Eisen aan beheerders speeltoestellen

De beheerders van speeltoestellen  moeten aan een aantal wettelijke verplichtingen voldoen om ervoor te zorgen dat het toestel geen gevaar oplevert.

VeiligheidNL heeft in samenwerking met de NVWA een stappenplan voor het goed beheren van speeltoestellen opgesteld. Dit beheersplan geeft kort en duidelijk uitleg over de wettelijke verplichtingen van beheerders van een of meerdere speeltoestellen.

Certificering

Het toestel moet gecertificeerd zijn. Een geldig certificaat van goedkeuring (zie Bijlage III. bij artikel 6 van de Nadere regeling attractie- en speeltoestellen) van een  door de minister aangewezen keuringsinstelling (AKI) of een daarmee gelijkgesteld certificaat per toestel moet aanwezig zijn. Is dit niet het geval, dan moet de beheerder het voor in gebruik name laten keuren door een (AKI). Speeltoestellen die al vóór 26 maart 1997 in gebruik waren, behoeven geen typekeuring te ondergaan door een AKI. De beheerder moet zich er dan wel van vergewissen dat het speeltoestel veilig is.

Veilige installatie

Een speeltoestel moet deugdelijk gemonteerd en veilig geïnstalleerd worden. Hierbij hoort ook een veilige omgeving zonder obstakels in het valgebied en een voldoende valdempende ondergrond. Dit betekent dat er geschikt bodemmateriaal met voldoende valdemping moet worden gebruikt.

Onderhoud

Speeltoestellen moeten veilig onderhouden worden. Goed onderhoud voorkomt onveilige situaties. Het wordt dus preventief gedaan. Onder onderhoud wordt iets anders verstaan dan het uitvoeren van reparaties. Onderhoud is bijvoorbeeld het aandraaien van bouten en moeren, het smeren van lagers, het controleren of de kettingen nog lang genoeg zijn, het controleren van de laagdikte van de ondergrond. In de meeste gevallen zet de producent al in het logboek of actueel dossier wat de kritische punten zijn waarnaar gekeken moet worden bij het onderhoud.

Inspectie

Speeltoestellen moeten regelmatig (frequentie niet nader gespecificeerd) geïnspecteerd worden. De beheerder controleert zelf of het gebruik van het toestel nog steeds veilig is. Met de resultaten van deze inspecties moet ook beoordeeld worden welke acties ondernomen moeten worden voor het veilig houden van het toestel. De benodigde reparaties of herstelwerkzaamheden moeten ook daadwerkelijk uitgevoerd worden, binnen een verantwoorde tijdsduur.

De beheerder kan de controles ook uitbesteden aan een inspectiebureau.

Logboek of actueel dossier

De beheerder van speeltoestellen moet voor elk speeltoestel een logboek of actueel dossier (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen, art. 14, 2e lid) bijhouden. De beheerder toont hiermee zijn zorg voor de veiligheid van het speeltoestel aan, en maakt hiermee het beheer voor zichzelf inzichtelijk.

Het logboek of actueel dossier kan per toestel de volgende informatie bevatten:

  • Identificatie van het speeltoestel:
    • naam en adres van de eigenaar van het toestel
    • naam en adres van degene die het toestel beheert
    • beschrijving van het speeltoestel, bij voorkeur met foto
    • naam van de fabrikant of importeur
    • bouwjaar
    • serie-of typeaanduiding
    • het serienummer, voor zover van toepassing
  • Aantekeningen betreffende de inspecties en het onderhoud:
    • datum en tijdstip van de inspectie en het onderhoud en gegevens over de uitvoerder
    • geconstateerde gebreken of veranderingen in de staat van het toestel en de reparateur
    • vervanging van belangrijke onderdelen en gegevens over de leverancier van deze onderdelen
  • Gegevens over ongevallen die verband houden met het toestel:
    • de oorzaak of de vermoedelijke oorzaak
    • opgetreden persoonlijke letsel
    • de maatregelen die de beheerder na het ongeval heeft genomen om herhaling te voorkomen

Meer informatie

Schokdempende bodem onder speeltoestellen