Bestrijding bacterievuur door particulieren

U moet bacterievuur binnen de bufferzones bestrijden. U moet aangetaste planten en struiken zo spoedig mogelijk verwijderen en vernietigen. Buiten de bufferzones hoeft dit niet.

Bestrijding binnen bufferzones

Binnen de zogeheten bufferzones is het verplicht om bacterievuur te bestrijden. U moet aangetaste planten en struiken zo spoedig mogelijk verwijderen en vernietigen. U moet de hele plant verwijderen; het bovengrondse deel en de stobbe (stronk) met wortels.

Als u de stobbe geheel kunt uitgraven, moet u erop letten dat u ook de wortelopslag verwijdert. Deze kan ook ziek zijn. Lukt het niet om de stobbe geheel uit te graven, dan kunt u de rest behandelen met een worteldodend middel. Raadpleeg een deskundige over het juiste gebruik van deze middelen.

Bestrijding buiten bufferzones

De bestrijding van bacterievuur is geregeld in de Europese Fytorichtlijn (Richtlijn 2000/29/EG). De regels gelden voor boomkwekers, fruittelers, groenbeheerders en particulieren. Bestrijding van bacterievuur is verplicht in de zogeheten bufferzones.

Buiten de bufferzones wordt bestrijding aangeraden om het risico voor telers en de groene ruimte te verminderen. In uitzonderingsgevallen kunnen eigenaren door de NVWA worden verplicht om besmette planten te verwijderen. Dit is bijvoorbeeld wanneer er een reëel risico bestaat dat de ziekte zich naar een aangrenzend perceel verspreid.

Verbod aanplant zeer gevoelige planten en uitzondering voor wilde meidoorns

Sommige plantensoorten zijn zeer gevoelig voor bacterievuur. Daarom geldt in bufferzones een verbod om wilde meidoorns, breedbladige Cotoneasters en Photinia davidiana aan te planten. Dit verbod geldt niet voor wilde meidoorns in gebieden waarin meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt. Deze gebieden zijn aangewezen door de staatsecretaris van Economische Zaken in de Beschikking bestrijding bacterievuur 1984. In deze gebieden mogen wilde meidoorns wel worden aangeplant en geldt een uitzondering voor de behandeling van stobben.

Tips voorkomen verspreiding bacterievuur

  • Verklein aangetaste planten op de plek waar u ze aantreft.
  • Stop aangetaste planten in plastic zakken of in de groencontainer, voer ze af en laat ze:
    • vernietigen
    • verbranden (dit mag alleen met gemeentelijke ontheffing)
    • versnipperen of
    • composteren
  • Vervoer aangetaste planten nooit op een open wagen zonder gesloten dekzeil.
  • Maak vervoermiddelen die u gebruikt goed schoon met bijvoorbeeld een stoomcleaner of hogedrukspuit.
  • Laat aangetaste planten na het afzagen enkele dagen drogen voor u ze versnippert.
  • Breng de snippers alleen terug in de beplanting als u alle waardplanten (planten die gevoelig zijn voor de ziekte) uit die beplanting heeft verwijderd.
  • Composteer aangetaste planten alleen in composthopen van minimaal 60° C.
  • Werk aangetaste planten altijd diep naar binnen in de composthoop en laat ze helemaal composteren.
  • Ontsmet uw gereedschap door het te borstelen met bijvoorbeeld alcohol (70%), brandspiritus of chloor.