In ons voedsel kunnen onbedoeld chemische stoffen terechtkomen, zoals resten van diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen. Voor deze stoffen bestaan wettelijke limieten. Die limieten zijn er om gezondheidsproblemen of schade aan het milieu te voorkomen. Voedselproducenten moeten ervoor zorgen dat de concentratie of het gehalte van deze stoffen in een product niet boven de wettelijke limiet uitkomt. De NVWA houdt toezicht.
Om welke stoffen gaat het?
Wij controleren op de volgende categorieën chemische stoffen.
Bestrijdingsmiddelen
Boeren gebruiken bestrijdingsmiddelen om hun gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Ze kunnen zowel pesticiden als biociden gebruiken. Er kunnen residuen van bestrijdingsmiddelen achterblijven op levensmiddelen als groente en fruit.
Binnen de Europese Unie (EU) geldt een Maximale Residu Limiet (MRL) voor verschillende bestrijdingsmiddelen. De MRL geeft aan hoeveel van de stof er in een levensmiddel mag zitten.
Lees meer over bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen.
Diergeneesmiddelen en andere stoffen met een farmacologische werking
Koeien, varkens, kippen en andere landbouwdieren krijgen vaak verschillende diergeneesmiddelen toegediend, zoals pijnstillers, antibiotica en ontwormingsmiddelen. Als er niet genoeg tijd zit tussen het toedienen van de medicatie en de slacht kunnen deze middelen ook terechtkomen in het vlees, de melk, de eieren en andere dierlijke producten.
Binnen de EU geldt een Maximale Residu Limiet (MRL) voor verschillende diergeneesmiddelen. De MRL geeft aan hoeveel er in een levensmiddel mag zitten.
Bij onze controles kijken we ook naar andere stoffen met een vergelijkbare werking als diergeneesmiddelen. Deze stoffen kunnen bijvoorbeeld aanwezig zijn in diervoeder. Ze worden farmacologisch werkzame stoffen of farmacologisch actieve stoffen genoemd. We controleren ook of er verboden stoffen aanwezig zijn, zoals hormonen.
Contaminanten, zoals zware metalen, PFAS en mycotoxinen
Contaminanten zijn stoffen die onbedoeld in voedsel terechtkomen, bijvoorbeeld omdat ze al in het milieu aanwezig zijn of omdat ze ontstaan tijdens het productieproces. Voorbeelden van contaminanten zijn bijvoorbeeld schimmelgiffen (mycotoxinen), zware metalen, PFAS en acrylamide.
Binnen de EU geldt een Maximum Limiet (ML) voor verschillende contaminanten. De ML geeft aan hoeveel er in een levensmiddel mag zitten.
Lees meer over contaminanten in levensmiddelen.
Chemische stoffen uit voedselcontactmaterialen, zoals verpakkingen
Vanuit verpakkingen, bekers, pannen en andere voedselcontactmaterialen kunnen er schadelijke stoffen in het voedsel terechtkomen. Dit heet ook wel migratie. Een voorbeeld van een schadelijke stof is bisfenol A (BPA) dat soms in plastic zit.
Binnen de EU geldt een migratielimiet voor chemische stoffen in voedselcontactmaterialen.
Lees meer over chemische stoffen in voedselcontactmaterialen.
Hoe worden wettelijke limieten bepaald?
Op basis van wetenschappelijk advies bepaalt de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) welke maximale hoeveelheden van bepaalde stoffen nog aanvaardbaar zijn. Nadat het Europees parlement de wettelijke limieten heeft aangenomen worden de limieten vastgelegd in Europese wetgeving. De limieten gelden dus in alle landen van de Europese Unie.
De wettelijke limieten geven de bovengrens aan van wat in voedsel mag voorkomen, maar het uitgangspunt blijft dat bedrijven blootstelling moeten voorkomen of zo laag mogelijk moeten houden. De NVWA controleert of producenten zich aan deze regels houden en grijpt in wanneer dat niet zo is.
Risicoanalyse
Voor sommige stoffen bestaan nog geen maximumlimieten. Wanneer deze stoffen wordt op basis van een risicoanalyse bepaald of het levensmiddel schadelijk is en van de markt moet worden geweerd. In dat geval laat de NVWA een risicoan, terwijl er wel een vermoeden is dat ze schadelijk kunnen zijn. Wij werken dan mee aan onderzoek.
Meer informatie over limieten
Kijk voor meer informatie over de wettelijke limieten op de pagina Veiligheidsgrenzen op de website van het Voedingscentrum.
Zo houden wij toezicht
Bedrijven zijn er zelf verantwoordelijk dat hun producten veilig zijn. Daarom moeten ze er ook voor zorgen dat de wettelijke limieten niet worden overschreden. Wij controleren dit via steekproeven. Jaarlijks nemen we duizenden monsters, die we laten analyseren in het laboratorium. Dit kan via de reguliere monitoring en via risicogericht toezicht (zie hieronder).
We controleren niet alleen de grondstoffen en eindproducten, maar bemonsteren in de hele voedselketen. We nemen monsters bij land- en tuinbouwbedrijven, veehouderijen, fabrieken, distributiebedrijven en winkels om na te gaan of deze bedrijven producten verkopen die aan de wettelijke limieten voldoen.
Monitoring
Wij werken met jaarlijkse monitoringsprogramma’s om de aanwezigheid van chemische stoffen in voeding te controleren. Deze programma’s zijn gebaseerd op Europese regelgeving. Hierin staat onder meer beschreven welke levensmiddelen we moeten controleren, naar welke stoffen we moeten kijken en hoeveel controles we moeten doen.
Dit zijn de verschillende monitoringsprogramma’s:
- Nationaal Plan milieu- en procescontaminanten en mycotoxines
- Nationaal Plan Residuen veterinair farmacologisch werkzame stoffen
- Nationaal Plan Residuen bestrijdingsmiddelen
Jaarlijks delen we de resultaten uit de monitoring met de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Resultaten worden gebruikt om bij te dragen aan Europese risicobeoordelingen en nieuwe wetgeving.
Risicogericht toezicht
We monitoren niet alleen, maar houden ook risicogericht toezicht. Dit betekent dat we onze capaciteit inzetten waar dat het meest nodig is. Is van een bepaald product uit een bepaald land bijvoorbeeld bekend dat de limiet voor een bepaald stof vaak wordt overschreden? Dan voeren we extra importcontroles uit.
Meer uitleg hierover staat op de pagina Moet mijn zending levensmiddelen of diervoeder van niet-dierlijke oorsprong gekeurd worden?
Zo handhaven wij
Wanneer we overschrijdingen aantreffen, kunnen we verschillende maatregelen nemen. We kunnen bijvoorbeeld een boete opleggen. Als een product al op de markt is, moet het bedrijf dit altijd terugroepen.
Bedrijven zijn verplicht om overschrijdingen te melden en producten terug te roepen als zij zelf schadelijke stoffen ontdekken. Wij controleren ook of bedrijven alle overschrijdingen bij ons gemeld hebben en de juiste acties hebben ondernomen.