Hoe de NVWA handhaaft

De NVWA hanteert een eenduidige en transparante toezichtaanpak en interventiebeleid op het gebied van productveiligheid. In het interventiebeleid Attractie- en speeltoestellen staat beschreven hoe de NVWA intervenieert als zij op dit gebied overtredingen constateert.

De basis van de interventie is vastgelegd in het specifiek Interventiebeleid productveiligheid. Ook kunt u het Interventiebeleid attractie- en speeltoestellen raadplegen op de pagina Interventiebeleid.

De NVWA hanteert specifieke maatregelen als een speeltoestel:

  • niet is gekeurd
  • technische tekortkomingen heeft
  • niet aantoonbaar in een veilige staat wordt gehouden

Bij tekortkomingen zijn verschillende maatregelen mogelijk. De inspecteur kan een schriftelijke waarschuwing of een beschikking opmaken, proces-verbaal opmaken of een boete opleggen. In het uiterste geval, wanneer er sprake is van een bijzonder onveilige situatie, kan een toestel direct buiten gebruik worden gesteld. Als het speeltoestel niet gecertificeerd is en er is geen direct gevaar, wordt het stilgelegd.

Inspecteurs van de NVWA zijn bevoegd speeltoestellen die niet aan de wet voldoen, te verzegelen of in beslag te nemen. Als de NVWA niet-gekeurde of onveilige speeltoestellen in de openbare ruimte aantreft neemt ze altijd contact op met de beheerder van de openbare ruimte, meestal de gemeente. De gemeente kan daarna zelf deze speeltoestellen verwijderen of bewoners erop aanspreken dat te doen.