Huisdieren fokken – wat mag wel en wat niet?

Fokt u huisdieren, zoals honden of katten? Houd er dan rekening mee dat er regels zijn om de gezondheid en het welzijn van huisdieren te beschermen. Zo mag bijvoorbeeld de snuit van een hond niet te kort zijn, of mogen de poten van een kat niet te kort zijn, iets dat steeds vaker voorkomt bij zogenoemde designerhonden en -katten. 

Wat zijn de regels voor dierenwelzijn?

Zorg altijd dat het welzijn en de gezondheid van het ouderdier en de nakomelingen niet aangetast worden. Dit betekent dat u voorkomt dat:

  • een ouderdier ernstige gedragsafwijkingen, erfelijke afwijkingen of ziekten doorgeeft aan de nakomelingen, of dat die bij de nakomelingen kunnen ontstaan
  • het ouderdier schadelijke, uiterlijke kenmerken aan de nakomelingen doorgeeft
  • voortplanting op onnatuurlijke wijze plaatsvindt
  • het aantal nesten of nakomelingen de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen benadeelt

Hoe controleren wij of fokkers zich aan de regels voor dierenwelzijn houden?

Om te controleren of fokkers zich aan de regels houden, maken we gebruik van kennis van deskundigen. Zo gebruiken we bijvoorbeeld richtlijnen van deskundigen van de Universiteit van Utrecht voor honden met een korte snuit, en voor katten als de Bambino. Daarnaast kunnen onze inspecteurs en dierenartsen gebruikmaken van wetenschappelijke literatuur.

Inspanningsverplichting

De belangrijkste regel voor het fokken met gezelschapsdieren is: fokken mag nooit ten koste gaan van de gezondheid of het welzijn van de ouderdieren en hun nakomelingen. U hebt als fokker voor de wet een 'inspanningsverplichting'. Dat betekent dat u moet kunnen aantonen dat al uw keuzes en acties bij het fokken goed zijn onderbouwd!

Vraag uw dierenarts bijvoorbeeld om uw dieren te testen voordat u gaat fokken en voorkom daarmee dat u de regels overtreedt.

Uw dierenarts kan bijvoorbeeld gebruikmaken van het scoringsformulier of PET-scan. U kunt deze PET-scan ook zelf invullen (demoversie). De uitslag van de PET-scan vervangt echter niet de dierenartsverklaring. U moet bij het fokken niet alleen rekening houden met deze 6 criteria, alle andere (erfelijke) gezondheidsklachten en afwijkingen spelen ook een rol voor een beslissing om met een hond te gaan fokken.

Wat zijn erfelijke afwijkingen?

Bij erfelijke gebreken kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • erfelijke epilepsie, zowel bij de drager als lijder
  • hypofysaire dwerggroei
  • hartaandoeningen
  • heup- en elleboogdysplasie
  • oogaandoeningen
  • overmatige agressie of angst
  • afwijkingen aan de wervelkolom

Wat zijn schadelijke uiterlijke kenmerken?

Schadelijke uiterlijke kenmerken kunnen leiden tot gezondheidsproblemen. Als het uiterlijk van een dier bijvoorbeeld de ademhaling bemoeilijkt dan is dit schadelijk. Zorg er dus voor dat dieren altijd hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen.

Voorbeelden van schadelijke uiterlijke kenmerken zijn:

  • te korte snuit
  • zeer korte poten
  • lange rug
  • overdreven veel haar
  • heel veel huidrimpels
  • extreem klein gefokte dieren (met eventueel kleine schedels)

Waar letten wij op bij honden met een korte snuit?

Hieronder vindt u een aantal richtlijnen, zodat u weet waarop wij letten als we een hondenfokker bezoeken. Deze regels gelden voor alle kortsnuitige honden.

Waar letten we op?

Wat mag niet?

1. Heeft de hond een abnormaal ademgeluid, ook wel stridor?

De hond maakt in rust fors snuivende, snurkende of zagende geluiden.

2. Is sprake van vernauwing van de neusopening?

Er is sprake van ernstige vernauwing van de neusgaten.

Is sprake van matige vernauwing? Dat mag niet als de hond niet voldoet aan een van de andere kenmerken in deze tabel.

3. Hoe is de verhouding tussen de schedel en de snuit?

We noemen dit ook wel de craniofaciale ratio (CFR). U berekent die door de neuslengte te delen door de lengte van de rest van de schedel.

De verhouding tussen de schedel en de snuit is kleiner of gelijk aan 0.3.

Is de verhouding kleiner dan 0.5, maar groter dan 0.3? Dat mag alleen als de hond aan alle andere kenmerken in deze tabel voldoet.

4. Heeft de hond een neusplooi?

De hond heeft een neusplooi en haren die vanaf de neusplooi het bind- of hoornvlies raken. Of kunnen raken.

Heeft de hond geen haren die het bind- of hoornvlies raken, maar heeft hij wel een neusplooi? Dat mag alleen als de hond aan alle andere kenmerken in deze tabel voldoet.

5. Is het oogwit zichtbaar als de hond recht naar voren kijkt?

Je ziet oogwit in minimaal twee kwart van het oog.

De oogkas is ondiep of de hond heeft ruime oogleden, of allebei, waardoor de oogbol slecht beschermd is.

6. Kan de hond zijn ogen sluiten? De hond kan zijn oogleden niet helemaal sluiten.

Waar letten wij op bij katten als de Bambino?

Voor katten als de Bambino geldt een fokverbod. Dit verbod baseren wij op de richtlijnen voor katten als de Bambino van deskundigen van de Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht. Deze deskundigen stellen dat het fokken van de Bambino (welzijns-)risico's met zich meebrengt en kan leiden tot gezondheids- en gedragsproblemen.

Boete bij overtreding van de regels

De NVWA en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) handhaven de regels. Houdt u zich niet aan de regels? Dan kunt u een boete krijgen van 1.500 euro.