Ons toezicht op diergezondheid richt zich vooral op het voorkomen van de verspreiding van besmettelijke dierziekten en zoönosen. In 2025 is 7% van onze capaciteit besteed aan toezicht op diergezondheid.
Er is voortdurend sprake van een risico op insleep en schade als gevolg van uitbraken van (nieuw opkomende) dierziekten en zoönosen. Bestrijding is het meest effectief als we een (zeer) besmettelijke dierziekte zo vroeg mogelijk detecteren en de mogelijke verspreiding goed in kaart brengen doordat de identificatie en registratie van dieren op orde is.
Meldingen en verdenkingen dierziekten
We handelden in 2025 in totaal 1.885 verdenkingen van dierziekten af. Hiervan betroffen er 330 blauwtong. In 11 gevallen ging het om een vermoeden van Afrikaanse varkenspest en 607 waren verdenkingen van vogelgriep. Er waren uiteindelijk 475 uitbraken van vogelgriep, waarvan 31 bij commerciële bedrijven, 3 bij hobbyhouders met minder dan 50 dieren en 6 bij hobbyhouders met meer dan 50 dieren. 426 meldingen betroffen besmettingen van wilde dieren (in totaal 597 dieren). Bij 9 zoogdieren werd vogelgriep vastgesteld. De overige 907 verdenkingen betreffen andere dierziekten dan blauwtong, Afrikaanse varkenspest en vogelgriep.
Inspecties
Het aantal inspecties op het gebied van diergezondheid steeg aanzienlijk naar 4.985 inspecties, vergeleken met 3.755 in 2024. Deze inspecties vonden plaats bij 3.879 unieke bedrijven. Aan 1.227 bedrijven werd een maatregel opgelegd. Er zijn 476 inspecties uitgevoerd op de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen van dieren.
Onderwerpen uitgelicht
De NVWA voert de wettelijk voorgeschreven taken uit voor de bestrijding van dierziekten. Dit vraagt jaarlijks een substantiële, continue inzet op monitoring en preventie en op onder andere de afhandeling van verdenkingen (van wettelijke meldingsplichtige en bestrijdingsplichtige dierziekten) en crisisparaatheid (bekende en/of opkomende dierziekten, nieuwe bestrijdingsinstrumenten). In 2025 gaven we hier uitvoering aan.
Nederland ervaart sinds 2023 een sterke toename van Salmonella Enteritidis (SE) infecties bij mensen. De afgelopen jaren steeg het aantal infecties ook bij pluimvee.
Het monitoringsprogramma voor zoönotische salmonella heeft als doel om salmonella tijdig aan te tonen in pluimvee en met gerichte maatregelen de voedselveiligheid te beschermen.
We zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de officiële monstername voor zoönotische salmonella. Onze focus lag in 2025 op de verhoging van de kwaliteit van de laboratoria die een belangrijke rol hebben in de monitoring. Ook de pluimveesector heeft extra maatregelen opgenomen in hun eigen kwaliteitssysteem. Daarnaast ging in 2025 de verplichting in om als pluimveehouder een bioveiligheidsplan op te stellen in samenspraak met de dierenarts. Een goede bioveiligheid op pluimveebedrijven komt ten goede aan alle dierziekten/zoönosen. In het kader van zoönotische salmonella zijn 62 inspecties uitgevoerd.
Voor verschillende doelgroepen (publieksbedrijven en professionele houderijen) bestaat een vaccinatieverplichting tegen Q-koorts. In 2025 voerden we 161 inspecties uit om de naleving van de Q-koorts verplichtingen bij publieks- en professionele bedrijven te verhogen.
Het vervoer van dieren vormt een van de grootste risico’s voor de insleep en verspreiding van dierziekten. Onder andere doordat veehouders en transporteurs de wettelijke voorschriften om insleep en verspreiding van dierziekten tegen te gaan, niet goed naleven. Zonder systeemtoezicht blijven we vooral bezig met ‘beboeten aan de achterkant’. We werken toe naar een situatie waarin het bedrijfsleven meer verantwoordelijkheid neemt voor de diergezondheids- en dierenwelzijnsvereisten bij het vervoer van dieren.
In 2025 stelden we het Westnijlvirus (WNV) vast bij paarden en vonden we het in knutten die deze ziekte verspreiden. Via muggenvallen en onderzoek van de WUR, monitoren we de verspreiding van het WNV verder.
Om de kans op verspreiding van dierziekten via menselijk handelen te verkleinen, is het essentieel dat vervoerders bij primaire bedrijven, slachthuizen en verzamelcentra de transporthygiëne, de R&O-procedures en hygiëneprotocollen strikt naleven. We voerden een nulmeting uit op de R&O bij middelgrote slachthuizen om te beoordelen hoe het gedrag in de hele keten kan verbeteren.
Niet (tijdig) geregistreerde bedrijven, houders of (verplaatsingen van) dieren bemoeilijken de tracering en daarmee de preventie en bestrijding van dierziektes. Dit is een risico voor de dier- en volksgezondheid. In 2025 voerden we bij 3% van de rundvee-, schapen- en geitenhouderijen inspecties uit op de naleving van de registratie.
In 2025 is gestart met structureel toezicht op Good Distribution Practice (GDP) binnen de keten van diergeneesmiddelen. Dit toezicht richt zich op groothandelaren en heeft tot doel te borgen dat de opslag, distributie en traceerbaarheid van diergeneesmiddelen voldoen aan de geldende wettelijke eisen. We voerden 58 audits uit bij 47 groothandelaren in diergeneesmiddelen. Deze audits gaven inzicht in de mate waarin bedrijven hun kwaliteitsmanagementsystemen op orde hebben en waar verbeteringen noodzakelijk zijn. We deelden de resultaten van deze audits met de sector omdat we op een transparante manier de naleving willen stimuleren.
In 2025 is het webdossier diergeneeskundige handelingen gepubliceerd. Het webdossier biedt helderheid over welke diergeneeskundige handelingen voorbehouden zijn aan dierenartsen en andere bevoegde beroepsgroepen, en welke handelingen niet zijn toegestaan. Hierbij verwijzen we naar geldende wet- en regelgeving. Het webdossier is mede ontwikkeld naar aanleiding van signalen over het beroepsmatig uitvoeren van diergeneeskundige handelingen door personen en beroepsgroepen zonder wettelijke bevoegdheid.
Na publicatie eind 2025 telde het webdossier 21.050 unieke bezoeken, wat wijst op een duidelijke informatiebehoefte bij zowel professionals als burgers. Het webdossier ondersteunt daarmee het preventieve toezicht en draagt bij aan betere naleving van de wettelijke regels rondom diergeneeskundige handelingen.
Realisatie jaarplan
In ons jaarplan voor 2025 zijn gewenste resultaten geformuleerd. Hieronder geven we aan in hoeverre we die realiseerden.
| Jaarplan | Realisatie |
|---|---|
|
De informatiepositie is op orde. We maken gebruik van relevante data van goede kwaliteit voor het uitvoeren van risicoanalyses, voor de vroegtijdige signalering van besmettelijke dierziekten en zoönosen, en het kunnen afgeven van garanties over de Nederlandse diergezondheidsstatus bij verplaatsingen van levende dieren en levende producten naar EU-lidstaten en derde landen. Dit resultaat is gerealiseerd maar het verbeteren van de data- en informatiepositie blijft een aandachtspunt. | Gerealiseerd |
| Daar waar het meldings- en bestrijdingsplichtige dierziekten betreft, zijn onze keuzes risico- en doelgroepgericht, kennisgedreven en transparant. Dit betreft ook het toezicht op zendingen levende dieren en levende producten uit EU-lidstaten en derde landen, inclusief toezicht op een effectieve reiniging en ontsmetting van veevervoermiddelen. | Gerealiseerd |
| De externe samenwerking is gebaseerd op een gestructureerd en constructief relatiebeheer met stakeholders gericht op een goed functionerend netwerk, wat cruciaal is bij het monitoren en afhandelen van uitbraken. | Gerealiseerd |
| We leveren een proactieve bijdrage aan de ontwikkeling en totstandkoming van diergezondheidsregelgeving en andere vormen van beleid. Dit geldt ook voor de regelgeving op het gebied van zoönosen en pandemische paraatheid. | Gerealiseerd |
| We werken aan toezichtsontwikkeling op de randvoorwaarden die nodig zijn voor een snelle detectie en bestrijding van bestrijdingsplichtige dierziekten en zoönosen, zoals de Identificatie en Registratie van dieren en bedrijven. | Gerealiseerd |
Iedere dierhouder heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de gezondheid van zijn/haar dieren en wordt geacht de wetgeving na te leven. We blijven ons hiervoor inzetten.
Diergezondheid online
Vernieuwde webpagina’s en tools op nvwa.nl
We vernieuwden pagina’s over dierziekten, zoals Vogelgriep, Afrikaanse varkenspest en Q-koorts. Ook gingen 2 pagina over pluimvee online: Salmonella bij pluimvee en Pluimvee monitoring op ziekten.
Laboratoria spelen een belangrijke rol bij het detecteren van zoönotische salmonella en het melden van positieve uitslagen bij de NVWA. Voor laboratoriummedewerkers maakten we een interactieve infographic over de monitoring op zoönotische salmonella bij pluimvee. Deze laat het proces zien van wie wat doet en op welk moment om salmonellabesmetting te voorkomen.
Aandacht voor dierziektes in de (sociale) media
In 2025 was er in de (vak)media uitgebreid aandacht voor verschillende dierziektes. Met name de uitbraken van vogelgriep en bijbehorende ruimingen en maatregelen zorgden voor veel berichtgeving. Maar ook de dreiging van andere dierziektes in Europa zoals Afrikaanse varkenspest, lumpy skin disease en de plotselinge uitbraak van mond-en-klauwzeer in Duitsland in januari 2025 kregen veel aandacht.
Afrikaanse varkenspest
Ook maakten we berichten over de preventie van dierziektes. ‘Wat jij kunt doen om Afrikaanse varkenspest te voorkomen’ was de titel van een post in de serie ‘Ik ga op reis en neem niet mee’, waarin we adviezen gaven om de verspreiding van Afrikaanse varkenspest te voorkomen.
Rabiës
Daarnaast besteedden we in meerdere posts aandacht aan het meenemen van dieren uit het buitenland, waarbij strenge regels gelden om besmettingen met rabiës te voorkomen. Een voorbeeld is de post Opgelicht en opgelucht waarin onze inspecteur uitgebreid haar ervaringen deelt en adviezen geeft.
Vogelgriep
In de communicatie bij dierziekten wordt er nauw samengewerkt met andere overheidsinstanties zoals het ministerie van LVVN, RIVM en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ook haakten we zelf in op de actualiteiten. Bijvoorbeeld door onze podcastaflevering ‘Ruimingen vogelgriep: een race tegen de klok’ opnieuw te delen en zo meer uitleg te geven over de ruimingen bij vogelgriep. Vooral op Facebook kreeg dit bericht veel aandacht met 33.648 weergaven.
