardoor er een grotere kans is op de overschrijding van de MRL.

We onderzochten 337 dieren op pijnstillers (NSAID’s, paracetamol), tranquilizers en corticosteroïden. Ook controleerden we bij een deel van de veehouders of ze het medicijngebruik goed hadden vermeld op het VKI-formulier en of het diergeneesmiddelenlogboek in orde was.

Inspecties op de veehouderij

Na een aantal weken volgde de uitslag van de genomen monsters. In de volgende situaties voerden we een fysieke inspectie uit bij de veehouder waar het dier vandaan kwam:

  • Als het analyseresultaat boven de wettelijke norm (MRL) uitkwam. De maximale residu limiet (MRL) is de maximaal toegestane hoeveelheid van een stof die in een bepaald product mag zitten.
  • Als het analyseresultaat boven de beslisgrens uitkwam. Voor paracetamol en salicylzuur is geen MRL bepaald. Er zijn wel beslisgrenzen vastgesteld in samenwerking met Wageningen Food Safety Research (WFSR). Deze beslisgrenzen zijn gebaseerd op eerdere monsternames in combinatie met wetenschappelijke literatuur. Als de uitslag van het monster boven deze waarde uitkomt, doen we nader onderzoek doen naar de herkomst van de stof.
  • Als er informatie ontbrak op het VKI-formulier. Veehouders moeten alle behandelingen en gebruikte diergeneesmiddelen van de afgelopen 35 dagen vermelden op het VKI-formulier. Voor uierinjectoren moet gebruik in de afgelopen 60 dagen vermeld worden op het VKI-formulier.

Er zijn in totaal 107 inspecties uitgevoerd bij veehouders.

Overschrijding MRL of beslisgrens

Bij 8 dieren zijn stoffen aangetoond die boven de MRL of de beslisgrens uitkwamen. In onderstaande tabel staan de gehalten weergegeven. Bij de betreffende veehouders stelden we soms nog meer overtredingen vast. De veehouders kregen een officiële waarschuwing (OW) of er werd een rapport van bevindingen (RvB) opgesteld. Op basis van een RvB kan een boete of andere maatregel worden opgelegd.

Tabel: stoffen boven de MRL of de beslisgrens
Werkzame stof Gehalte MRL Overtreding Interventie
Carprofen 1104 µg/kg 1000 µg/kg MRL-overschrijding en VKI onjuist ingevuld RvB + OW
Carprofen 1186 µg/kg 1000 µg/kg MRL-overschrijding RvB
Dexamethason 15 µg/kg 2 µg/kg MRL-overschrijding + onjuist VKI + onvolledig logboek RvB + OW
Meloxicam 838 µg/kg 65 µg/kg MRL-overschrijding RvB
Meloxicam 1822 µg/kg 65 µg/kg MRL-overschrijding + onjuist VKI+ onjuist logboek RvB + OW
Meloxicam 80 µg/kg 65 µg/kg MRL-overschrijding RvB
Meloxicam 1500 µg/kg 65 µg/kg MRL-overschrijding RvB
Meloxicam 376 µg/kg 65 µg/kg MRL-overschrijding RvB

Carprofen

  • Bij 1 dier is een MRL-overschrijding geconstateerd, ook was het VKI niet juist ingevuld.
  • Bij 1 dier is een MRL-overschrijding geconstateerd.

Dexamethason

Bij 1 dier is er een MRL-overschrijding geconstateerd van het middel dexamethason. Dit middel was niet vermeld op het VKI-formulier en niet in het logboek.

Meloxicam

  • Bij 4 dieren was sprake van een MRL-overschrijding.
  • Bij 1 dier is een MRL-overschrijding geconstateerd en is het dier binnen de wachttermijn afgevoerd.

Vlees met een MRL-overschrijding is niet geschikt voor consumptie. Sommige slachthuizen hadden de bemonsterde karkassen opgeslagen in afwachting van de uitslag van de analyse. Deze slachthuizen hebben de karkassen met een MRL-overschrijding niet geschikt verklaard voor menselijke consumptie. Sommige karkassen waren al verhandeld. De slachthuizen zorgden er dan voor dat deze karkassen niet verder verhandeld werden: andere bedrijven in de keten werden geïnformeerd en bij de NVWA werd gemeld dat er een onveilig product in omloop was. Deze producten werden vernietigd.

Aangetoonde stoffen in de monsters

Bij 21 dieren zijn stoffen aangetoond die niet boven de MRL of beslisgrens uitkwamen. In onderstaande tabel wordt weergegeven om welke stoffen het ging en hoe vaak deze zijn aangetoond.

Tabel: aangetoonde stoffen in de monsters
Werkzame stof Aantal monsters aangetoond
Carprofen 4
Dexamethason 1
Diclofenac 1
Ketoprofen 1
4-methylaminoantipyrine 1
Meloxicam 2
Paracetamol 4
Salicylzuur 6
Xylazine 1

De karkassen waar ketoprofen en xylazine in aangetoond werden, zijn afgekeurd voor menselijke consumptie. Voor deze stoffen is geen MRL vastgesteld, maar door deze middelen kan bij de keuring van het levende dier niet worden vastgesteld of het dier gezond is. Ketoprofen is namelijk een pijnstillende stof en xylazine een bedwelmende stof. Door het toedienen van deze diergeneesmiddelen kunnen ziekteverschijnselen gemaskeerd worden en kan het dier onterecht als gezond bestempeld worden ten tijde van de levende keuring.

De andere werkzame stoffen die zijn aangetoond kunnen ook pijnstillende effecten hebben, maar de gehalten in de monsters waren onder de MRL of in het geval van paracetamol onder de beslisgrens.

Andere overtredingen

  • 1 veehouder had het logboek niet op orde. Pijnstillers en infusen werden niet genoteerd in het logboek. Hiervoor is een rapport van bevindingen aangezegd.
  • 1 veehouder had het VKI-formulier niet juist ingevuld en een rund afgevoerd terwijl het in de wachttermijn zat voor 2 diergeneesmiddelen. De uitslag van de monsters was wel conform wetgeving. Hiervoor is een rapport van bevindingen aangezegd.
  • 1 veehouder hield in het logboek alleen antibiotica bij, alle andere toegediende diergeneesmiddelen werden niet vermeld in het logboek. Alle diergeneesmiddelen die zijn toegediend, moeten worden bijgehouden in het logboek. De veehouder heeft een officiële waarschuwing ontvangen.
  • 1 veehouder voerde eens per half jaar alle diergeneesmiddelen in het logboek in aan de hand van visitebrieven van de dierenarts. Ten tijde van de inspectie was hierdoor niet te controleren welk dier welk diergeneesmiddel heeft gehad. Hiervoor is een rapport van bevindingen aangezegd.
  • 1 veehouder hield de behandeling van het geslachte dier niet goed bij, waardoor de toediening van een pijnstiller niet is vermeld in het logboek en niet op het VKI-formulier. Het dier was niet binnen de wachttermijn aangeboden voor de slacht, de uitslag van de monsters was conform wetgeving. Hiervoor is een rapport van bevindingen aangezegd.
  • 3 veehouders hebben de behandeling met een diergeneesmiddel niet op het VKI-formulier ingevuld. Zij hebben een officiële waarschuwing ontvangen.

Vervolgaanpak: NVWA blijft extra controleren

Uit deze inspectieresultaten komt naar voren dat een meerderheid van de bedrijven zich aan de wet- en regelgeving houdt. Toch worden er nog steeds overschrijdingen van de MRL vastgesteld bij geslachte dieren. Ook blijkt dat VKI-formulieren en logboeken niet altijd correct zijn ingevuld. Bij het toedienen van diergeneesmiddelen wordt onvoldoende rekening gehouden met de wachttermijn, terwijl dit wel van belang is.

De NVWA vindt het belangrijk dat de sector zijn verantwoordelijkheid neemt en blijft sectorpartijen aansporen om onderling afspraken te maken over een goede naleving binnen de vleesketen. In het kader van voedselveiligheid is het van belang dat geen enkel monster boven de MRL komt. Bij overschrijding van de MRL worden boetes uitgedeeld.

Op basis van de resultaten van deze extra monstername blijft de NVWA erop toezien dat het gebruik van diergeneesmiddelen niet leidt tot risico's voor de voedselveiligheid. Daarom blijft de NVWA ook de komende jaren extra monsters nemen in slachthuizen, als aanvulling op de standaard controles.